Ingezonden.
UTRECHT, 7 Febr. '11.
Geachte Redactie.
Beleefd komen wij met het verzoek tot U, of U voor het onderstaande eenige plaatsruimte in de «Waarheidsvriend» wilt afstaan.
Zooals U bekend is, worden ook de stembevoegde Lidmaten onzer Gemeente dit jaar voor de vraag gesteld, of zij een Kiescollege-wenschen, dan wel of zij het benoemings en beroepingswerk in handen van den Kerkerand wenschen te laten.
(Momenteel berust dit in handen van den Kerkeraad.) Het gewichtvolle van deze vraag dringt ons er toe U te vragen, of U ons met Uwe voorlichting zoudt willen dienen.
Wij noemen haar gewichtvol omdat zij, die een Kiescollege gewenscht hebben, verantwoordelijk statn voor de gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien.
Wij weten wel, dat ziende op ons Geref. beginsel (ofschoon dit met een Kiescollege niet recht vereenigd kan worden) wij in dezen, van twee 't minst verkeerde moeten nemen, maar toch, bij het beantwoorden van het voor of tegen, moet men rekening met den plaatselijken toestand houden.
En juist deze plaatselijke toestand is het, die zoo sterk de gedachten in ons doet vermenigvuldigen.
Letten wij op de samenstelling van den Kerkeraad die ons momenteel regeert, dan kan ons verlangen alleen dit zijn, dat hierin zoo spoedig mogelijk verandering komt.
Niet dat wij het vele goede dat door enkele zijner Leden wordt verricht, willen miskennen, ook wij wenschen met waardeering te spreken over de goede veranderingen (wij denken b. v. aan de verbetering in de kerkelijke armenzorg) die door hen zijn tot stand gebracht, maar, en dit wordt telkenmale gevoeld, men houdt er geen rekening met wat er in't midden van velen der Gemeente wordt begeerd en laat hen, wier verlangen het is, dat de Gemeente in ruimere mate moge ontvangen de zuivere verkondiging van Gods Woord, dat naar de Godzaligheid is, ten duidelijkste voelen dat zij blijde moesten zijn ontvangen te hebben hetgeen er nu nog voor hen is.
Dit en nog meerdere voorvallen zijn oorzaken te over om uit te roepen "geen Kerkeraad maar Kiescollege."
Maar zijn wij er dan als er een Kiescollege is ? Om hier nu bevestigend op te antwoorden is juist wat ons met vreeze vervult.
Waarom ? Omdat wij het met smarte gevoelen, dat de breuke onder hen, die toch op een en dezelfden grondslag n.l. onze drie Formulieren van Eenigheid staan, zoo ontzettend groot is.
Omdat men er vreemd aan is, gezamenlijk op te komen voor de Eere des Heeren in het Kerkelijk leven en te vragen dat ook de Kerk weder volgens haar belijdenis moge gaan leven.
Men is innerlijk zoo geheel en al verdeeld en houdt zich liever bezig met elkander te verdenken en te wantrouwen, dan te trachten elkander te leeren verstaan en te steunen in den strijd tegen eenen gemeenschappelijken vijand.
En dat die samenwerking er zoo plots na 't daar zijn van het Kiescollege zal komen, kunnen wij, zoover onze gezichtseinder reikt, niet bespeuren.
Wat zal er 't gevolg van zijn ? Dat de modernen die hier alle krachten samenspannen en geen moeite en kosten ontzien met de buit zullen gaan strijken.
Zal dan 't laatste niet erger zijn dan het eerste ? Wat nu te doen, ziedaar onze vraag. Stemt men vóór «Kiescollege» dan ziet men wellicht gebeuren hetgeen wij hierboven beschreven.
Onthoudt men zich, dan zal door de machtsontwikkeling van het Modernisme de zaak toch tot stand komen.
Zou men dan tegen moeten stemmen en verklaren dat men den toestand wil laten zooals zij is, m. a. w. dat men den Kerkeraad wenscht te behouden, die 't zoo onomwonden laat gevoelen dat hij voor 't meerendeel weinig gevoelt voor de belijders der Gereformeerde Waarheid ?
Wij zien het om ons schemeren en hoe meer wij ons de zaak indenken hoe duisterder het ons, voor dit oogenblik wordt.
U zult ons zeer verplichten, indien U eenig antwoord op deze onze vraag wilt geven en zeggen U vriendelijk dank voor de verleende plaatsruimte.
Met ware hoogachting en heilbede,
EENIGE VRIENDEN DER WAARHEID.
Antwoord van den Hoofdredacteur (persoonlijk):
De vraag Kerkeraad of Kiescollege is aan de orde van den dag.
En als men dan met een Kerkeraad zit, die niet leeft uit een Geref. beginsel, waar men zelf naar haakt — dan lijkt het o! zoo gemakkelijk om een antwoord te vinden en eenvoudig te zeggen: wég met den Kerkeraad leve het Kiescollege!
En dan? Was is dat Kiescollege?
Immers niets anders dan menschen, die niet in het ambt staan en die vertegenwoordigen alle stroomingen en richtingen, die in de Gemeente zijn. En dan in een Gemeente waar alles op losse schroeven staat, waar alles gist en kookt — waar de modernen al meer dan een jaar bezig zijn, met Prof. Cannegieter c. s. aan het hoofd, om zich te organiseeren, waar de ethischen talrijk zijn, waar de Confessioneelen de Gereformeerden niet begeeren en de Gereformeerden onder elkaar nu juist niet altijd precies eenstemmig zijn!!
Voelt men het DREIGEND gevaar niet om dan de stemgerechtigden (die dikwijls zoo weinig meeleven met de Kerk — en voor een kwartje héél wat doen willen) bandeloos los te laten stormen op de stembus, welk ding in de Kerk het beginsel der revolutie nog altijd vertegenwoordigt.
Het dreigend gevaar, dat de Modernen in de Bisschopstad bres schieten en daar, in het hart van Nederland, victorie kunnen gaan roepen?
Stel eens, dat Modernen, Confessioneelen en Gereformeerden vóór Kiescollege stemmen, dan komt het Kiescollege in Utrecht.
En dan? Zullen dan modernen en ethischen niet dicht bij elkaar kruipen? En de Confessioneelen en Gereformeerden ? En de Gereformeerden onderling?
Verdeeld optrekken? Hoera voor de ethischen bij den eersten aanval ! Hoera voor de modernen bij den tweeden aanval! Al de steden in ons Vaderland bewijzen het.
En van een Kiescollege is geen pardon, geen genade te verwachten. Dan gaat het als in de dagen der Inquisitie: "ze moeten hangen!"
Zeker! wanneer in een Geref. Kerk met een Geref. belijdenis, waar een Kerkeraad is, die de belijdenis eert — als daar de Gemeente in staat gesteld wordt om b.v. uit een tweetal te kiezen en zóo weder leeft en mede werkt in Kerkelijke zaken, ja, dan is het kostelijk als de gemeente aan 't woord komt.
Maar moeten wij mêe werken om een losse massa menschen te laten losstormen op de stembus?
Zonder dat degenen, die het naast bij elkaar staan het samen kunnen vinden?
Weet ge wat dan het einde is? Dat de Modernen winnen. Dat die in de Kerk invloed krijgen. Dat die door middel van de Kerk indringen in het staatsleven, wel wetend, dat de Herv. Kerk daarvoor nog een groote kracht is — en terwijl de gereformeerd gezinde partijen en partijtjes (die één moesten zijn) elkander 't bloed onder de nagels uithalen, zingen en springen de modernen!
En in '67 dan, vraagt ge. En in zoo menige gemeente dan, waar nu een Kiescollege is?
Zeker — alles heeft z'n tijd. De Heere heeft door het Kiescollege in menige gemeente groote omkeering gegeven en een zegen doen vallen.
Maar toen had de Heere eerst door den druk en door het lijden de Gereformeerden bij elkaar gedreven. En de Heere had over de tegenpartijen een diepen slaap gezonden.
Toen kroop men als de kiekens onder de vleugelen van de hen, alles wat liefde had voor de waarheid. Toen snorkte men aan de linkerzijde, den roes der onverschilligheid slapend.
En daar viel men plotseling aan, als éen man uitkomend uit de schuilhoeken van heind en ver om te getuigen van de waarheid!
Dat was een strijd!! En het heeft zegen nagelaten. Maar nu?
Indien men een oogenblik nadenkt, kan men gemakkelijk het antwoord geven!!
Maar moeten we dan den Kerkeraad houden, dien we hebben? Een ethischen Kerkeraad? Of een Kerkeraad, die althans niet uit het Geref. beginsel leeft?
't Antwoord is niet zoo makkelijk. Als Ge een anderen Kerkeraad morgen aan den dag te nemen hadt, neemt hem dan!
Kan dat niet? — Hoe komt dan, dat dat niet kan — Heeft ons dat ook iets te zeggen?
O, dwing God niet! Gij zult den Heere, uwen God, niét verzoeken. Gij zult uwe wegen moeten onderzoeken. En ... dan niet in het wilde weg redeneeren en in het wilde weg strijden.
God heeft u den Kerkeraad gegeven. En die Kerkeraad geeft aan de Confessioneelen twee predikanten en aan de Gereformeerden twee predikanten.
En aan de Ethischen zeven, meen ik. Daarin is de Kerkeraad dwaas en onbillijk. Dat is niet recht.
Men voelt dat zelf elk oogenblik door honderd verschillende dingen.
Maar als men nu eens flink, degelijk éen lijn trok onder de Gereformeerden? Als men nu eens in den weg, dien de Heere vlak voor de voeten baant, fier en krachtig, eerlijk en kloek als éen Man getuigde van de waarheid? zou er dan niet iets te doen zijn? Misschien véél?
Dan heeft men met een Kerkeraad te doen; met menschen, die in het ambt zijn gesteld; met menschen, die hun oog nog wel eens laten gaan over héél de gemeente. Die althans nog iets voelen van de rechten van allen, die de waarheid naar Gods Woord en onze belijdenis liefhebben.
Maar als we elkander in den weg, die vlak voor ons ligt niet kunnen vinden en niet willen zoeken ach, dan hoopt men op het strijdgewoel en dan hunkert men naar den kruitdamp... om daar-één te zijn; of om daar éen te worden? Helaas! dikwijls om dan elkander in het gewoel van den strijd gemakkelijker nog te kunnen ontloopen en elkander gemakkelijker te kunnen missen.
En dan kan men links de bazuin aan den mond zetten. En door de kerk beklimt men de trappen van het regeerkasteel! . En daarom — hoe moeilijk wij deze dingen ook vinden, om die in een courant te beschrijven en te bepleiten — afziende van den mensch en ziende op den Heere, zeggen we: de Heere maakt alles zóo duidelijk, dat we niet aarzelen om — misschien velen ten spijt — onze vrienden in Utrecht toe te roepen: zorgt dat er geen kiescollege komt.
En dan Kerkeraad? Ja — dan Kerkeraad. Maar, — gij hebt ons immers begrepen? — dan ook den weg betreden, dien de Heere ons vlak voor de voeten legt.
Als de Heere eens 10 jaar geven mocht, om ons gelegenheid te schenken elkander te zoeken en te vinden — naar den mensch gesproken, kon dan onze Kerk grootelijks gezegend worden.
Maar wee — indien de Moderne nu zijn voet tusschen de deur zet!
De Moderne behoort niet binnen; maar buiten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 februari 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's