Uit het kerkelijk leven.
De Modernen en de Doop.
In De Schatkamer van 15 Febr. komt een artikel van een modern predikant voor over „de kinderdoop" waarin een vrijzinnige doopsbediening - ons geteekend wordt. Dat het bloed van Christus wegvalt en het deugd leven van den mensch er voor in de plaats komt; dat het genadeverbond veranderd wordt in een saamwerken der christenen om braaf te zijn; dat Gods Geest in moet ruimen voor menschelijke bezieling, is duidelijk. We laten het artikel volgen. Het is van Ds L. de Baan van Beetgum. De Modernen in hun kerkelijke practijken te zien kan z'n nut hebben!
Ds. de Baan schrijft dan: (de cursiveering is van óns)
"Omdat de kinderdoop in onze gemeente nog zoo weinig in gebruik is, en ik dien toch van belang acht, wil ik er hier een paar dingen van zeggen."
Bij den doop worden allereerst voorgelezen enkele gedeelten van het oude formulier, dat in hoofdzaak het volgende bevat:
1e. wijst het er op, dat wij en onze kinderen met aanleg tot zondigen geboren worden, zoodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, tenzij wij «wedergeboren» worden. Hiervan is de besprenkeling met het water een beeld. Want evenals water de onreinheid des lichaams wegneemt, zoo heeft onze ziel noodig zuiver en schoon gewasschen te worden door Gods Geest.
2e. De doop geschiedt in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. »In den naam des Vaders» beteekent, dat het Gods wil is ons kroost op te nemen in het verbond, dat hij heeft met den mensch. Hij neemt onze kinderen tot Zijn kinderen aan.
»ln den naam des Zoons« wil zeggen, dat wij daartoe moeten deel hebben aan het leven van Christus en met Hem verbonden zijn als de rank met den wijnstok. (»En als wij in den naam des Zoons gedoopt worden zoo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wascht in Zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap Zijns doods en Zijner wederopstanding inlijvende enz. enz staat in het Doopsformulier!)
»In den naam des H. Geestes» beteekent, dat de H. Geest bij ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil. Hij wil ons bezielen ons leven dagelijks te vernieuwen totdat wij' eindelijk in het eeuwige leven onbevlekt zullen zijn.
3e. wijst het formulier er op, dat wij bij den doop de verplichting op ons nemen tot nieuwe gehoorzaamheid aan God. En als wij uit zwakheid telkens weer in de zonden vallen, moeten wij daar geen vrede mee hebben, noch aan Gods vergevende Liefde twijfelen, maar steeds van nieuws aan ons leven heiligen, gedachtig zijnde aan Gods verbond met ons.
En ofschoon onze jonge kinderen deze dingen niet verstaan, behoeft men ze daarom van den doop niet uit te sluiten. Want ook zonder dat zij het weten zijn zij de zonden des vleesches deelachtig, en zij hebben het noodig, dat wij van jongsaf hun ziel trachten te vormen tot het leven in de gemeenschap Gods.
Na de voorlezing Van dit formulier wordt door de ouders een drietal vragen beantwoord (welke ? ? ) waarin zij beloven hun kinderen Christelijk op te voeden en naar hun vermogen te wijzen op Jezus Christus, die voor allen de weg is tot den Vader.
In mijn toespraak wees ik er op, dat er vier voorwaarden zijn om den kinderdoop tot zijn recht te doen komen.
1e. moeten de ouders de beteekenis begrijpen van den godsdienst. Het geloof in God geeft ons steun in onze moeiten, het doet ons krachtig leven en getroost sterven.
2e. moeten de ouders begrijpen de beteekenis van de Kerk. Zij toch is de verkondigster van het evangelie van Jezus Christus en in Gods hand het groote middel tot uitbreiding van Zijn Rijk.
3e. moeten de ouders begrijpen, dat de zedelijke toekomst van hun kind gevaar loopt in deze wereld vol zonde en dat het kerkelijke leven den kinderen onder het opgroeien en later in volwassen staat, een steun kan zijn in den strijd tegen het kwaad en een hulp bij het zoeken van den rechten weg.
4e. moet de gemeente, die bij den doop tegenwoordig is, de mede-verantwoordelijkheid gevoelen voor het heil der kinderen. En zij heeft te zorgen zoowel door woorden als door daden den groei van het goede zaad in de kinderziel te bevorderen.
Waar ouders en gemeente deze dingen aldus gevoelen, daar heeft de doop een waardevollen inhoud.
Het is dan een vorm, dien wij gaarne in eere houden en die voor ons innerlijk leven ten zegen kan zijn.
***
Nog eens, van de Modernen en hun kerkelijke practijken een juist denkbeeld te krijgen kan z'n nut hebben.
Wat blijft er bij hen weinig van het Woord over!
De Evangelischen.
De Evangelischen („de Groningers") die tusschen de Ethischen en de Modernen staan, willen op godsdienstig gebied mef „vrijzinnig genoemd worden. Op kerkelijk gebied aanvaarden zij dien naam. Daar treden zij „vrijzinnig" op.
Maar — zoo schrijft Ds. B. Klein Wassink van Leeuwarden — maar „wij willen niet vrij zijn in godsdienstige gevoelens, opvatting, denkwijze. Wij gevoelen ons gebonden; wel niet door een kerkleer of door de letter van een bijbelboek, maar toch gebonden; gebonden door Jezus Christus, den Heer, in wien wij gelooven en aan wien wij ons vol vertrouwen overgeven. Hij is voor ons de weg, de Waarheid en het leven. Hij is niet alleen onze leermeester, maar méér, veel, véél meer. In Hem is het Woord vleesch geworden en heeft onder ons gewoond. In Hem erkennen wij de bizondere openbaring Gods. En die erkenning, dat geloof steunt niet op Zijn wonderdaden, wordt er niet door gewekt zelfs; maar 't steunt, 't berust op het wonder van Zijn persoonlijkheid. Zijne wonderdaden zijn ons daarom het natuurlijk uitvloeisel van het wonder van Zijn persoonlijkheid. Zoodat de wonderquestie in dezen zin ook buiten ons religieus leven omgaat. Het verschil schuilt dus in onze onderscheidene waardeering van de persoonlijkheid van Jezus.
Wij gelooven dan ook, dat allen die in oprechtheid voor die aloude vraag der menschheid: „wat dunkt u van den Christus ? " zich gaan stellen en als voor God haar dan beantwoorden, zullen moeten belijden ten slotte, gelijk wij het hebben moeten belijden met Petrus: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods! Want in U aanschouwen wij eene heerlijkheid, als van den Eengeborene des Vaders! Gij hebt de woorden des eeuwigen levens!
En dan is 't meteen uit met dé vrijheid van godsdienstige gevoelens, opvatting, denkwijze. Dan is het uit met eigen gevoel en eigen inzicht. Dan hebben wij ons gevangen gegeven onder het gezag van Hem wiens juk zacht is en wiens last licht.
En door deze gebondenheid heen komen wij dan tot de ware vrijheid, de vrijheid der kinderen Gods.
Ja, déze gebondenheid is onze vrijheid zelve. De vrijheid toch van het eigen gevoel, eigen inzicht en denkwijze is een valsche; want zij is de vrijheid van dat hart, waaruit, naar het woord van Jezus, voortkomen booze bedenkingen enz.
De gebondenheid aan Jezus Christus voelen wij als onze vrijheid; de ware vrijheid!"
Zóo spreekt een Evangelisch predikant tegen den Modernen collega. „Uw vrijheid is de vrijheid van eigen gevoel, eigen inzicht en denkwijze; en dat is een VALSCHE; want zij is de vrijheid van dat hart, waaruit niets goeds komt."
En dan zeggen wij weer tegen den Evangelischen collega: „uw gebondenheid is een willekeurige en daarom valsch — want gij hebt een eigen bijbeltje gemaakt, waarin menig bladzij van de Statén-vertaling gemist wordt, en die bladzijden hebt gij verworpen naar den maatstaf van uw eigen gevoel, inzicht en denkwijze: en dat is een VALSCHE."
Jezus Christus, Die de Weg, de Waarheid en het Leven is heeft gezegd: „onderzoekt de Schriften" en Zijn bede was: „Heilige Vader, heilig ze in Uwe waarheid; Uw Woord is de waarheid." Daarom moeten wij gebonden zijn door Gods Woord.
Geheel leefde Jezus zélf in het Woord Gods. In de Schriften vond Zijn harte wijsheid en troost. Met de Schrift leefde hij, verdedigde Zich, stierf Hij.
En daarom tot de Wet en tot de Getuigenis, o mensch, of gij modern, evangelisch, ethisch of gereformeerd heet.
„De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet zij hebben des Heeren Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? " Jer. 8:9.
Door het Woord wederbaart de Heere Zijn kerk (1 Petr. 1:23; Jac. 1:18) en door het Woord bewaart de Heere Zijn kerk.
Daarom moet het voor alle partijen om het Woord gaan.
Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gij lieden in Mijn Woord blijft, zoo zijt gij waarlijk mijne discipelen en zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken." (Joh. 8 : 31, 32.)
„Jezus antwoordde en zeide tot hen zoo iemand mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot Hem komen en zullen woning bij hem maken." Joh. 14:23.
Om het Woord dus! Het Woord onzes Gods.
De dichter van Ps. 119 spreekt er van in vers 105.
Onze Vaderen hebben zich uitgesproken in art. 5 N. Gel. belijdenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1911
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1911
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's