Staat en Maatschappij.
Waar ligt de oorzaak?
II.
Tusschen de drie groepen, waaruit de Christelijk-Historische Unie is opgebouwd — en met daaraan te herinneren eindigden we ons artikel van de vorige week — zijn, al vormen die groepen thans één partij, belangrijke verschillen op te merken. We wezen daarvoor o. a. op het eedsvraagstuk, de vaccinekwestie, de doodstraf, de Zondagsrust enz.
En al behooren nu ook Mr. Lohman, Dr. de Visser en Mr. Schokking, de drie partijleiders van de voormalige groepen, tot één politieke organisatie, de Christelijk-Historische Unie, niemand, die maar eenigszins met hetgeen die mannen gesproken en geschreven hebben op de hoogte is, zal het kunnen ontkennen, dat het ten opzichte van de beginselen meermalen aan eenstemmigheid ontbreekt. Er moge tusschen Mr. Lohman en Dr. de Visser minder afwijking in de gevoelens zijn, tusschen eerstgenoemden en Dr. Schokking staan de meeningen echter scherper tegenover elkander. En dit verschil in geestesbeschouwing zal men dadelijk kunnen gewaar worden, als men zich slechts even indenkt, dat al kwamen de drie groepen onderling tot fusie, de verschillen in beginsel tusschen de Christelijk-Historischen en die van Friesche richting met die ineensmelting niet zijn kunnen uitgewischt worden.
Ter aanduiding van die verschillen in beginsel, moge herinnerd worden aan de debatten in de Tweede Kamer bij gelegenheid van de vaststelling van een Wetboek van Strafrecht voor de militairen. Bij een der artikelen kwam toen de vraag aan dp orde, of de toepassing der doodstraf, die in het vigeerende Wetboek voorkwam, in het nieuwe Wetboek moest gehandhaafd blijven. De regeering beantwoordde die vraag toestemmend; echter met dien verstande, dat de rechter zou moeten beoordeelen, of het belang van den Staat de toepassing van de doodstraf eischte. Natuurlijk kon met dien utiliteitsgrond, waarbij de toepassing der doodstraf afhankelijk werd gesteld van het belang van den Staat, niet worden medegegaan. Namens de anti-revolutionaire partij stelde daarom Mr. Heemskerk een amendement voor, om de gewraakte woorden uit het artikel te lichten. De heer Schokking, met dit amendement sympathiseerende, kreeg echter op dit punt de meeste Christelijk-Historischen tegenover zich. Het gevolg van die bestrijding was, dat het amendement werd verworpen.
Bij de behandeling der militaire tuchtwetten stelden de h.h. Idenburg en Duymaer v. Twist als amendement voor, om nevens het strafbare feit van het uitschelden van een mindere door een meerdere (de tekst van het regeeringsvoorstel) ook het vloeken van een meerdere tegen een mindere strafbaar te stellen. Dit amendement kon bij de woordvoerders der Christelijk-Historischen geen genade vinden.
Niet het vloeken tegen den mindere wilde men als een strafbaar feit aangemerkt zien, maar wel het louter subjectieve begrip van „iemand uitvloeken." En al klaagde nu Mr. Schokking over de wijze, waarop van de zijde der Christelijk-Historischen het amendement-Idenburg was ontvangen geworden, het gaf niets; met 37 tegen 31 stemmen werd het amendement met de hulp der Christelijk-Historischen verworpen.
Bij gelegenheid van de behandeling van een regeeringsvoorstel, om subsidie toe te kennen aan het Nederlandsch Gymnastiekverbond, stelde Mr. Schokking de voorwaarde, dat de subsidie niet zou mogen gebezigd worden, om daarvoor op Zondag wedstrijden te organiseeren. De leider der Christelijk-Historische Staatspartij stond ook ditmaal in debat tegenover den toenmaligen afgevaardigde van Harlingen en de subsidie werd toegestaan.
Mogen we ook nog eenmaal herinneren aan de scherpe bestrijding, die destijds de heeren Lohman en De Visser hadden te verduren in het bekende Friesche blad „De Banier" van de zijde van Ds. Wagenaar, toen die afgevaardigden steun verleenden aan een vrijzinnig amendement betreffende den eed.
Woordelijk schreef in die dagen Ds. Wagenaar: „Doch dat een pogen om dezen „Christelijken" gevelsteen, die in ons modern Staatsgebouw is blijven zitten, los te wrikken, gesteund wordt door de beide aanvoerders der Christelijk-Historisch-Vrij-antirevolutionaire partij, bevreemdt ons niet weinig."
Tot zoover de feiten, die genoegzaam aantoonen de verschillen in beginsel tusschen de beide eerste groepen en de laatste groep van Christelijk-Historischen, die tegenwoordig gezamenlijk de Christelijk-Historische Unie uitmaken.
Dat wij al deze herinneringen uit het verleden terugriepen, vindt hierin zijn reden, dat we het aanvoeren der bewijzen noodzakelijk achten, om op het merkwaardige verschijnsel te wijzen, dat in de buitengewone vergadering van de Unie, waarop wij in het begin van ons eerste stuk wezen, te constateeren viel, dat voor zooverre „De Nederlander" een verslag van die vergadering opnam, wel breed over de coalitie gesproken werd, maar de beginselen in die vergadering op den achtergrond traden. Zelfs werd in de openingsrede, door Ds. Wagenaar gehouden, van die beginselen niet gerept.
Het ging in die samenkomst voor het allerbelangrijkste deel over de positie der Hervormde Kerk. Voorzeker een zaak van beteekenis. Maar hoe hoog wij die Kerk ook plaatsen, zoo zegt die Kerk voor ons toch niet voldoende, wanneer die Kerk hare beginselen niet belijdt. Intusschen behoort het op politiek terrein niet in de eerste plaats om de Kerk te gaan. In de staatkunde gaat het allereerst om de beginselen. En zegt dan Ds. van Hoogenhuyze uit Doorn, een der woordvoerders in de vergadering der Unie, in zijne reeds meergenoemde brochure „ Hoe lang nog? ": „De geloovigon in onze vaderlandsche Kerk hebben zich meer dan ooit aaneen te sluiten", aan welke woorden hij dan deze vraag verbindt: „en waar kunnen zij dat beter doen dan in de Christelijk-Historische Unie ? " dan willen wij als Hervormden wel verklaren, dat wij voor ons er voor passen om tot de Unie toe te treden en elk man van Gereformeerden huize zal met ons dit gevoelen deelen, omdat de beginselen van de Unie ten minste niet die zijn van hen, die behooren tot de Hervormde ('Gereformeerde) Kerk en die zich gebonden achten aan de Drie Formulieren van Eenigheid.
(Slot volgt.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1911
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1911
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's