Vragenbus.
C. te M. vraagt:
Hoe is de verhouding, in een gemeente van méér dan 2 predikanten, tusschen de diakenen en den bizonderen Kerkeraad (predikanten - \ouderlingen).
Antw. Hier beslist art. 19 en art 20 van het Algemeen Synodaal Reglement; en art. 14 en 16 van het' Synodaal Reglement voor de Kerkeraden.
"» Dan springt dit in het oog (art. 20 algem., Regl.) dat aan diakenen is toevertrouwd een meer bijzondere zorg voor de armen der gemeente ; het dagelijksch beheer der diaconie goederen ; het innen der gelden aan de diaconie toebehoorend ; hei inzamelen der liefdegaven en het besteden van dit een en ander tot die godsdienstige en zedelijke eischen, welke de christelijke gemeente voor hare armen beoogt.
In gemeenten met éen of twee predikanten doen zij dit onder medewerking — en in die met drie of meer predikanten onder toezicht van predikanten en ouderlingen.
Het vaststellen van collecten, de zorg voor de diaconiegoederen, alsmede voor de geestelijke behoeften der armen mag nergens aan diakenen alléén worden opgedragen, maar is overal aan predikanten, ouderlingen en diakenen te samen opgedragen (zie art. 20 laatste gedeelte).
Bovendien staat in art. 16 v. h. Regl. voor de Kerkeraden „aan den Algemeenen Kerkeraad (pred./ouderl./diakenen saam) behoort de behartiging van de geestelijke behoeften der armen; het bepalen van collecten, de zorg voor de diaconiegoederen; het jaarlijks opnemen van de diaconierekening en het geven van de vereischte inlichtingen betreffende het diaconiebeheer".
En slaan we dan nog even het Reglement voor de diaconieën op, dan zegt art. 3: „de kerkelijke verzorging van armen wordt uitgeoefend door diakenen, onder medewerking en goedkeuring van den Kerkeraad". Vervolgens art. 21: „diakenen beleggen, leenen, verkoopen, verruilen, bezwaren of verpanden geen goederen dan met toestemming des Kerkeraads".
En dan art. 27: , diakenen doen jaarlijks, voor den 1sten April, rekening en verantwoording van hunne administratie over het afgeloopen jaar ten overstaan van den Kerkeraad".
Bij dit alles zijn de geestelijke behoeften der armen dus niet uitgesloten. Integendeel Art. 12 van het Regl. voor de diaconieën zegt immers: „diakenen zorgen, zooveel zij kunnen (geen liefhebberij dus, maar verplichting!) voor de verstandelijke, zedelijke en godsdienstige belangen van de bedeelden en hunne kinderen". (Art. 20 Algem. Regl.) „Zij zorgen o.a. voor het bijwonen der openbare godsdienstoefeningen bij de bedeelden; voor het gebruik maken van de catechisatie, vooral ook voor hei schoolgaan der kinderen" (er staat „vooral ook!") Diaconiescholen dus.
Terwijl art. 29 dan zegt, dat de Algemeene Kerkeraad door bizondere reglementen dit dan — zoo noodig — heeft te regelen. (Dus b.v. een Reglement voor de diaconiescholen moet ontworpen worden ; waarin door den algemeenen kerkeraad wordt voorgeschreven, wie het toezicht en bestuur over de scholen heeft.) .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's