De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ned. Herv. Jongelingsbond.

6 minuten leestijd

Kerkgeschiedenis. III.

5. Hoe hebben wij de Kerkgeschiedenis in tijdvakken te verdeelen?

Een vruchtbare behandeling van de Kerkgesehiedenis vereischt een goede verdeeling in perioden of tijdvakken._ Daardoor begint de Kerkgeschiedenis voor ons te leven.

En aanleiding om te spreken van tijdvakken is er in overvloed; en wel telkens wanneer er weer een feit is, dat de geschiedenis in karakter komt wijzigen of op een bepaald gedeelte van de geschiedenis een eigenaardig stempel zet.

Vroeger verdeelde men de Kerkgeschiedenis meer willekeurig. De oudste verdeeling is wel de verdeeling in boeken; zooals men die vindt in de 4de en 5de eeuw bij Eusebtus, bisschop van Caesarea (10 boeken; van 1—323 na Chr.) en Theodoretus (5 boeken; van 324 —429 na Cbr, ). Zooveel boeken zooveel tijdvakken /

Maar deze verdeeling is veel te uitwendig en te willekeurig; want niet elk boek bevat een waarlijk nieuw tijdvak.

De Maagdenburger Centuriën (Flacius, Wigand enz.), in het midden der 16de eeuw, bewerkten hunne stof in 13 folianten; elk foliant behandelt dan het tijdvak van een eeuw (1—1300 na Chr.).

Maar deze verdeeling is ook te kunstmatig; elke nieuwe eeuw heeft niet altoos een nieuwe wending aan de historie gegeven.

De beste verdeeling is die in perioden; daarbij acht gevend op gebeurtenissen, die op kerkelijk terrein van grooten invloed schijnen te zijn geweest en het karakter van de Kerk stempelen.

Want dat bij de Kerkgeschiedenis met kerkelijke, meer dan met politieke gebeurtenissen gerekend moet worden is gemakkelijk te begrijpen, ofschoon beiden ook samen kunnen vallen, wegens den invloed van de Kerk op den Staat en omgekeerd (b.v. de Revolutietijd 1800).

De eerste die deze verdeeling in perioden gebruikte is Homius (1666). (De Duitschers zeggen dat Reichenberger de eerste was!)

J. F. v. Mosheim (gest. 1755), ofschoon de geschiedenis in 4 perioden verdeelend, bleef toch ook aan de oude verdeeling in boeken hangen, en wijdde aan iedere periode éen boek (Kerkgeschiedenis in 4 deelen.

Door J. M. Schroeckh (gest. in 1808) en diens invloed werd de perioden-verdeeling meer algemeen.

Om punten ter verdeeling in perioden te vinden moet men op kerkelijk terrein rondzien naar groote gebeurtenissen en bepaalde keerpunten in de historie. En het oog valt dan b.v. op het optreden van Constantijn den Groote (323), van Gregorius den Groote (590), van Gregorius VII (Hildebrand) (1073), van Bonifacius VIII (1294) van de Reformatie (1517) enz. enz, — hoewel deze keerpunten niet allen van dezelfde ingrijpende beteekenis geweest zijn.

Het einde van het eerste groote tijdvak (de Oude-Geschiedenis) te eindigen met Karel den Groote (800), in plaats van met Gregorius I, den Groote (590) verdient geen aanbeveling, daar Karel de Groote meer de man is voor een keerpunt in de Algemeene geschiedenis dan in de Kerkgeschiedenis. In de Kerkgeschiedenis was Gregorius de Groote de man.]

Wij achten de geschiedenis der Kerk het best te verdeelen als volgt:

I. de tijd voor de Hervorming.

II. de tijd na de Hervorming.

Elk dezer groote perioden kan men dan weer in onderdeelen scheiden, zoodat men dan krijgt:

a. Het apostolisch tijdvak 33—100.

b. Van den apostel Johannes tot Constantijn den Groote 100—323.

c. Van Constantijn den Groote tot de Kruistochten 523—1096.

d. Van de Kruistochten tot de Reformatie 1096— 1517.

e. Van de Reformatie tot de Revolutie 1517—1800.

f. Van de Revolutie tot het heden 1800—1900.

Of anders gezegd:

I. de Oude Kerkgeschiedenis 33—600.

II. de Kerkgeschiedenis der Middeleeuwen 600—1517.

III. de Nieuwere Kergeschiedenis 1517—1800.

IV. de Nieuwste Kerkgeschiedenis 1800—1900.

6. Waaruit kunnen we de kennis putten om. de geschiedenis der Kerk recht te kennen en te beschrijven? {De bronnen).

Onder bronnen verstaat men op Kerkhistorisch terrein die gegevens, waaruit rechtstreeks door den ge- schiedschrijver kan geput worden.

Men onderscheidt geschreven en ongeschreven bronnen.

Onder de geschreven bronnen staan de boeken dea N. Testaments vooraan. Zij bekleeden eene afzonderlijke plaats, omdat ze vanwege de inspiratie goddelijk gezag bezitten.

Daarop volgen de geschriften op naam der apostelen, die der apostolische Vaders, der Kerkvaders, en andere Kerkelijke schrijvers, de martelaarsboeken, de levens der heiligen en der pausen, de kloosterkronieken, de stichtelijke volkslectuur, geestelijke volksliederen, acten van conciliën, pauselijke bullen, belijdenisschriften, liturgische geschriften en Kerkelijke wetten (canones).

Tot de ongeschrevene bronnen behooren: Kerkelijke gebouwen, beelden, schilderwerken, grafzerken, zegels en andere voorwerpen, die door opschriften of voorstellingen op een of andere wijze licht kunnen verspreiden over verschijnselen op christelijk gebied. Ook de mondelinge overleveringen.

{Wordt vervolgd).

Uit de afdeelingen.

ZEIST, 6 Maart '11. Heden avond mocht de Chf. J. V. «De Heere is mijn Banier» haar 47ste verjaring door 's Heeren goedheid feestelijk herdenken in  «Irene». Gezongen werd Ps 119 : 5, 6, gelezen 1 Kon. 18: —21, waarna de Voorz. het woord gaf aan Ds. M. Jongebreur van Veenendaal, die zoo bereidwillig was een feestrede, naar aanleiding van 1 Kon, 18 : i6a, voor ons te houden. Gesproken werd over Elia's bevel en Obadja's aarzeling.

Spr. stond achtereenvolgens stil ie. bij den dienst van Obadja bij Achab, 2e. bij de vrees van Obadja voor Achab en 3e. bij den moed van Obadja tegenover Achab. In deze ernstige en schoone rede liet Z.Eerw. duidelijk uitkomen, hoe wij allen, bizonder de jongelingen, bij Achab in dienst staan. Want hoewel de persoon Achab reeds lang gestorven is, de geest van Achab wordt overal teruggevonden in Kerk, School, Staat en Maatschappij, en ieder Christen, en weer in 't bizonder de jongeling, moet dezen Achab tegemoet en in de kracht Gods hem bestrijden.

Nadat deze zoo schoone en treffende rede door het zingen van Ps. 19:6 en dankzegging door Z.Eerw. was gesloten, werd het feest voortgezet in het lokaal der Ver. »Boschzicht.« Deze zaal was stampvol en er heerschte een opgewekte stemming. De verschillende opstellen en voordrachten getuigden van werklust der leden. De afgevaardigden der plaatselijke vereenigingen «Jonathan» «Pred. 12 : la». en «Patrimonium», en die der bevriende vereenigingen Veenendaal en De Bildt, verhoogden door hunne feestgroeten niet weinig de feestelijke stemming. Het was ons vooral een blijdschap »bondsbroeders». in ons midden te hebben!

Na het zingen van Ps. 84:3 eindigde de Voorzitter met dankzegging. Met een terugblik op hetgeen achter ons is, kunnen we niet anders dan gemoedigd voortgaan, hopende, dat de Heere onze vereeniging nog tal van jaren moge sparen en nog tot een zegen mag doen zijn van menig Zeister jongeling.

JOH. TIELA, Correspondent.

Ingezonden.

M. d. R.

U dankend voor de zéér uitvoerige omschrijving van den stamboom van het huis van Oranje, meen ik te moeten opmerken, dat er een enkele vergissing is ingeslopen.

De twee takken van Willem den Rijke (Willem I en Jan van Nassau) ontmoeten elkaar daar, waar Willem Frederik, zoon van Ernst Casimir (lijn Jan de Oude) huwt met Albertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik (lijn Prins Willem I.) Uit dit huwelijk wordt Hendrik Casimir II geboren, zoodat dan ook onze Koningin in de vrouwelijke lijn van Willem I afstamt (door Albertine Agnes, de dochter van Frederik Hendrik en Amalia van Solms).

De fout zit hierin, dat u Hendrik Casimir II een zoon noemt van Hendrik Casimir I, terwijl hij een zoon is van Willem Frederik en Albertine Agnes.

't Wordt dus als volgt:

U dankend voor de verleende plaatsruimte.

Uw abonné,

Sommelsdijk.

J. VAN DER VELDE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's