Ned. Herv. Jongelingsbond.
Kerkgeschiedenis. IV.
7. Hoe is de Kerkgeschiedenis in den loop der eeuwen beschreven ?
De Handelingen der Apostelen, het werk van Lucas, onderscheidt zich al dadelijk van de andere geschiedboeken. Dit behoort tot Gods Woord.
De Vader der Kerkgeschiedschrijvers is Eusebius, bisschop van Caesarea. Zijn historiën gaan tot het jaar 323 (Historia ecclesiastica) In de 5de eeuw werd zijn werk voortgezet door Socrates (schrijvend over de jaren 306—439), Sozomenus (schrijvend over de jaren 323—423) en Theódoretus (schrijvend over de jaren 325-429).
In de 6de eeuw sloot zich bij hen aan: Euagriüs (schrijvend over de jaren 431—594).
Al deze mannen leefden en werkten in de Oostersche of Grieksche kerk. Van toen af bleef de Kerkgeschiedschrijving in 't Grieksch rusten tot in de 14de eeuw.
De Westersche of Latijnsche kerk had geen oorspronkelijke geschiedschrijvers. Men bepaalde zich daar tot het overzetten in het Latijn en het omwerken van de reeds gegeven historische stof.
Hierdoor zijn bekend Rufinus ( 410) en Cassiodorus (pl. m. 550).
De abt Anastasius { 891) leverde éen uittreksel uit vroegere werken.
Gedurende de Middeleeuwen heeft men aan de Kerkgeschiedbeschrijving niet veel gedaan.
Met de Reformatie werd de zucht tot critisch onderzoek en zelfstandige behandeling der gebeurtenissen op christelijk en kerkelijk gebied levendig.
De gewichtigste reden daarvan was, dat de mannen van de reformatie wilden aantoonen, dat de Kerk sedert lang het oorspronkelijk pad, dat naar de Schriften was, verlaten had.
Maar daartegenover kozen toen de Roomsch-Katholieken partij!
Vandaar dat kort na de Reformatie van beide zijden ene poging gewaagd werd om de geschiedenis der kerk te beschrijven.
Een vereeniging van Luthersche godgeleerden, aan wier hoofd Matthias Flacius stond (naast Joh. Wigand en Matth. Judex) heeft toen uitgegeven de zoogenaamde Maagdenburger centurièn, een werk dat bestond uit 13 deelen, waarvan elk deel de geschieenis van een eeuw omvatte (1—300 n. Chr.).
Het werk, dat te Basel is uitgegeven (1559—1574) behoort tot de bronnen van de Kerkgeschiedenis, niet omdat het geheel oorspronkelijk is, maar omdat de bekende bronnen er critisch in worden behandeld en vele onbekende er in zijn gebruikt.
Van Roomsche zijde werd. toen de geschiedenis der Kerk beschreven door Caesar Baronius, die een werk uitgaf in 12 deelen. (Annales, uitgegeven te Rome (1588-1593).
Als vertegenwoordigers der nieuwe Kerkgeschiedbeschrijving (in de 18de eeuw) noemen wij: J. L. van Mosheim ( 1755) en S. J. Baumgarten.
Prof. A. Neander ( 1850) hoogleeraar te Berlijn vormde een school, waaruit uitnemende beoefenaren der Kerkgeschiedenis zijn voortgekomen; o.a. K. R. Hagenbach ( 1874). Voorts moet genoemd worden J. K. L Gieseler (1854), die eene Kerkgeschiedenis schreef, beroemd om de vele aanhalingen uit de bronnen. Ook zijn bekend: K. von Hase (1890) en J. H. Kurtz (1890).
Tot de nieuwste Kerkgeschiedschrijvers behooren A. Harnack, F. L. Zahn enz.
Van onze landgenooten behooren vermeld te worden : Royaards (1854), Kist ( 1859), Moll (1879), Acquoi ( 1896), Dr. A. Kuyper Sr., Prof. F. L. Rutgers, Prof. S. D. van Veen, Prof. F. Pijper, Dr. L. A. Langeraad, Prof. H. M. van Nes enz.
Reeds Lucianus (pl. m. 165 n Chr.) heeft gezegd: »het eenige wat de geschiedschrijver te doen heeft is te verhalen, hoe het gebeurde zich heeft toegedragen.»
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's