De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Een moede zwerver.

1) {Auteursrecht voorbehouden.)

Nebur verloor op jeugdigen leeftijd zijn vader en zijn moeder. Het zieleleed drukte zwaar op den jongen, temeer wijl hij nog nooit iets gehoord had van het lijden, dat door Christus geheiligd wordt. Hij was gedoopt in de Roomsche Kerk, maar de moderne invloed, die uitging van de Hervormde Kerk daar ter plaatse, werkte de onverschilligheid der gansche bevolking in de hand. De grondtoon van het menschenleven in dat moderne centrum was: „Laat ons eten en drinkenen vroolijk zijn!"

„Leven is genieten!" En daardoor strekte de invloed van sociëteit en herberg verder dan die der Kerk. Eigenlijk werkten Kerkeraad en sociëteit samen om het volk, de massa, te veredelen langs den weg van ontspanning en verpoozing. Door hun massale meerderheid konden de mannen der moderne richting zich onbeschaamd en ongestoord overgeven aan de consekwentie van hun stelsel. Stel u voor, een Christelijke Kerk, waar hij, die als Bedienaar des Woords fungeert, op Zondag afkondigt: «De Kerkeraad brengt ter kennis van de gemeente, dat met het oog op den te houden Zeilwedstrijd aanstaanden Donderdag, Hemelvaartsdag, geen godsdienstoefening zal gehouden worden." Zulk een meedeeling is een vonnis.

Een diaken presteerde nog iets, maar een dominé en een ouderling waren eigenlijk clericale antiquiteiten in het oog der denkende menschen. Doch de Kerk beschikte over rijke fondsen, de diaconie kon bogen op eenige schoone hoeven; een wees-en rusthuis voor ouderloozen en hoogbejaarden kon ieder jaar, trots zijn belangrijke uitgaven, een groot bedrag overleggen. Om en door de rijke fondsen kon men dan ook nog ambtsdragers krijgen, hoewel ze er soms naar waren!

Had het Gereformeerde voorgeslacht niet op zoo milde wijze voor de toekomst gezorgd, het modernisme zou ook hier zetelen op een groote ruïne van geestelijke en stoffelijke misère.

Regenten van het weeshuis hadden geen bezwaar den kleinen Nebur op te nemen, en zoo trad de wees den kleinen kring van kinderen binnen, die evenals hij den dood hunner ouders te betreuren hadden. De voeding was ongetwijfeld beter dan de opvoeding. Vader en moeder waren billijke menschen, en Nebur hechtte zich spoedig aan hen, hij was meegaand en zacht van aard. Maar alles was er zoo doodelijk neutraal. Stelselmatig werd in het leven der kinderen de godsdienst gebannen. Geen kinderhart, dat treurde; geen kinderoog dat traande, werd ooit gewezen op Jezus, die ook kinderen in Zijn armen nam.

Zoo groeide Nebur op, zonder heftige beroeringen, zonder treffende episoden in zijn kinderleven. Het jaar van een beroepskeuze was voor hem gekomen. Eere moet gegeven worden aan de regenten, die geen kosten ontzagen om den armen weezen een toekomst te bezorgen. Nebur behoorde op school niet tot de hoogvliegers, hij was middelmatig, maar zette door en werkte ijverig.

Er bestond dan ook geen bezwaar om hem, naar zijn verlangen, op te leiden tot onderwijzer. Hij bezocht de Openbare Normaallessen; 't was daar heel dunnetjes, wat 't onderwijs en de opleiding betrof. Moegewerkte hoofden, soms nog gedrukt door 't pasgebruikte diner, arbeidden daar om personeel voor de volksschool te kweeken. „Geef ons betere waarborgen voor uw onderwijs!" roept men tot Rechts, maar Links steke de hand eens in eigen boezem. Of zij er niet melaatsch uitkomt? Wij vreezen!

Nebur zwoegde, blokte en slaagde met'zeer middelmatige cijfers, met een minimum van kennis. Op een naburig dorp vond hij weldra een betrekking. Op de dorpsjeugd kon hij nu experimenten nemen met zijn gebrekkige practische kennis. Hij was een goede jongen, maar hij had twee groote gebreken, die hem in zijn carrière van onderwijzer noodlottig konden worden: hij was te zachtzinnig en miste bij zijn onderwijs den factor om de belangstelling van het kind op te wekken. En dat gebrek aan interesse wreekte zich zeer: onoplettende leerlingen, slechte vorderingen en een ontstemd onderwijzer. Hij was een levend bewijs, hoe een kind, een klasse mislukt door de schuld van den onderwijzer.

Eén ding was gelukkig, 't was gauw vier uur en hij had een flink tractement, dat was een troost in zijn ellende. De grondslag van zijn opleiding was zoo bekrompen geweest, dat de lust tot verdere studie hem ontbrak. Hij beproefde het wel, maar 't kostte hem te veel inspanning, hij zuchtte onder 't begrijpen en het memoriseeren.

Daar trad de vacantie in, een blijde tijd voor den armen zwoeger.

Nu kon hij zijn lijden voor eenige weken vergeten. En bovendien, 't was kermis in de stad, hij kon nu volop genieten, dagen lang. Maar wie zijn geluk deelt met een ander, geniet dubbel. Deze philosophie was Nebur zich ook ongemerkt bewust geworden.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's