Voor Jong en Oud.
Een moede zwerver.
2) {Auteursrecht voorbehouden.)
Hij zocht naar een vriendin, met wie hij in alle eer en deugd eens kon uitgaan. Er waren jonge meisjes genoeg, doch hij gevoelde, een meisje van een kalme natuur zou hem passen. Geen fladderende schoonheid, geen pronkziek juffertje, maar een degelijk burgermeisje was zijn partij.
In de moderne stad vond men hier en daar nog een enkel gezin, waar men de knie niet voor Baal boog. De band tusschen hen was zwak, de organisatie stond op losse schroeven, de levensstand was klein-burgerlijk, zoodat de conditie ontbrak voor het beginsel om te groeien en tot ontwikkeling te komen. Onder de kleine lieden van Christelijken huize telde men een bejaarde weduwe met haar eenige dochter; ze waren Lutheranen. Ze verdienden een behoorlijk stuk brood als modisten. Moeder had alles ten koste gelegd om haar Mina degelijk onderricht te laten geven; en ze had succes van haar opofferingen. Beiden bemoeiden zich weinig met de buitenwereld. Zij vormden een wereld apart, in huis hadden ze een Bijbel, eenige boeken van Luther en eenige stichtelijke lectuur. Zij wandelden met God, volgens hun beste weten, en oprecht waren ze in hun belijdenis, al was die ook veelszins oppervlakkig. Geen kermisjoel, geen Nutsuitvoering, geen fanfare-pret kon haar boeien; in huis vonden ze bevrediging voor hart en hoofd.
Op dit meisje had Nebur het oog gericht, en zijn keus was maatschappelijk niet slecht. Maar, hoe haar te ontmoeten? Hij kende haar en zij kende hem slechts van aanzien. Hij meende zijn vrijmoedigheid aan het papier te moeten toevertrouwen. En zoo ontving Mina op zekeren avond het volgende briefje:
„Lieve juffrouw! Ik zou u gaarne morgenavond even willen ontmoeten. Bestaat er bij u geen overwegend bezwaar, dan wacht ik een kort woord van u terug. Met achting en groete, uw vriend Nebur".
Mina stond niet zéér verbaasd, 't Was het eerste briefje niet van dien aard, dat ze ontving. Ze had ze altijd beleefd beantwoord. Maar meermalen was ze bij nadere kennismaking afgestuit op hot groote bezwaar: er bestond geen overeenstemming in zake godsdienstige overtuiging. En die was nummer één voor haar, voor een blijvende harmonie. Wat zou ze antwoorden? Zo schreef, dat de heer Nebur ten haren huize door haar en haar moeder werd verwacht.
Nebur verscheen in zijn Zondagsplunje, net en helder. Eenigszins bedremmeld nam hij plaats tegenover moeder en dochter. Hij vertelde, wie hij was, ofschoon ze dat wel ongeveer wisten. In de vacantie hoopte hij te genieten, en de kermis bood daartoe een alleszins geschikte gelegenheid. Vandaar, dat hij aan juffrouw Mina verzocht, of ze genegen was eenige avonden met hem uit te gaan; hij twijfelde niet of moeder zou daar wel in bewilligen.
Moeder knikte vriendelijk Mina toe en Nebur kreeg bijna zekerheid van zijn eerste triumf.
„Mijnheer Nebur — zei Mina vrijmoedig — ik vind het wel vereerend voor mij, dat gij u tot mij hebt willen wenden met uw verzoek ; maar ik moet beslist voor die eer bedanken".
„Beslist? Kom, dat meent ge niet. We gaan eens naar de komedie, naar het paardenspel, naar de pofiertjeskraam, daartegen kan toch geen bezwaar bestaan ? Ik heb een gevulde beurs".
„Dat wil ik wel gelooven, doch ik ga niet. Ik moet u teleurstellen".
„Om welke reden, om de kermis of om mijn persoon? "
„Wilt ge dat weten? "
„Ja, dan ben ik tevreden".
„Nu, kort en goed, om de kermis. Daar kan ik naar mijn overtuiging geen voet zetten. Ze is mij tot zonde!"
„Zonde!" grinnikte Nebur, zeer meewarig.
Zonde ! Nebur had een flauw besef, dat dronkenschap, diefstal zonde was. Maar pret, genot, zonde?
Mina gevoelde zich plotseling midden in den strijd geplaatst. Zou ze voortvaren? Zou ze haar levensopvatting, zooals God die voor haar zieleleven ontwikkeld had, ontvouwen? Neen, daarvoor was het nu de ure nog niet. Later misschien.
Nebur was verdrietig, 't viel hem bitter tegen. Hij maakte dan ook aanstalten om te gaan vertrekken. Mina zou zich daartegen niet hebben verzet, maar moeder zei tot hem: „Mijnheer, ge moet zoo'n haast niet maken, blijf nog een uurtje keuvelen".
De oude vrouw opende het boek van haar verleden. Ze vertelde van de smart, die ze geleden had door het verlies van haar man; van den strijd, dien ze had moeten strijden om eerlijk door de wereld te komen. Maar, ze was nu dien hangen tijd te boven: ze had brood en ze vond vrede in haar woning.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's