De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

6 minuten leestijd

Vader, in Uwe handen beveel ik mijnen geest. Luc. 23 : 46a.

Goede Vrijdag.

Ga met ons naar Golgotha op dezen Goeden Vrijdag. 't Is daar de plaatse des gerichts waar recht gedaan wordt.

Twee menschen, die 's menschen bloed vergoten hebben worden hier door de Overheid gestraft met den dood, krachtens de ordening Gods: die des menschen bloed vergiet, diens bloed zal vergoten worden.

Is het ook niet vreeselijk om een mensch te dooden? Om een beelddrager Gods van het leven te berooven?

Moet dan het zwaard van Gods gerechtigheid niet worden ontbloot en straffend neerdalen op het hoofd van den schuldige?

Wee die in deze geen gerechtigheid doet! Wee die Gode ongehoorzaam is! Wee die den goddelooze rechtvaardigt.

De zonde — ook déze zonde, om de doodstraf na te laten — is een schandvlek der natie.

— Maar om het recht doen aan de twee moordenaars is het ons eigenlijk voor 't oogenblik niet te doon.

We willen ons oog slaan op Hem, die oók verhoogd is aan een schandpaal, en boven Wiens hoofd dan geschreven is: Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden.

Hij is ook gebracht op deze plaats, zijnde een plaats des gerichts.

Ook over Hem zou recht worden gedaan.

Maar... is Hij dan niet de Heilige, die zonder erfsmet en zonder erfschuld is ? Is Hij niet de Rechtvaardige, die zeggen kon: wie overtuigt Mij van zonde ?

En Hij dan tusschen twee moordenaars, om gedood te worden?

Is voor Hem het hangen aan een vloekhout weggelegd ?

Wonderlijk niet waar?

Aan den dood was Christus niet onderworpen, want Hij had in Adam niet gezondigd en had zelf ook in geen ding overtreden, 't Was dag en nacht Zijn vreugd geweest om Gods wil te doen. En dan toch aan het vloekhout. Dan tóch sterven. Dan tóch uit het land der levenden uitgerukt, om neergelegd te worden in het stof?

Zeg gerust dat Gij het niet begrijpt. Dat het uw verstand te boven gaat. Dat het uw rechtsgevoel krenkt.

't Is ook alleen maar te verstaan door een ziele, die de hoogte van Gods recht heeft gemeten en de diepte van Gods oordeelen heeft gepeild en die in Gods eeniggeboren Zoon den Schuldovernemer, den Borg mag begroeten. Die zelf vrijwillig den vloekweg wil ingaan, als de volmaakte Hoogepriester die zichzelf gaat offeren als het Lam, welks bloed reinigt van alle zonden.

De schuld van zijn Sion neemt Hij op zich, onder het recht Gods buigt Hij zich neder, het Zoenoffer brengt Hij, met uitstorting van Zijn bloed. Hij die vrij beschikt over Zijn ziel en lichaam. Ea dat moment is nu aangebroken dat Jezus vrijwillig de grootste zondaar wordt, hangend aan een vloekhout; van de aarde uitgesloten en den hemel onwaardig.

Waar is een zonde die Hij niet op zich genomen heeft?

Waar is een straf, die Hij niet wil verduren ?

En we kennen het recht Gods, dat ieder die de zonde doet en met de ongerechtigheid gemeenschap heeft, moet sterven.

Dat is een inzetting des Heeren, Die Zijn woord weet waar te maken, ook - in al zijn verschrikkingen !

O, wat roept dat middelste kruis dan uit: Jezus Christus heeft de Zijnen lief, lief tot in den dood. — om voor hen te dragen al de zonden en al de straffen.

Hartontroerend voor , degenen die niet vreemd aan zichzelf zijn en 't mogen weten, dat dit offer den Heere alleen kon hehagen.

„Hij heeft met eéne offerande in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden". (Hebr. 10 : 14.)

Men had Hem gevangen, gebonden, weggeleid, uitgestooten buiten Jeruzalem, opgehangen aan een hout.

Door menschenhand was Jezus als een vervloekte gehangen tusschen twee moordenaren ; door menschenhand, waarvoor David terug beefde.

Maar die het gedaan hebben wisten niet wat zij deden.

Want zij verstonden niet, dat Jezus zélf was gekomen tot Zijn lijden, dat Hij zélf was ingegaan in het oordeel des vervloekten doods. Vrijwillig! Al om Gods recht te vervullen. Ook om de vreugde die Hem was voorgesteld te smaken en een volk van zondaren en zondaressen als een reine, maagd voor te stellen aan den Vader en Zijn Sion in te brengen in het hemelsche Kanaan.

Sions Paaschlam is vrijwillig gegaan tot het altaar. En vrijwillig heeft Hij Zijn ziele uitgestort in den dood. Om vol vertrouwen tot den vader te gaan, zeggende: Vader, uit Uwe hand wacht mij nu een groot goed, namelijk om Sion te ontvangen als Mijn deel, de kleinen met de grooten saam.

Dat zien we als Jezus gaat sterven.

Hij wordt niet van de aarde opgenomen gelijk Henoch, Hij vaart niet op gelijk Elia, zonder den dood gezien te hebben. Neen — Hij moet sterven en wel zonder ondersteuning van vriendenhand. Zonder dat Hij zelfs kan drinken naar zijn lust. Op een hard en ver achtelijk kruishout uitgerekt en vastgenageld. Maar de Heiland doet het vrijwillig en blijmoedig; zonder murmureering, in vol betrouwen op Zijn Vader.

Zelf legt Hij Zijn leven af. Op Zijn tijd en op Zijn wijze.

Triomfantelijk roepend voor de ooren van al Zijn vijanden, dat God Zijn vader is.

Blijde betuigend ten aanhoore van de hel, dat Hij den hemel zag geopend.

't Was alles volbracht, zooals de Heere het had gewild.

Hij had de loopbaan geloopen.

Nu zag Hij de krone der overwinning. En die krone der victorie dan voor de Zijnen, in wier plaats Hij leed en streed en stierf.

Op de handen Zijns Vaders is Zijn oog.

Op die handen, waarmee al Gods kinderen omsloten worden.

Op die handen in welker palmen ds namen van Sions burgers staan ingegraveerd.

In welke handen Hij nu legt, wat Sion alleen tot lossing dienen kan.

O, wat wordt het sterven van Christus zóo heerlijk!

Het recht Gods wordt voldaan.

De handen des Vaders, die van oordeelen vol zijn om der zonde wil, vult Christus met de overgave van zijn leven in den dood.

En nu ziet Hij het leven van Zijn Sion bij God.

En Hij haast zich om bij den Vader te komen, begeerig om dan te deelen in het heil, dat voor Gods volk is weggelegd van eeuwigheid.

Vrijwillig, blijmoedig, vol vertrouwen op God, den Vader, sterft Jezus.

Met vrede en vreugd. Nadat alles volbracht is.

En ook voor Gods volk staat geschreven, dat de dood zijn prikkel verloren heeft en de dood geen vijand meer. Of althans een vijand, die overwonnen is. Een doorgang nu, om, de zonde afstervend, in het eeuwige leven in te gaan en dan altijd bij God te zijn, met verzadiging van vreugd.

O, overdenk dan uwen weg op dezen Goeden Vrijdag.

Waar zijn uw zonden? uw ongerechtigheden? Verzoend in Christus bloed ?

Dan is er geen verdoemenis meer. Maar dan zult gij ook het leven van den oprechte moeten kennen en aan den vindenstijd van Gods genade niet vreemd zijn. Zoo zal uw einde zijn met vrede. Door Christus bloed, dat dierbaar is. Maar wee ons! indien we het leven des oprechten niet kennen en aan de dagen des gebeds vreemd zijn. Dan is de vloek Gods ons deel. Dien niemand kan wegnemen dan het Lam Gods, dat op Golgotha stierf, om Sion het leven te verwerven om niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's