Allerlei.
Luther
Wij kunnen niet allen vorsten en heeren zijn, maar moeten in verschillende standen met en onder elkaar leven. Dat is zoo van God verordend. Daarom moet geen Christen zich beklagen, zoo hij tot een geringen stand behoort. Hebt gij ook niet zooveel als een koning of landbezitter, geen kroon van goud, geen macht, geen eer, toch hebt gij denzelfden God, den Schepper des hemels en der aarde en gij hebt denzelfden Heiland, Jezus Christus, Zijn doop en Zijn gansche hemelrijk; zooals Paulus van de Christenen zegt, dat zij niets hebben en toch alles bezitten, want alles is het uwe, maar gij zijt van Christus en Christus is Gods.
Hoewel menschen van geringen stand voor God gelijk zijn en éen Heere, éen geloof, éen doop hebben, zoo staat het en voegt het toch gansch niet, dat de boerenarbeider achter zijn ploeg of een dienstbode in het huis harer meesteres leven en handelen zouden, alsof zij heer en vrouw waren. Zooals dit b.v. tegenwoordig het geval wordt, dat ook de laagste standen zelfs over de hoogere heerschen willen en de knechten en meiden een hoogen toon voeren tegenover hunne heeren en vrouwen ; vooral wanneer zij weten, dat dezen niet buiten hen kunnen.
Dat past geen Christen, want het druischt lijnrecht tegen alle leering en vermaning van onzen Heere in.
Waar de kinderen baas zijn kan het geen Bethel zijn; daar wordt het Babel.
Onze gebreken.
Onze gebreken staan niet op ons voorhoofd geschreven, en gelukkig dat het zoo is, want hoe wijden hoed zouden wij noodig hebben om ze te bedekken.
Niemand is zóo wijs, of er is nog dwaasheid genoeg in hem om eene kraam te vullen op de jaarmarkt der zotheid.
De Zondag.
Er waren eens zeven broeders. Zes hunner trokken aan den arbeid; de zevende echter bleef thuis. En als de zes broeders doodmoede van hun werk huiswaarts keerden, vonden zij daarbinnen alles schoon en opgeruimd, den maaltijd klaar en de lamp vroolijk brandende. Dan waren zij blijde en prezen den broeder, die thuis was gebleven.
Eén hunner echter meende op een goeden dag de dingen beter te bekijken dan zijn broeders. Hij schold den zevenden broeder een luiaard en dagdief, die ook wel werken en brood verdienen kon.
Zijn harde woorden vonden, helaas! bij de andere broeders weerklank, én, allen dwongen hun broeder nu, óók bijl en spade te nemen en des morgens mede aan het werk te gaan. Des avonds keerden allen huiswaarts. Maar geen vriendelijk licht wenkte van verre hun toe, dat zrj verwacht werden; geen zorgzame hand had het huishouden gedaan en de tafel gedekt; geen broeder was daar, die met een vriendelijken handdruk en een hartelijk woord hen begroette.
Thans zagen zij in, hoe dwaas zij gehandeld hadden, en, omdat het hun eigen schuld was, gevoelden zij zich dubbel ongelukkig in dat ongezellig tehuis.
In het vervolg bleef de zevende broeder weer thuis en het verstoorde geluk keerde spoedig in den kring terug.
Zoo is de Zondag, onder al zijne broeders, de dag, die den zes dagen der week licht en zegen brengt.
Een man, die zijn tijd en kracht in ledigheid verdoet, stelt zich zelf als mikpunt voor den booze, die een wonder goed scherpschutter is.
Een weinigje hout doet mijn kachel gloeien; waarom zou ik dan morren, dat niet alle bosschen mijn eigendom zijn.
Zooals de aarden kruik, ook al sprong hij in duizend barsten, de vingerlijnen van den Maker toont en de handgreep van den Pottenbakker, zoo vertoont ook de mensch zijn Goddelijke afkomst. In de lappen van zijn gescheurd kleed merkt ge nog de overblijfselen van den sierlijken koningsmantel, die hem eens als mensch Gods van de schouderen golfde.
Tobbers zenden zelf het leed een wagen tegemoet om het als gast tehuis te halen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's