Staat en Maatschappij.
In het jaar 1911. (Slot.)
Een paar merkwaardige staaltjes uit het tweede gedeelte der redevoering van den heer Groenewout moge vanwege de curiositeit hier nog een plaats vinden.
De spreker voor „Volksonderwijs" had het in het vervolg van zijn betoog over opvoedkunde.
Hoe weinig de redenaar echter van de christelijke opvoedkunde begrijpt, blijkt wel uit de voorlichting, welke hij op dit punt aan zijne toehoorders gaf.
Velen vinden 't noodig, dat er nog wat meer worde geleerd, dan de openbare school geeft. »Laat de kinderkens tot mij komen«, zoo schrijven ze dan boven den ingang hunner scholen, alsof zij het recht hebben, deze uitspraak van Jezus (Matth. 19) voor zich alleen op te eischen. Toen Jezus zag, dat de ouders hunne kinderen van hem verwijderden, sprak hij deze woorden en legde de kleinen de handen op en zegende hen, opdat zij goed en braaf en rein zouden worden. Nergens staat geschreven, dat men de kinderen godsdienstonderwijs op school moet doen geven: dat heeft de orthodoxie ervan gemaakt; ook hier moet de vlag de lading dekken en de domme gemeente bedot worden.
Ook uit een opvoedkundig oogpunt is het een groote misslag om kinderen dogma's bij te brengen. Een der opvoedk. stelregels is: Ga van het eenvoudige tot het moeilijke. Deze paedagogische regel, bij alle 'onderwijs streng doorgevoerd, wordt geheel verkracht, als men het jonge kind godsdienstonderwijs doet geven. Meer nog ; zoo gauw men geloofsbelijdenissen gaat uitdragen, komt men tot splitsing. En dat is bijzonder het geval met ons volk; men gaat hier in talloos vele stroomingen uiteen. Wel te verklaren is het, dat men hier in de 16de en 17de eeuw een predikanten-en priesterregeering had, wier wedergade men niet vond. De strekking van het bijzonder onderwijs is geen andere, dan de kinderen uiteen te drijven, scheiding te veroorzaken, ook (en vooral) als ze tot volwassen menschen zijn opgegroeid. En dat juist door godsdienstonderwijs op school toe te laten.
Wat zegt men nu wel van zulk geredeneer van een schoolautoriteit, die zich n.b. als voorlichter van het volk aandient ? en dat terwijl het Christelijk Onderwijs zich niet in een hoekje terugtrekt, maar voor ieder belangstellende zijne deuren wijd openzet. Weet het verlichte liberale volksdeel nog niet, dat' het bij de opvoeding der jeugd in de Christelijke school niet gaat om het geven van uitsluitend godsdienstonderwijs, maar in de eerste plaats om een onderwijs, dat in al zijn onderdeden de toepassing van het Christelijk beginsel heeft?
Is het niet merkwaardig dat van dit feit de kennis in het jaar 1911 nog ontbreekt?
En dan durft de geachte spreker voor „Volksonderwijs" nog te zeggen, dat de voorstanders van het bijzonder onderwijs liever in het geheim pressie en dwang op de ouders uitoefenen en door onware voorstellingen de openbare school willen leegpompen; waarop dan woordelijk dit in het verslag volgt:
Als men een eerlijke, objectieve uiteenzetting van 't verschil gaf, dan zou men geen of weinig succes bereiken.
Het moet bij het denkend deel der natie toch wel vreemd toegaan, en de vraag rijst in dit verband, of de heer Groenewout van zijne vrienden de ervaring heeft opgedaan, dat zij zich zoo maar alles op den mouw laten spelden, en niet weten, waar het eigenlijk om gaat ? Tot zijne eigene onderrichting moge het daarom dienen, dat de voorstanders van het Christelijk onderwijs met het verschil tusschen de openbare en bijzondere school wel degelijk op de hoogte zijn, al zijn ze daarbij niet zoo geleerd, als de mannen, die het vrijzinnig beginsel voorstaan.
Het onderwijs moet vrij van dogma's zijn, omdat de kinderen de dogma's niet begrijpen. Wat zal van een onderwijs terechtkomen, zoo vraagt de liberale woordvoerder, als het onderricht van leerstellingen uitgaat? De kinderen, zoo heet het, vinden zulk onderwijs vervelend en bovendien zijn er vele bladzijden in den Bijbel, die voor kinderen ongeschikt zijn. In welken geest het onderwijs dan moet gegeven worden ? Er moet liefde tot den naaste zijn. Verdraagzaamheid en onderlinge waardeering moeten bevorderd worden. Doch hét Christelijk onderwijs veroorzaakt tweedracht en scheiding door de kinderen te splitsen en te verdeelen. Dat onderwijs maakt de leerlingen niet knapper en braver en deugdzamer.
En de rest, weet men!
Beluistert men hier niet den toon, die in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw allerwege gehoord werd ? Maar in het jaar 1911 ?
Zou men van liberale zijde het nu heusch niet weten, dat ons volk door ondervinding geleerd, wijzer geworden is ? Zoo neen, dan zitten hier niet de mannen, van het Christelijk onderwijs, maar de palstaanders voor het openbaar onderwijs in de nachtschool. Groenewout moge vanwege de curiositeit hier nog een plaats vinden.
Ruw geweld.
Reeds geruimen tijd zijn de verschillende groepen van Links bezig, om stemming in den lande te maken voor het algemeen kiesrecht. De Vrijzinnig-Democraten en de Socialisten hebben daarvoor zelfs een petionnement op het getouw gezet. Natuurlijk staan bij die actie de Sociaal-Democraten aan het hoofd der beweging. Nu schijnt intusschen het verloop der zaken niet zóó te gaan, als men gemeend had. De handteekeningen, die men onder het petionnement bij tienduizenden verwacht had, komen maar bij duizenden onder het verzoekschrift te staan. Daarom moet hetgeen aan innerlijke kracht voor de beweging om algemeen kiesrecht ontbreekt, door uiterlijk vertoon worden aangevuld.
Op het congres, dat dezer dagen de Sociaal-Democraten te Utrecht hielden, heeft Mr. Troelstra een tipje van den sluier opgelicht over de plannen, die de Sociaal-Democraten hebben, om aan de Kiesrechtdemonstratie in September meerder aanzien te geven. Het ligt daarbij in de bedoeling, de betooging voor het kiesrecht te doen samenvallen met de plechtigheid van de opening der Kamers. Als de Koningin dus opgaat om de Staten-Generaal te openen, zal men tegelijkertijd voor het algemeen kiesrecht gaan betoogen.
Wordt het houden van een optocht geweigerd, dan zullen de Sociaal-Democratische afgevaardigden de openingsplechtigtieid gaan bijwonen, om in de zaal, waar de Troonrede wordt uitgesproken, voor het algemeen kiesrecht te manifesteeren.
De Koningin zal dan op die manier in contact gebracht worden met de voorstanders van het algemeen kiesrecht.
Men ziet, de Sociaal-Democraten zijn, ondanks dat zij meer naar rechts opschuiven, nog altijd revolutionair.
Wat niet zoo maar dadelijk langs den geordenden weg kan plaats hebben, moet met ruw geweld worden doorgedreven.
We zullen op dit punt van de plannen der Sociaal Democraten nog wel meer hooren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's