De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis. VI.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis. VI.

6 minuten leestijd

b. Het Jodendom.

De Grieksch-Romeinsche wereld, waartoe bijna al de volkeren, welke de oude geschiedenis kent, behoorden, mag een indruk geven van een in zijn soort volkomen staatsorganisme, in werkelijkheid was er een zoeken en tasten, zonder dat men vond wat men noodig had.

En zijn de godsdienstige vereenigingen niet weinigen en de altaren bijna zonder tal, wanneer we lezen wat Paulus in den aanvang van zijn brief aan zijn broeders te Rome schrijft, dan bemerken we, dat het daar een poel is vol ellend en gruwel.

In de paleizen der keizers heerschten schandalen, die men gelukkig niet eens weet te vertolken. De aanzienlijken verbrasten duizenden bij éen middagmaal. Calligula's vrouw droeg bij het feest harer verloving aan smaragden en edelgesteenten tot een waarde van 5 millioen.

Een zekere Apicius verhing zich, omdat hij, nog enkele tonnen gouds bezittende, vreesde binnen weinige dagen arm te zullen zijn, wat hem te groote schande was. Het gewone volk leefde van brooduitdeeling op de markt en verkwistte den kostelijken tijd met de wreede zwaardspelen en dierengevechten aan te gapen.

Het huiselijk leven was ten gronde gericht. Echtscheidingen waren aan de orde van den dag. De opvoeding der kinderen werd aan slaven toevertrouwd en deze vormden de zonen van die trotsche heeren tot zedelijke slaven.

Een diepte van ellende in het rijk van den machtigen Augustus. En deze wist het niet, dat een andere Vorst gereed stond om een ander Koninkrijk te stichten, waar vrede en barmhartigheid zou te vinden zijn óok voor den heiden.

Wij schenken onze aandacht nu een oogenblik aan dien Koning, van God gegeven, komende uit het volk der Joden.

«Wij houden den Bijbel voor Gods Woord en houden bij alle gebeurtenissen de aandacht allereerst gevestigd op den Almachtigen God, die door Zijnen Christus alle dingen regeert en bestuurt» hebben we vroeger reeds gezegd.

En dan weten we, dat het volk der Joden een gansch bizondere plaats in de geschiedenis inneemt. Wij gaan niet terug naar de dagen van Abraham, ook niet van Mozes of David.

We gaan even zien, hoe het met Israel na de ballingschap gegaan was.

En we zeggen dan aanstonds: ongelukkig!

In 722 V. Chr. was Samaria verwoest door Salmanasser IV, koning van Assyrië. In 536 v. Chr. was Jeruzalem ingenomen door Nebukadnezar, koning van Babel.

Maar er was verlossing gekomen. In 536 keerde het volk onder Nehemia weer terug naar Palestina; om evenwel zich telkens te moeten buigen onder vreemde heerschappij, eerst onder de Perzen, toen onder de Macedoniërs, daarna onder de Egyptenaars en de Syriërs.

Doch de Heere regeert ook hierin en Hij weet zoo heerlijk Zijn raad uit te voeren. De Jood burgerde in in vreemde landen; en het stichten van Joodsche Synagogen op vreemd grondgebied heeft niet weinig bevorderd, dat het Evangelie van Jezus Christus later met groote snelheid in alle werelddeelen werd verbreid.

Wonderlijk!

Want nu kunnen we begrijpen, hoe die talrijke synagogen der Grieksche Joden ontstaan zijn aan de boorden van den Nijl en den Eufraat, in Griekenland en Italië — door de Apostelen later gebruikt tot verkondiging van het Evangelie; weldra het middelpunt van den christelijken arbeid in alle beschaafde landen. Droevig is het te hooren, dat 100, 000 Joden gevankelijk naar Egypte gevoerd zijn tijdens de regeëring der Ptolomaeën, maar daardoor is Alexandrië, de wereldberoemde handelsstad, voor geen klein deel door Hellenistische Joden bevolkt — die de Heilige Schriften later in de Grieksche taal zouden overbrengen (volgens de overlevering door een commissie van 70 taalgeleerden) waardoor de Bijbel voor de heidenen geen gesloten boek meer behoefde te zijn.

Niettemin ligt in die geschiedenis van vreemde overheersching voor het vrije volk uit Abraham gesproten een ontzettend oordeel. Wat is het goud verdonkerd! Wat is de eere omgezet in schande. Wat zijn de straffen te aanschouwen. En dat al, omdat Israël den levenden God verlaten had en zich bakken had uitgehouwen, die geen water kunnen bevatten. En omdat er bij Israël geen bekeering des harten kwam, gewerd Abrahams zaad ook geen verlossing. Telkens is er wel naar bevrijding gestaan, maar steeds tevergeefs. Denken we maar aan den tijd van de Maccabeën.

In 264 begon Palestina een twistappel te worden tusschen Egypte en Syrië, met het droevig gevolg, dat de Joden kwamen onder de heerschappij van Syrië.

Eerbiedigde Antiochüs de Groote den godsdienst  der Joden en stichtte hij Joodsche koloniën in Klein Azië (ook weer zonder te weten, dat hij daarmede den weg baande, waarlangs de kruisherauten later de heidemvereld zouden binnendringen) zijn zoon en en opvolger Antiochüs Epiphanes wilde de Joden dwingen hun Jehova-dienst voor dien van den Olympischen Zeus prijs te geven.

Met het volk was het toen treurig gesteld. Vele aanzienlijke Joden hadden hun godsdienst verlaten; er werd een leven geleid los en weelderig en onzedelijk. Met het hoogepriesterambt werd de grootste zwendelarij gedreven, wat onder de naar dat ambt staande mededingers moord en doodslag ten gevolge had. Dit feit gaf den Koning aanleiding Jeruzalem te plunderen en bijkans uit te moorden, terwijl 40.000 inwoners weer in slavernij werden weggevoerd.

De muren der stad werden afgebroken en uit de steenen een kasteel gebouwd op de plaats van den tempel, waar de Mozaïsche eeredienst werd afgeschaft en het beeld van den Olympischen Zeus op het brandofiferaltaar werd geplaatst, terwijl allen, die niet voor het godenbeeld wilden knielen werden omgebracht.

Deze geweldige onderdrukking gaf aanleiding tot een opstand van de Maccabeèn onder den priester Mattathias, die met een kleine maar bezielde schare voor den voorvaderlijken godsdienst begon te strijden. (167 V. Chr.)

Mattathias zelf stierf bij het begin van den opstand. Zijn dappere zoon Judas streed echter als een leeuw tegen de Syriërs en bracht hun menige nederlaag toe. Hij zocht echter de vriendschap der Romeinen. Het scheen alsof de Heere daarover Zijn ongenoegen deed kennen. Judas sneuvelde te Elasa (145.) Jonathan, zijn broeder, zette den strijd voort. Ook déze streed met dapperheid, maar hij poogde zich ook den steun te verzekeren van Rome. In 143 werd hij vermoord.

Zijn broeder Simon wist eindelijk het gehate juk der Syriërs van het Joodsche volk af te werpen en wist in 142 zelfs van de Romeinen de erkenning te verkrijgen van de bloedig.verworven onafhankelijkheid.

Het Maccabeesche huis beklom den Koningstroon en Israël herademde onder de regeering van dit huis. De godsdienst werd in zijn eer hersteld. De letterkunde bloeide. Maar er trad geen profeet meer op onder Israël, dat als het ware aan zich zelf was overgelaten en alleen door het zwaard zijner helden voor een tijd uit de hand zijner vijanden kon worden verlost.

(Hasmoneïsche dynastie, alzoo genoemd naar Hasmon, een der voorvaderen van Mattathias.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kerkgeschiedenis. VI.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's