Voor Jong en Oud.
Een moede zwerver.
6) (Auteursrecht voorbehouden.)
Nebur legde het blad neer, en zei: „Zoo voert men de jeugd, onze jongelui op immoreele wegen."
Een schaterlach was 't antwoord hierop. Verstoord vroeg de bediende: „Wat is er van uw believen, mijnheer Nebur? "
„Ik wenschte een Bijbel met een belijdenis des geloofs."
„Een vreemde bestelling in de kermisweek ! Een Bijbel met een belijdenis des geloofs! En een moeilijke ook. Met romans ben ik beter bekend dan met een belijdenis des geloofs, die slijten wij meer."
„Ik vraag uw oordeel niet over mijn bestelling. Kunt ge mij helpen of niet? " — was 't korte antwoord.
De bediende legde een exemplaar van den Staten-Bijbel, naar de uitgave van PieterKeur, op de toonbank, net gebonden in pluche, met vergulde sloten.
„Staat daar de belijdenis des geloofs in? "
„Ik weet het niet, 'k weet niet wat ge bedoelt. Zie en onderzoek zelf."
Nebur sloeg het boek open, maar kon niet vinden Wat hij zocht. Verlegen deed hij de sloten weer dicht en zei, dat hij den volgenden dag terugkwam. Met een koelen groet scheidden beide voormalige vrienden.
En als 's avonds Nebur terugkomt bij de beide vrouwen, om haar te vertellen welk een tegenstelling in zijn leven heeft plaats gegrepen door zijn bezoek en het gesprek ten haren huize, — dan vermaken zich zijn vrienden te zijnen koste op het kermisterrein.
Mina en haar moeder stonden verbaasd over hetgeen zij hoorden. „Hier is Gods vinger!" meenden zij.
Mina zou den volgenden morgen zelf een Bijbel gaan koopen voor Nebur. 't Moest een mooi exemplaar zijn, hij was zuinig en beschikte over een gevulde beurs.
En 's avonds kon Nebur niet vertrekken, voor de oude vrouw een ernstig gebed voor hem ten hemel had gezonden.
Mina was een paar jaar de oudere van Nebur. Zij was lichamelijk flink ontwikkeld, en trots haar zittend leven kleurde een gezonde blos hare wangen. Zij had wat men noemt een intelligent gelaat, en een paar donkere oogen, die getuigden van een werkzamen geest. Haar prachtige haardos, in 't eenvoudig nette kapsel, trok de aandacht der vrouwenwereld. Zij was een model van een modiste, die zich een toegang verovert tot de deftigste salons. ledere mevrouw wilde gaarne met haar te doen hebben. Ze had het dan ook eigenlijk veel te volhandig. Al had ze twee lichamen, dan zou ze nog tijd te kort komen. Men had haar al zoo vaak gevraagd om een atelier in te richten voor jonge meisjes. Doch haar moeder zag er geen voordeel in. En toch, ze gevoelde dat het plicht werd hier handelend op te treden.
Mina had bezoek gehad van een eenvoudige vrouw. Zij kende ze niet, want ze behoorde tot een andere kerkformatie dan zij. Doch dit belette niet, dat ze met die vrouw goed kon opschieten.
Die moeder vertelde, dat ze een vlug meisje had van 15 jaar. 't Liefst was ze onderwijzeres geworden, maar daarvoor ontbraken haar de middelen. De vrouw had negen kinderen. Teuntje, haar dochtertje, zou dan maar modiste worden. Ze werd als leerlinge aangenomen op het atelier van de dames S. Doch helaas, 't kind kon het er onmogelijk uithouden. Er werd gevloekt onder en door de meisjes op een verschriklijke manier. Om 12 uur, als de meisjes de boterham opaten bij een kopje koffie, was Teuntje de eenige die bad. Daardoor werd zij het mikpunt der spotternij. Eens was de juffrouw, het hoofd van 't atelier, die niet bad maar wel spotte, zoo onwelwillend, om tot het kind, na haar gebed, met spottenden blik te zeggen: „O Teuntje, wat zal het daarboven toch heerlijk zijn!" Dat was te veel voor het meisje. Zij zette geen voet meer op het atelier.
Wat moest Mina doen? Zij gevoelde het noodlottige om een kind met een gebroken stelsel in de ziel de wereld in te zenden. Wat benijdde ze menige andere gemeente, waar de Christenen met hun openbare belijdenis en leven vrijelijk konden handelen, zeo 't behoorde. Hier evenwel ontbrak alle kracht. Zij wenschte een proef te nemen, hoewel haar moeder eenig bezwaar maakte. Maar Mina meende zich door God geroepen om te helpen en te redden, wat mogelijk was.
"Een atelier op Christelijken grondslag! — spotte de wereld. Maar zij weet niet, uit onkunde of vijandschap, hoeveel ergernis zij geeft aan jonge menschen van Christelijken huize. Zij treedt op om met plompen voet te vernielen, wat onder gebed en tranen gezaaid is.
Mina had dan in den boekwinkel nog een boodschap. Ze wenschte in het neutrale, lokale weekblad een advertentie te plaatsen, waarin zij meedeelde een atelier voor modisten te openen.
Zij vroeg eenige Bijbeltjes op zicht, en had weldra een keus gedaan.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's