Financiën.
De vorige week had ik het te druk en te veel ruimte noodig voor de lange lijst van de Paaschcollecten om iets over de Jaarvergadering te zeggen.
Niet dat ik er een verslag van zou willen geven, want dat behoort niet onder financiën tehuis en ik moet oppassen dat ik niet buiten mijn boekje ga, anders word ik op mijn vingers getikt. Maar daarom mag ik er toch wel wat van zeggen.
Juffr. Verbeek schreef laatst: waar het hart vol van is loopt de pen van over. Nu daargelaten dat het lastig is als je pen, vooral een vulpen, overloopt, voel ik toch wel zoo iets van een vol hart als ik aan de jaarvergadering denk. Het was daar zoo echt gezellig. In broederlijke eensgezindheid kwamen wij daar bijeen. Geen enkele wanklank is er gehoord.
Ik had nauwelijks een voet in de zaal gezet of er kwamen eenigen op mij af met hun Paasch-collecten, die zij hadden medegebracht en ik kon direct gaan boeken. In een kwartier had ik een som bij elkander van belang, wat mij verbazend verraste en in een aangename stemming bracht, want daar schijn ik toch erg gevoelig voor te wezen. Hier en daar bemerkte ik al spoedig eenige kennissen en vrienden. Ook kwamen er enkelen naar mij toe met wie ik gecorrespondeerd had, die mij al eens iets hadden toegezonden, maar persoonlijk niet kenden. Ziet daarom is zoo'n jaarvergadering zoo nuttig. Daar, leert men elkander kennen, men spreekt elkaar, wat niet anders tengevolge kan hebben dan dat de onderlinge band wordt versterkt. Ja, zoo zag ik vooraan zitten een oud deftig heer. Ik dacht: wie zou dat zijn? Het zou mij niet verwonderen of dat is burgemeester Smit van Herwijnen, de dichter van „De Waarheidsvriend" die op de voordracht staat als bestuurslid. Ik ging naar hem toe, stelde mij voor en.... Kwant van Hoornaar was zijn naam. Nu, die had mij laatst een heele lijst van jaarlijksche bijdragen gezonden met een hartelijk schrijven, zoodat het voor mij een aangename verrassing was hem te ontmoeten al kende ik daarom onzen dichter burgemeester nog niet.
De zaal was aardig bezet; doch van de lezers van „De Waarheidsvriend", die allen waren uitgenoodigd, ontbraken er nog al eenigen. Ik geloof als er wat meer publiciteit gegeven was aan de jaarvergadering, dan zou de opkomst nog beter zijn geweest. Een les voor het volgend jaar. Sommigen hadden hun echtgenooten medegebracht. Ik was heel blij dat de voorzitter voorstelde om, al waren die geen lid, ze toch op de middagvergadering toe te laten, want waar zouden die moeten gebleven zijn, als.de mannen ter vergadering waren? Ik geloof vast dat dit besluit der voormiddagcollecte is ten goede gekomen, uit dankbaarheid voor onze gastvrijheid, want die bedroeg 5 gulden meer als het vorige jaar.
Wat de voorzitter en Ds. Goslinga gesproken hebben is woordelijk in „ De Waarheidsvriend" te lezen en dat is goed ook. Iemand zei mij op de jaarvergadering: U kunt niet te veel schrijven over het doel van het Leerstoelfonds, want er zijn er nog velen die niet begrijpen wat het eigenlijk is. Laat hen dan maar eens goed lezen wat Ds. Goslinga heeft gezegd. Als ze het dan nog niet begrijpen? Ja dan zie ik ook geen kans het duidelijk te maken en dan zou ik zeggen: geef er dan maar aan zonder het te begrijpen en geloof dan maar dat het heel goed is.
Busje No. 20 uit Zegveld heb ik ook nog ontmoet, wat mij veel genoegen deed.
Het speet mij niemand van de Leerdamsche firma gezien te hebben.
De voormiddag was om eer ik het wist. ver de middagvergadering zal ik nu maar zwijgen, want ik dien nu toch wel eens mede te deelen wat ik deze week heb ontvangen.
Dat valt niet tegen. Twee flinke nagekomen Paaschcollecten:
lo. Uit Ameide, afgezonden door L. Blok, groot f30, en
2o. Uit Giesendam of Neder-Hardingsveld f 23.775 op 23 April gecollecteerd, spreker Ds. Goslinga.
Dat verhoogt het cijfer van de Paaschcollecten nog weder met 50 gulden.' En nu moet men nog rekenen dat er ook gemeenten waren, waar pas geleden voor het Leerstoelfonds was gecollecteerd als Groot-Ammers, IJstelstein en Tholen, en nog anderen die beloofd hebben dat binnenkort te doen. Mij dunkt, wij hebben alle reden om dankbaar te zijn. Wij zien gaandeweg dat de belangstelling voor den Leerstoel stijgt.
Verder van A. H. te Eemnes buiten f 1.25 gevonden in de collecte op 23 April.
Uit Linschoten f 2.50 van J. Br. Fz., een bijdrage van de Herv. Jongel. Ver. „Obadja" aldaar. Ik geef allen Jongelingsvereenigingen in overweging oni op hot voorstel in te gaan, onlangs in een ingezonden schrijven gedaan, om allen 25 ets. per jaar bij te dragen voor den Leerstoel, te innen door den plaatselijken penningmeester. Laat dat eens een onderwerp ter bespreking worden.
Van J. van Veen te Vinkeveen f6.375 inhoud busje No. 8, welk busje met den houder is verhuisd naar Oude Rijn bij Utrecht, Aldaar is bij mijn weten nog geen enkel busje en geen enkel lid. Dus een ruim veld. Dat zal er dan wel niet minder op worden in de toekomst.
Van P. Dingemans G.D.Jzn. te Bruchem bus nummer 113 f5.—. Ik had al gedacht: waar blijft onze Piet. Maar gelukkig, daar is hij weer.
Uit Utrecht van den Secretaris van de Afdeeling f5.65 uit het busje van de 12-jarige Nelly de Vr., bijeenverzameld door ommegang gedurende vier maanden.
Van C. V. d. Berg te Jutphaas f 1.85 uit busje No. . Tevens ontving ik van de 4 kinderen en van nog een kleine een pakket bestemd voor Juffr. Verbeek, inhoudende 5 capsules, 3 1/2 ons postzegels en zilverpapier. Dit 4-tal verstaat de kunst om in korten tijd heel wat te verzamelen.
Eindelijk heb ik nog mede te deelen, dat ik na afloop van de vergadering, in de buurt van Utrecht een paar leden van den Bond heb bezocht, die het voorrecht mochten smaken 50 jaar met elkander in het huwelijk vereenigd te zijn. U zult zeggen: dat heeft nu toch niets met Financien te maken. Ja, toch wel, want toen ik heenging werd mij f 5 gegeven voor den Leerstoel. Dit vond ik heel aardig en mij dunkt een navolgenswaardig voorbeeld. Om 50 jaar getrouwd te wezen? Ja, dat ook. Maar dat bedoel ik niet. Om bij huiselijke-en familiefeesten den Leerstoel te gedenken. Op verjaardagen en huwelijksfeesten, al gedenkt men ook een minder aantal jaren dan deze.
Thans ga ik eindigen, na nog ter uwer kennis gebracht te hebben, dat ik de kwitanties voor het Lidmaatschap van den Bond de volgende week denk te verzenden. De kwitanties voor de vaste bijdrage voor het Leerstoelfonds komen eenige weken later. Niemand zal die kwitantie weigeren, niet waar?
Met heilbede.
Delft, Brab. Turfmarkt 20.
De Penningmeester, J. O. FLIEHE.
Gereed voor verzending ontving ik nog een poslwissel van f 10.10 van Ds. Goslinga te Leerdam, zijnde f 9.10 van de bekende firma Ursinus en v. Mourik, en f 1 gevonden in de collecte in de kerk op 11. Zondag. Voor alles hartelijk dank.
DE PENNINGMEESTER.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier.
lo. Deze week ontving ik van mej. Neeltje van Veen te Vinkeveen postzegels, capsules en' zilverpapier. Zij schreef er bij dat zij Vinkeveen ging verlaten en de zorg voor de postzegels enz. had overgedaan aan Sara Oudshoorn. Ik vind dit heel aardig en hoop dat haar opvolgster de zaak met denzelfden ijver zal voortzetten, want ik mocht nog al eens een en ander van haar ontvangen. 2o. Uit Neerlangbroek ontving ik een pakket inhoudende capsules, zilverpapier en postzegels van Mej. W. v. d. Pol. 3o. Een partij postzegels van den heer I. te Schiedam.
Voor alles mijn hartelijken dank.
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaal weg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's