De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Een moede zwerver.

8) {Auteursrecht voorbehouden.)

Welwillend als de patroon was, vroeg hij op zekeren middag aan Nebur, wat dezen toch deerde, wat hem kwelde?

De jonge man kreeg een traan in 't oog, en vertelde van den zielestrijd, die hem had aangegrepen, en van den innerlijken aandrang om bij zijn schoolarbeid met God te rekenen. Hij gevoelde te arbeiden zonder God; als hij mocht bidden en danken voor de kinderen, als hij hun van Jezus mocht spreken, zou alles beter gaan.

Dat kon niet, dat mocht niet. Wat dan? Er werd een nieuwe school met den Bijbel geopend, waaraan personeel gevraagd werd.

Nebur bezocht den voorzitter van het schoolbestuur en ontving een benoeming. Zijn voorloopig tractement was evenwel 100 gulden minder dan nu. Doch blijmoedig stapte bij over die opoffering heen, die kostte hem niet den minsten strijd.

Daar stond hij dan nu, waar hij behoorde. „Schaam u het Evangelie van Christus niet!" En hier behoefde dat niet. Op het front van het nette gebouw stond met sierlijke letters: „School met den Bijbel".

Daar zaten ze, de gedoopte Christen-kinderen, die tot hun verstand gekomen waren, en die hij, naar zijn vermogen, in de Christelijke leer zou onderwijzen.

Ze kwamen uit Christelijke gezinnen, of liever gezegd uit Christelijk-gezinde families, 't Valt niet te ontkennen, dat er een verflauwing of verzwakking van het beginsel is waar te nemen. Meerderen geven de voorkeur aan de School met den Bijbel niet om den aangevangen arbeid van het huisgezin voort te zetten, maar om het tekort aan te vullen, en het gemis te vergoeden.

Vrijmoedig mocht Nebur zijn werk aanvangen met een gebed voor zijn arbeid en zijn leerlingen. Onbelemmerd mocht hij ze wijzen op zonde en genade, op den goeden Herder, die het verloren schaap zoekt en in Zijn armen neemt. En hij deed dat vol warmte, vol overtuiging. En de kinderen luisterden, zij gevoelden, daar sprak een hart uit dat woord.

Als daar iemand als belangstellend toehoorder had bijgestaan, zeker, hij had op menige slak zout kunnen leggen. Nebur was totaal onbekend met de schoone Belijdenis, die meer dan drie eeuwen ons voorgeslacht een veilige gids is geweest. Eu als hij ze ge­kend had, zou het zeer de vraag zijn geweest of hij er ja en amen op had kunnen zeggen.

„Ik heb mijn Bijbel, dien heb ik noodig, maar daaraan heb ik genoeg", placht hij te zeggen. En zeker, daar lag waarheid in, doch men moet geestelijk hoog staan, om op de vraag: „Verstaat gij, wat gij leest? " niet te antwoorden „Hoe zou ik toch kunnen, zoo mij niet iemand onderricht."

Kalm vloot zijn leven heen, blijde dat hij aan de begeerte zijns harten kon voldoen, om bezig te zijn in de dingen zijns Vaders. Hij kon uit ervaring constateeren, dat het neutrale onderwijs uit de opvoeding het beste element weert. Zijn vroegere collega's stonden of koel onverschillig, of bitter-vijandig tegenover de Christelijke beginselen. Nu vond hij jonge mannen, met wie hij kon spreken over onderwijs en godsdienst, over God en Zijn Woord. Niet dat hij met allen evengoed kon opschieten, verre van dat.

Er waren er een paar onder, die iets gevoelden voor de Calvinistische actie, op 't gebied van Kerk en Staat. Wanneer hij met hen slaags raakte, dan had hij iets van een briesend paard. Hij sloeg, en meende raak te slaan; ja, als 't van hem had afgehangen, dan sloeg hij het opdoemend Calvinistische monster zielloos ter aarde.

„Gijlieden roept iemand die zich bij u in 't gelid schaart toe: „Welkom in den strijd'.' Als Jezus verschijnt roept Hij Zijn jongeren toe: „Vrede zij ulieden!" Uw dogmatiek is steil en wreed, uw decretum horrible — de leer der uitverkiezing — zoo scherp door Vondel gegeeseld, wordt door Jezus gelogenstraft, als hij roept: „Komt allen tot Mij, die vermoeid zijt en ik zal u ruste geven". Uw Heraut, die er altijd op uit is om de vossen te vangen, die den wijngaard des Heeren verderven! Uw groote leider, die beweren durft: „Als Jezus niet gereformeerd was geweest, ik zou het geen uur langer willen zijn". Uw Kerk, die het lied van onzen Luther niet zingen mag: „Een vaste burcht is onze God!" — dat alles geeft mij het recht om te beweren: „ Het Calvinisne is uit den booze!"

Onkunde deed hem zoo oordeelen. En door die onkunde vonnist een groote schare mannen, vergrijsd in den dienst van God. Mannen, die op alle terrein des levens tot het gansche volk naderen, en zeggen: „ Hoe lang hinkt gij lieden op twee gedachten? Zoo de Heere God is, volgt Hem na, en zoo het Baal is, volgt hem na!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's