Uit de brievenbus.
SARDIS, 12 Mei 1911.
Waarde vriend,
Te lang, veel te lang liet Ik u wachten op antwoord. Ieder mensch heeft het ook zoo druk tegenwoordig. En dan ga ik mij ook wel eens wijsmaken, dat ik het druk heb. Maar... we moeten maar geen medelijden met ons zelf gaan krijgen, mijn vriend. Moedig voort! De dag heeft maar twaalf uren. Laten we maar werken zoolang het dag is. Er is zooveel te doen, waarvan we eenmaal rekenschap zullen moeten afleggen!
Maar ik zou u antwoorden op uw vraag over de rechtvaardigheid door de wet. Mijn vriend, die bestaat niet! Door de wet worden we verdoemd. En al het opbouwen uit het vleesch is stroo voor het helsche vuur. O! wat moeten er bij Gods kinderen tal van kaartenhuisjes in elkaar vallen. Wat moeten er een massa hoopen stoppelen op het veld worden verbrand.
't Is zoo waar wat Paulus uitroept voor de ooren van de Galatiërs: o, gij uitzinuigen — wie heeft u betooverd en wie heeft u gevangen in de strikken van een vleeschelijke gerechtigheid en een vleeschelijke heiligmaking?
Ach, ach, wat is dat stuk moeilijk om te leeren: aan de wet te sterven.
Of dat dan 't zelfde is als „ zich om de wet niet te bekommeren en der zonde te leven"?
Neen, neen, mijn vriend. Dat zou men zoo oppervlakkig beschouwd er van kunnen maken. Men redeneert dan: „aan de wet te sterven is, vrij van de wet, te leven naar het welbehagen des vleesches."
En „o, foei!" roept men dan; wat antiomiaansch; wat goddeloos, om te leeren „vrij van de wet te zijn." Neen — zoo zegt men dan — we moeten de wet toch maar hebben!
Maar, mijn waarde, dan begrijpt ïnen Paulus niet, die het er over heeft „der wet gestorven te zijn." Want als Paulus dat schrijft, dan zegt hij niet, dat der wet te sterven hetzelfde is als te leven in de zonde.
Neen, dan zegt hij: de wet heeft mij dood geslagen, zoodat ik nooit meer op mijzelf te rekenen heb. De wet heeft dit uitgewerkt, dat ik mij zelf verloren heb en nu iu Christus mijn gerechtigheid mag kennen en zoeken. Gestorven aan de - wet, ben ik der zonde dood en mag ik Gode leven.
Verstaat gij het nog niet recht?
Nu - 't is geen wonder. Men moet het ook bevindelijk in een diepen weg doormaken. Vleesch en bloed moet er aan. Men moet een arm mensch worden. Zóo arm, dat alles voor schuld verkocht wordt. Verstaat gij het?
'k Zal het u nog eens anders zeggen. Paulus zegt „ik ben der wet gestorven door de wet."
De wet heeft mij geleerd, dat ik een zondaar ben; dat ik op de wet niet te rekenen heb tot mijn rechtvaardigmaking, wèl tot mijn verdoemenis. Mijn mond is gestopt. Mijn vleesch is veroordeeld. „Want door de wet is de kennis der zonde." En dewijl ik nu door de wet mij zelf heb leeren kennen als een walgelijk voorwerp voor Gods heilige ogen, als een ellendig, schuldig schepsel — zoo ben ik gestorven aan al mijne verwachtingen aan de wet.
En de wet, mij alzoó gedood hebbend en mij buiten geworpen hebbend op het vlakke des velds, heeft mij daar ontnomen alle hoop op leven door haar en is onder 's Heeren gunste een gezegend en genadig middel geweest, om mij uit mij zelven en uit al mijn wettische gerechtigheid te drijven, mij ook het laatste kleedingstuk afrukkend tot ontblooting in mijn schande — in Gods hand de tuchtmeester wordend, om zóo mijn arme ziel, kermend en jammerend, alles verloren hebbend, naar de gerechtigheid Christi te drijven, om daar door het geloof te leeren leven en Hem te omhelzen, die als de barmhartige Hoogepriester olie weet te gieten in de vreeselijke wonden, door de slagen der wet toegebracht.
Dat is die wonderlijke dood, waarvan Paulus spreekt als hij neerschrijft: ik ben der wet gestorven door de wet.
Een wonderlijke dood — die niet de lichamelijke dood is, zooals ieder mensch sterft op zijn sterfbed; die óok niet, de geestelijke dood is, waardoor de ziele van God gescheiden wordt; die óok niet de eeuwige dood is, waarin de verlorenen voor eeuwig zullen wegzinken in de hel.
Neen het is die bevindelijke weg, die tot Christus leidt: een arm, ellendig, verloren, uitgeworpen mensch te worden en te worden uitgedreven tot Christus, die zegt: Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u ruste geven.
't Is het zich verliezen na véél, héél veel slagen van de heilige wet ontvangen te hebben.
't Is het zich laten wegzinken in de armen Christi, na al den leeftocht bij vreemde'dokters verteerd te hebben.
En als men daar mag komen, dat men der wet gestorven mag zijn, dan wordt de adem Christi in zijn neusgaten geblazen en men wordt een levende ziel, uitroepende: ik ben dood geweest bij de wet, maar ziet ik ben levend geworden; maar ik leef niet, doch Christus leeft in mij. En dan komt er een nieuw leven. Een heilig leven. Een goddelijk leven. Een leven uit God en door God en tot Gods eer.
O, om dan aan de wet gestorven te zijn en aan Christus getrouwd te zijn, wat is dat een heerlijk voorrecht.
Want in het huis der wet zijn vele kinderen. Maar ze zullen allen sterven. Gelijk Ismael en Hagar zijn uitgeworpen.
Doch in het huis der onvruchtbaren zullen kinderen geboren worden, die leven tot in eeuwigheid.
. „Zingt vroolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vroolijk gezang en juich, die geen barensnood gekend hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE.
Want uw Maker is uw man, HEERE der heirscharen is Zijn naam." Jes. 54. Gal. 4 : 27. Wat is het heerlijk om zóo tot Christus gebracht te mogen worden.
Als we zoo onzen weg maar kunnen vertellen, dan is het einde in Christus. En een arm mensch mag boven zijn weg zetten: „de rechtvaardigheid door het geloof in Christus, zonder de werken der wet."
Misschien kunnen we elkander over deze dingen nog wel eens schrijven. Want de rechtvaardigmaking en de heiligmaking recht te mogen beschouwen is wel heerlijk.
Groetend,
t.t. FOKTUNATUS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's