De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

6 minuten leestijd

Volkskerk.

't Woord Volkskerk bestaat uit twee woorden: volk en kerk.

't Beteekent zoo ongeveer: een kerk voor het volk; een kerk, waartoe het volk in zijn groote massa behoort; een kerk, die met de natie is saamgegroeid.

Hoe moet zoo'n volkskerk er dan uit zien ?

Welke belijdenis moet zij hebben? Welke kerkregeering? Welke prediking? Welke sacramenteele bediening?

Moeten we dat aan het volk vragen ? Moet alles ingericht worden naar het inzicht van het volk, zooals dat, in doorsnee genomen, denkt en spreekt?

Moet het volk zeggen, hoe de kerk moet zijn, of moet de kerk zeggen, hoe het volk moet wezen?

Voor een mensch, die aan Gods Woord vasthoudt, is 't niet moeilijk om deze vragen te beantwoorden. Immers zoo iemand weet en belijdt, dat de mensch, die van God is afgevallen, in zijn hart verdorven en in zijn verstand verduisterd zijnde, niets liever doet dan de waarheid in ongerechtigheid onderhouden. Die weet en belijdt, dat alle menschen leugenaars zijn, gewillig dienende den vader der leugen. Die weet en belijdt, dat der eeuwen geschiedenis bewezen heeft, dat de mensch van nature niets liever doet dan het werk Gods verderven en de waarheid verkrachten. Die weet en belijdt dat de wijsheid des menschen dwaasheid bij God is.

En dus, dit staat dan wel vast voor allen, die Bijbelsch-orthodox zijn, (dat wil zeggen, voor allen die de Schrift erkennen als Gods Woord en de belijdenis der kerk als met die Schrift overeenkomende) dat de Kerk nooit beheerscht mag worden, in geen enkel ding, door een mensch, noch door een menigte van menschen, maar in alles Christus als Heere en Koning zal moeten belijden en Gods Woord, het onbedriegelijk, onfeilbaar en eeuwigblijvend getuigenis des Heeren, als lamp voor den voet en licht voor het pad, als regel voor leer en leven, zal moeten erkennen en gebruiken.

Liever alle menschelijke hulp varen latende, dan los te laten de souvereiniteit des Heeren, die door Zijnen Christus alles regeert en bestuurt.

Een kerk die niet belijdt: Christus is onze Koning en Rechter en Wetgever, is geen kerk meer.

Een kerk die niet belijdt: Gods Woord is de Waarheid en niets dan de Waarheid, draagt den naam van kerk valschelijk.

Dat kan misschien een Vereeniging tot nut van 't algemeen zijn, maar een kerk is het niet. En dus een volkskerk, die staat in het midden van de natie, moet Christus tot Rechter en Koning en Wetgever hebben.

Gods Woord tot richtsnoer voor leer en leven. De belijdenis onzer vaderen, waarin zij, onder de kennelijke leiding des Geestes, Gods Woord hebben nagesproken en zich tegen alle onschriftuurlijke opvattingen hebben verklaard, tot regel voor handel en wandel.

Om dan als Christelijke kerk, gehoorzaam aan Gods Woord en vasthoudende aan de Geref. belijdenis, te zoeken voor het volk tot een zegen te zijn.

't Gaat dus niet om den volkswil en de volksmeening te bevredigen of in 't gevlei te komen.

De kerk, die dat zou doen, zou haar eigen kleed scheuren.

't Gaat er om, om kerk te mogen zijn in den waren zin des woords.

En dan zit 't niet allereerst in de grootheid van die kerk — maar in de zuiverheid. Om dan als kerk van Christus, aan Gods Woord en de Belijdenis gebonden, op te eischen heel het volk; gelijk het zuurdeeg niet rust, vóór het doortrokken heeft al de maten meels.

Laat die kerk dan misschien aanvankelijk klein, zéér klein zijn, maar als zij waarlijk de kerk van Christus is, heeft zij de belofte, dat zij de aarde zal beërven en als het mosterdzaadje zal worden tot een boom, groot en breed getakt, om te overschaduwen héél de natie.

Niet allereerst om hulp van koningen en Vorsten gaat het dan. Allereerst en allermeest om de gunste van Koning Jezus. Hoewel de koningen der aarde een roeping hebben, om de kerk, als kerk van Christus, gefundeerd op den Woorde Gods, in leer en leven vrij te laten in het midden van de natie, haar helpende .en ondersteunende, gelijk een goed" Vader des Vaderlands betaamt.

Om kerk te mogen zijn, dat is het ideaal van 'de Kerk van Christus in Nederland, grijpende dan naar het volk, om het te brengen tot het belijden en beleven van de woorden Gods.

Om kerk te mogen zijn, met Gods Woord als licht en Christus als gids.

En  zóo zich openbarende is er hope, dat die kerk een zout is voor héél het volk.

De Heiland heeft het gezegd en beloofd.

Dan zal die kerk staan als een pilaar en vastigheid der waarheid, als een licht op den kandelaar, als een stad op een berg.

Gods Woord staat er ons borg voor.

En daarom, laten allen, die eerbied hebben voor Gods Woord, liefde voor de belijdenisschriften, en liefde voor het volk van Nederland,  toch samen mogen gaan, om onze Hervormde (Geref.) Kerk weer onder de tucht van Gods Woord te krijgen en haar weer tot een belijdende, echt gereformeerde kerk té maken, dan zal onze aloude Gereformeerde Kerk, in haar herboren staat, voor ons volk weer tot een zegen kunnen zijn.

Neen, we moeten niet een kerk hebben, die zich buigt voor de natie en zich bukt om het juk des volks op hare schouderen te nemen.

De Kerk heeft niet aan het volk te vragen wat zij leeren, belijden en doen moet.

De Kerk heeft tot zich zelf te komen, om welbewust terug te keeren tot de oude paden en daar zal zij den zegen Gods ervaren, die zal afdruppen tot, aan den uitersten zoom van het volksleven.

Wij moeten weer een Gereformeerde Kerk hebben, staande in het miiden der natie.

Dat is den Heere tot eer en ons volk ten zegen.

Gelijk nu de Kerk, die Christus niet erkent en voor Gods Woord niet beeft, naar 's Heeren Woord een schandvlek der natie is, ten aanschouwe van Koning en onderdanen, rijk en arm, groot en klein.

Een overwinning.

De verkiezing van gemachtigden voorliet kiescollege te 's Gravenhage is ook ditmaal voor de Gereformeerden, die met de Confessioneelen samengingen niet zonder winste geweest.

Hoewel van ethische zijde alle krachten werden ingespannen en door het rondzenden van een verkiezingscourant benevens van strooibiljetten stemming werd gemaakt voor de candidaten der kiesvereeniging „Geloof en Liefde", om, zooals het van dien kant luidde: het gevaar te keeren, dat van „Evangelie en Belijdenis" dreigde, werden de mannen van laatstgenoemde kiesvereeniging toch met meerderheid gekozen.

Opmerkelijk mag het daarbij genoemd worden, hoe de ethischen in de Residentie meer en meer van hun invloed inboeten en „Geloof en Liefde" hare positie met het jaar ziet verzwakken. Zekerlijk heeft aan den strijd ditmaal geen goed gedaan de omstandigheid, dat „Geloof en Liefde" zich niet aan de stilzwijgende overeenkomst heeft gehouden om de aftredende leden weer candidaat te stellen, maar er toe overging vier man van Gereformeerden huize uit te werpen, die intusschen bij de herstemming werden gekozen.

Thans is het kiescollege in Den Haag naar wij meenen om.

Hopen wij dat de Gereformeerden van hun krachtig mede optrekken de vruchten mogen plukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 mei 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's