Hemelvaart.
Jes. 48 : 21. Hand. 1:11.
Stem des jubels, laat u hooren; laat u hooren, jubelstem; lofzing en verheerlijk Hem, Gods verkoren EƩngeboren!
Alles jubel, aard en Hemel; alles jubel, Hemel, aard; nu de Heer' ten Hemel vaart past het Lentefeestgewemel.
Vogels zingen, bloemen fleuren; bloeme, fleur en, vogel, zing; breng den hoogen Hemeling de offers van uw lied en geuren.
Sursum corda: 't hart naar Boven; oog en hart en hart en oog, alles richt zich naar Omhoog om vereenigd God te loven.
Ziet omhoog en jubelt, vromen; jubelt, vromen, ziet omhoog: van den hoogen Hemelboog moet uw Koning wederkomen.
Laat het hooren, laat het hooren met een stem van jubelklank; juicht dien Koning eeuwig dank, eeuwig dank voor aller ooren!
H., 23 Mei 1911.
H. J. SAIT.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's