De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

6 minuten leestijd

Wij hooren ze in onze talen de groote werken Gods spreken. En zij ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig, zeggende de een tegen den ander: wat wil toch dit zijn? Hand. 2 : 11b—12.

Pinksteren.

Er is in de christelijke feestdagen een gestadige rijzing merkbaar.

Let er maar op: we spreken van den kerstnacht van den paasch-morgen en van den pinksterdag. Dan heeft de heilszon haar hoogtepunt bereikt.

Dat is één punt, dat zoo duidelijk in het oog springt bij onze feestdagen.

De heilsopenbaring gaat steeds hooger.

Daar is meer. Bij deze gestadige rijzing is zoo'n wónderheerlijke eenheid merkbaar.

Het Kerstfeest is het feest des Vaders. Dan wordt herdacht en aanschouwd de eeuwige onbegrijpelijke liefde Gods in de zending Zijns Zoons. Dan weerklinkt: eere zij God in de hoogste hemelen.

Het Paaschfeest is het feest van den Zoon. Immers dan is Hij de held, die'uittreedt, die de sterke boeien des doods verbreekt, de boeien waarin de zonde ook Gods volk schijnbaar voor eeuwig had geklonken. Dat volk wordt door Hem hier vrijgemaakt.

En nu het Pinksterfeest. Dit behoort toe aan den Heiligen Geest. Als woonplaats heeft Hij Zich willen vestigen in het midden der Gemeente. Blijvend hier op aarde tot Hij de laatste van Gods kinderen heeft toegebracht. Dan komt alles tezamen en worden allen vereend.

Merkt ge 't wel: de Drieëenige Bondsgod heeft in ieder der deelen van het heilswerk een eigen plaats en een eigen werk. Al de drie Personen werkzaam om een verloren volk te redden van den eeuwigen dood. Alles gaat naar goddelijke orde, alles is steeds klimmend tot ten slotte de boogcirkel vol is.

Nu nog ééne opmerking.

Die raad des heils was voor menschen, evenwel niet altijd treedt de mensch op den voorgrond.

Boven de kribbe zongen de Engelen het: „eere zij God."

Bij de geopende groeve zaten Engelen om het den discipelen kond te doen: „Hij is hier niet."

Op den Pinksterdag blijven de Engelen op den achtergrond, dan wordt der jongeren tong aangeraakt, discipelen verkondigen de groote werken Gods, menschenkinderen vertellen: „dit heeft God gedaan, "

Dit is het wonder van den Pinksterdag, dat menschenkinderen de groote werken Gods verkondigen zonder ophouden. Nu zagen ze, thans verstonden ze alles wat de Heere voor hen en Zijnen gedaan had. Dat is nu de werking des Geesles. De Heiland had het van te voren reeds geprofeteerd. Deze, nl. de Heilige Geest, zal u in alle waarheid inleiden. Deze zal u indachtig maken alles wat Ik gesproken heb.

Laat al uw aandacht hier eens op gevestigd worden, lezer: aan alles wat de Heere tot dusverre gedaan en gesproken had werd niets nieuws toegevoegd, alleen de uitstorting des Heiligen Geestes had plaats. Deze geeft hun op eens oogen om te zien, die trekt den sluier op zij, daar staan de groote werken Gods voor hen. Waar ze tot op dit oogenblik midden tusschen geleefd hadden en nog nooit gezien, dat zagen ze nu.

Wat een wónder-heerlijk iets!

Hoe eenvoudig gaat het toch toe. Als ik eens uit het gewone leven eene vergoelijking mag trekken. Een kunstenaar heeft een beeld, dat reeds lang leefde bij hem zei ven, in zijne werkplaats gereed gemaakt. De laatste levende trek werd ingehouwen, i. e. w. het was af.

Maar nu, hij wil zijn kinderen het beeld laten zien, hij wil het hun geven. Hij neemt ze daartoe zelf bij de hand en leidt ze in. Als nu de laatste deur opeens openspringt zoo is daar maar een uitroep: „hoe'schoon toch!" En als de vader er dit aan toevoegt: „dat is voor u", zoo klinkt het allerwege: „hoe heerlijk!"

Dit is nu maar een zwak, gebrekkig beeld van wat God de Heere gedaan had voor den Pinksterdag en wat Hij deed op denzelven.

Met werk door de goddelijke Drievuldigheid uitgedacht en vastgelegd in de stille eeuwigheid, dat leefde in raadsbesluit, werd uitgevoerd in den tijd. Op Golgotha klonk de laatste hamerslag: „het is af." De doek werd op zij getrokken in Jozefs hof. Thans moeten de kinderen nog aanschouwen dat is voor den Geest weggelegd.. Van den Vader en den Zoon uitgegaan, leidt Hij ze binnen, de laatste deur wordt opengestooten. Daar staat het: heel Gods werk.

En nu fluistert Hij met een zachte fluistering, wonderlijk in bekoring: „dat is alles voor u."

Zie nu kan 't niet bedwongen, heel het harte springt op, het jubelt hemelwaarts.

God alleen zij groot gemaakt.

Of wilt ge 't in woorden van den dichter:

Dit werk is door Gods Alvermogen Door 's Heeren hand alleen geschied, Het is een wonder in onze oogen, We zien het, maar doorgronden 't niet.

Zoo staan daar de discipelen. Diezelfde blinde jongeren, die de berisping des Heeren nog kort geleden gehoord hadden: „hoelang zal Ik u verdragen", die zien, doordat de Geest het hun gaf te zien, en ze loven en danken God.

En nu de omstanders. In twee kampen vallen ze uiteen. De eene groep spot, hun aanvoerder verloochent zijn karakter niet: „zij zijn vol zoeten wijns." Dronken. Treurig voorwaar, het heiligste weggeworpen op één hoop met hot onheiligste. Wat van den hemel kwam weggeworpen tot in de diepte van den afgrond.

Schrikkelijk! Een duidelijke openbaring van de diepte van den val.

Maar hu de anderen. Deze ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig, zeggende de een tegen den ander: „wat wil toch dit zijn? "

De hemel heeft gesproken en — ze hebben gehoord. Neen wat daar met die discipelen heeft plaats gegrepen, durven zij niet op rekening te zetten van den duivel. Ze zijn reeds aangeslagen. Aan de hand van het woord, dat door Petrus mag worden gesproken uit naam van zijn Zender, zal het door dienzelfden 'Geest hun duidelijk worden. Ook zij zullen zien. Ook zij zullen verkondigen de groote werken Gods.

Wat zullen wij, lezers?

Wij staan wel op een afstand van eeuwen, evenwel aan denzelfden weg. We staan ook onder de toeschouwers. Bij welke groep, bij de eerste of bij de laatste ? Van tweeën één. Och dat de Heere ook ons de vraag op de lippen mocht leggen voor het eerst of bij vernieuwing: „wat wil toch dit zijn? "

Twijfelmoedig, verslagen te zijn moge op het oogenblik moeilijk zijn voor het vleesch, als 't Gods werk slechts is, geen nood.

O die verzekerdheid is zulk een teere zaak. Men kan een oprecht twijfelmoedige, bekom­merde ziel zoó gemakkelijk den hemel toesluiten. Want juist hij of zij, die zich recht heeft leeren kennen bij het licht van Woord en Geest, twijfelt aan zichzelven. Men is bang voor eigen werk aan te zien wat de hemel heeft gegeven. Evenwel de Heere zal voor het Zijne zorgen. Hij zal door middel van Zijn Woord spreken tot hunne ziel. De Geest des Heeren zal hun blinde oogen doen zien. Hij zal hun toefluisteren: „dat is voor u." Ook zij zullen hun Pinksterfeest kennen en de groote werken Gods worden door menschentongen verheerlijkt.

Geve de Heere ons allen tezamen zulk een Pinksterfeest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's