Ned. Herv. Jongelingsbond.
Maandag 11. werd te Zeist de eerste Bondsdag-van den Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden grondslag gehouden.
Wij hopen de volgende week een ietwat uitvoeriger verslag daarvan te geven en volstaan daarom nu met de mededeeling dat in de morgenvergadering een openingswoord gesproken werd door den Voorzitter, terwijl door ons Bestuurslid, den heer G. Blanken van Muiden, een Bijbellezing werd gehouden over Lukas 5:1-11.
In de middagsamenkomst, die in het Zeisterbosch gehouden werd, werd een inleidend woord gesproken door Ds. Jongebreur van Veenendaal, een opwekkende rede gehouden door Ds. Remme van Rijssen naar aanleiding van 1 Koningen 3:7a en 9a, terwijl Ds. van Grieken een slotwoord sprak en na het zingen van Ps. 89 : 8 de 'samenkomst met dankzegging sloot.
Over de Zending. IV. HOOFDSTUK II. Kort Overzicht der Zendingsgeschiedenis.
§ I.Inleiding; : De Apostolische Zending en die der Kerkvaders. (33—529.) (1ste afd. 33—322.)
Bij Zijn heengaan van deze aarde heeft de Heiland als Zijn testament het Koninklijk bevel achtergelaten: «Gaat heen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen «. Door gehoorzaamheid aan dat bevel is het Christendom uitgebreid over een groot deel van de aarde. Het samenhangend verhaal der verbreiding van het Christendom onder de niet-christelijke volkeren noemt men Zendnigsgeschiedenis. Of anders gezegd: Zendingsgeschiedenis is een geregeld verhaal van de zichtbare komst van het Godsrijk onder de niet- Christelijke volkeren. Over de zichtbare Kerk gaat het natuurlijk; over de uitbreiding der Kerk, die met het menschelijk oog is waar te nemen. Want over de geestelijke of onzichtbare Kerk oordeelen we niet. Het getal van de leden der onzichtbare Kerk is alleen bij den Heere- bekend. Maar met de uitbreiding van de uitwendige Kerk onder de niet-Christelijke volkeren heeft de Zendingsgeschiedenis te maken. Men kan de Zendingsgeschiedenis gevoegelijk in 3 tijdperken verdeelen: 1 e. de. Apostolische Zending en die der Kerkvaders. (33—529) 2e. de Middeleeuwsche Zending (529—1555). 3e. de tegenwoordige Zending (1555 tot op heden). I. De geschiedenis der Apostolische Zending valt samen met de stichtingsgeschiedenis en de jeugd der Christelijke Kerk. De zending begint aanstonds na de uitstorting van den H. Geest. Voor dien tijd heet het: “het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen.". Na, dien tijd : “Het Koninkrijk der Hemelen is er — predikt het evangelie allen creaturen”. En de Apostelen gehoorzamen dit bevel huns Konings. De scheidsmuur tusschen Israël en de Heidenen brokkelt af en valt weg. De Heere zelf had plaats bereid voor Christus onder de heidenen; door een uitzien en zuchten naar verlossing te werken. God verkoor Israël om den Christus voort te brengen. En toen maakte Hij plaats onder de heidenen, om het Evangelie te ontvangen. Het algemeen gevoel van behoefte aan verlossing en het verschijnen van den Verlosser vallen samen in de volheid des tijds. In den ouden Simeon zien we het wachtend Israël; in de Wijzen uit het Oosten het zoekend heidendom. 't Stond gunstig voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk en de verbreiding van het Evangelie van Jezus Christus. De geheele toen bekende wereld maakte één groot Keizerrijk uit. Ook de Staatsinrichting droeg het hare er toe bij, dat door al de Provinciën kon verkondigd worden, wat in Palestina geschied was met Jezus. De algemeenheid der Grieksche taal deed ook het hare voor de uitbreiding van het Godsrijk. Door de Grieksche bijbelvertaling De Septuaginta genaamd, hadden de Oud-Testamentische geschriften een zekere mate van bekendheid gekregen en zich in ruimeren kring verspreid, waarmede de beloften aangaande den komenden Christus tevens meer bekendheid hadden verkregen. Belangrijk ook is, dat het volk der Joden, waaruit de Christus is voortgekomen, over het geheele Romeinsche rijk verstrooid was en vrijheid van godsdienst had. Overal vond men synagogen. Van daar uit is later het Christendom snel verbreid. De Apostelen — bizonder Paulus — gingen steeds tot de steden, de middelpunten van handel, nijverheid, kunst en wetenschap. Daar werd de Grieksche taal door ieder gesproken. Die stonden allen met elkaar in levendig verkeer. Van daar uit verbreidde zich alles gemakkelijk naar het platte land. En over Alexandrië, Antiochië, Efeze en Corinthe ging de provinciale stroom naar Rome. * * De eigenlijke Zending begint pas met de uitstorting van den H. Geest. Maar dan ook aanstonds en met kracht. De Zending onder de heidenen bewandelt in den beginne dézen weg: Tot op de verwoesting van Jeruzalem (70 na Chr.) namen de feestgangers, terugkomende van de tempelstad, waar zij bij gelegenheid van de hoofdfeesten vertoefden, het zaad des Evangelies mede naar hunne woonplaatsen. Op het eerste Christen-Pinksterfeest (33 na Chr., toen de H. Geest is uitgestort) waren niet minder dan 15 verschillende volksstammen tegenwoordig. En van de schare, die de prediking van Petrus hoorde, werden er 3000 gedoopt. Wel lezen we niet, dat dat eerste Pinksterwonder zich herhaald heeft. Maar toch zal het bij de zegeningen van dit eerste Pinksterfeest wel niet zijn gebleven. Paulus althans verlaat de Efeziërs met de woorden, dat hij het “toekomende feest te Jeruzalem moest houden" (Hand. 18:21) waaruit we dus mogen opmaken, dat de Christenen bij de feesten te Jeruzalem tegenwoordig waren. En daar zal er op die feesten, wanneer duizenden van heinde en ver in Jeruzalem waren samengekomen, wel geen stilzwijgen over Christus geweest zijn. Zoo is ongeveer 40 jaar lang (van 33—70 n. Chr.) te Jeruzalem, op de groote feesten, met kwistige hand het zaad des Evangelies uitgestrooid onder een groote schare, die straks heinde en ver heentrok, alom vertellende wat men gehoord had van den grooten Rabbi van Nazareth. De vervolgingen om des geloofs wille, bedoelende de uitroeiing van het gehate Christendom, zijn juist oorzaak geworden, dat de Christenen alom verstrooid raakten en overal optraden als getuigen van hun Heiland, als gezanten van hun Koning. De eerste prediking in Samaria geschiedde dan ook door de verstrooiden uit Jeruzalem. (Hand. 8). Het handelsverkeer bracht de waarheid in menige kuststad van de Middellandsche en Arabische Zee. De koopman verkondigde onder het afdoen zijner zaken het Evangelie. En zoo is er menig zaadje gegevallen, dat in stilte ontkiemde en de oorzaak werd van een gemeente, waarvan later nooit iemand bepaald kon zeggen, wie er de stichter van was. Door den Romeinschen krijgsdienst zullen mannen, -als de hoofdman te Kapernaüm (Matth. 8 : 5—13) en Cornelius (Hand. 10) of gelijk gezinde krijgsknechten van minderen rang gesproken hebben van den vrede door het bloed des Kruises. De heidensche volkeren, die met het Romeinsche rijk in oorlog waren, voerden vaak Christenen als gevangenen mede, die niet zwijgen konden van het heil in Christus voor al de volkeren geopenbaard. Zoo werd niet zelden door krijgsgevangenen de zegen des Evangelies onder de vijanden gebracht. Waarbij we ten slotte nog denken aan den slavenhandel, waardoor zeer zeker menigeen nog is vrijgemaakt van de slavernij des heidendoms en ingeleid in den dienst des Heeren, Want hoe dikwijls toch is het geschied, dat christelijke slaven en slavinnen, wanneer zij aan andere meesters of meesteressen waren overgedaan, weigerden aan goddelooze en onbetamelijke dingen deel te nemen. Dan moesten zij van deze weigering aan hunne heeren of meesteressen verantwoording, doen, waarbij zij dan gelegenheid hadden om te spreken van hun godsdienst en het heil hun in Christus geschonken. Hoorde hun meester of meesteres dan naar de woorden van hun ondergeschikten, dan werd niet zelden door hen een grooten invloed ten goede uitgeoefend en ontstonden er kruisgemeenten, die weer het middel werden voor velen tot een zegen des evangelies. Zoo is b.v. het volk der Iberiërs, ten Noorden van Armenië wonend, door een slavin Nunia, tot het aannemen van het Christendom gebracht, nadat eerst de koning en de koningin tot het geloof waren gekomen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's