De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

9 minuten leestijd

Gelijk het leven van vele menschen door blijde en treurige gebeurtenissen wordt afgewisseld, zoo gaat het ook met de ervaringen die ik heb als penningmeester. Als zoodanig heb ik ook niet te klagen over gebrek aan afwisseling. Aangename, blijde en verrassende ondervindingen, welke getuigen van hartelijke instemming, worden afgewisseld door grievende en pijnlijke ervaringen, welke blijken geven van openlijke of bedekte tegenwerking van het doel en streven van den Bond. Intusschen, door goed en kwaad gerucht hopen wij voort te gaan met het werk dat wij niet bebben gezocht, maar dat ons als het ware is opgelegd.

Van deze afwisseling getuigen ook de mededeelingen van deze week, waar ik u èn droevig en verblijdend nieuws heb te schrijven. Laat ik met het eerste beginnen.

De vorige week ontving ik van een van de Bestuursleden van de Afdeeling Alphen een schrijven, waarin hij bij mij informeerde of mij kort na Paschen niet een gave was gezonden uit Alphen, als gecollecteerd in het kerkezakje gedurende de Paaschdagen. Er werd toen-een collecte gehouden voor godsdienstonderwijs en nu hadden twee vrienden in die collecte ieder een .gulden gedaan, gewikkeld in een papier, met het opschrift: Voor het Leerstoelfouds, adres J. O. Fliehe, Delft. Tevergeefs hadden zij iu de rubriek „Financiën" naar de verantwoording er van gezocht. Ik had niets ontvangen. Ik wendde mij daarop in een beleefd schrijven tot een der heeren Kerkvoogden, den heer v. d. L., met vriendelijk verzoek om inlichtingen. Misschien was het verzuimd of vergeten of wat dan ook, schreef ik. Hierop ontving ik het volgende antwoord:

Geachte Heer,

In antwoord op uwe tot den heer v. d. L., Kerkvoogd te Alphen, gerichte missive van 30 Mei j.l., diene dat het zeer juist is dat Paaschmorgen alhier is gecollecteerd (zooals dit reeds jarenlang 2 maal per jaar gebeurt) voor het godsdienstonderwijs. De beide gevers hebben dit dus goed begrepen en toch in deze collecte giften geworpen voor een doel, waarvoor niet en in Alphen nooit gecollecteerd is.

Alle giften in de bewuste collecte gevonden, worden dus bestemd voor het godsdienstonderwijs, maar noch voor een Leerstoel, noch voor een Geref. Bond.

Het spijt mij voor de milde gevers dat ze zoo'n domheid begaan hebben en die giften dus hun doel hebben gemist.

Wil zoo goed zijn de beide milde gevers hartelijk te bedanken voor de flinke giften in de collecte voor het godsdienstonderwijs en hen tevens opmerkzaam er op maken, dat ze hun giften voor Bond of Leerstoel per postwissel aan u in 't vervolg kunnen toezenden.

Na beleefde groeten.

Alphen, 3 Juni 1911.

Arts, Kerkvoogd.

Welnu, lezer, wat dunkt u van zulk een standpunt? Commentaar is eigenlijk overbodig, want het schrijven veroordeelt zichzelf.

De milde gevers, schrijft onze Kerkvoogd als 't ware, hebben de domheid begaan om op onze welwillendheid te vortrouwen, om het u te sturen. Ach, dat ze toch wijzer waren! Dat moge overal gebeuren, maar bij ons in Alphen niet, daar denken wij er anders over. Dwazen die ze zijn. Neen, wij lachen ze hartelijk uit en u krijgt de giften niet. Ze zijn voor ons godsdienstonderwijs en daar zullen wij de kinderen en de groote menschen goede en Christelijke manieren van laten leeren.

Wilt u ze maar eens hartelijk bedanken voor hun milde gaven en ben zeggen, dat ze voortaan voorzichtiger zijn en het niet aan ons sturen, want wij houden het voor ons godsdienstonderwijs.

Lezer, vindt u het niet eenig? Is het niet in treurig ? Wat kunnen groote menschen toch klein doen.

Wij zullen dus maar boeken: Uit Alphen 2 giften ieder van f 1 onderweg verongelukt f 0.00.

Wij stappen thans af van dit onverkwikkelijke onderwerp dat naar wij hopen een unicum zal blijven in de geschiedenis van de totstandkoming van het Leerstoelfonds en gaan over tot iets aangenamers.

Van A. Bloed, penningmeester van de Chr. Jongelingsver. „De Heere is onze banier" te Vinkeveen, ontving ik f 7. Hij schreef er het volgende bij "Hiermede zend ik u de beloofde kwartjes der Jongelingsvereeniging. Wij hebben 27 leden, dat is dus 27 kwartjes en nog een van een eerelid. Dat nog velen ons voorbeeld mochten volgen, want veel kleintjes maken een groote." Ziet dat is nu weer eens een tijding daar een mensch in eens van opfrischt. De eerste afdeeling van de pas opgerichte Geref. Herv. Jongelingsbond, die eenstemmig besloot op het voorstel onlangs in een ingezonden stuk gedaan in te gaan dat alle aangesloten jongelingen ieder jaar elk een kwartje aan het Leerstoelfonds zouden betalen.

Heerlijk. Ik twijfel niet of alle afdeelingen zullen dit ook doen.

Ik hoorde zoo even van den voorzitter dat de vergadering te Zeist goed geslaagd is en dat een voorstel om voor het Leerstoelfonds te collecteeren met algemeen applaus is begroet. Dat verblijdt mij natuurlijk, maar nog meer dat er onder onze jongelingen een meeleven gezien wordt met de zaken die onze belangstelling overwaard zijn.

Zegene de Heere de leden van den Geref. Herv. Jongelingsbond en make Hij hen tot moedige strijders en trouwe volgers van hun Banier.

Uit Giessendam ontving ik van M. Stam, die 3 maanden geleden een busje heeft genomen, een hartelijk schrijven, waar ik een en ander uit overneem.

„Met deze verzend ik u de som van f 15.08 als opbrengst van ons busje No. 182. Ja, ik las in het nummer van 19 Mei dat er nog verzamelaars waren die niets van zich hebben doen hooren. Ik dacht, dien de schoen past trekke hem aan. Maar de penningmeester moet maar wat geduld hebben, want ik stuur het om de 3 maanden voor de onkosten.

Als ik nu naga wat de busjes zoo al opbrengen dan moet ik zeggen: de Heere heeft ons niet beschaamd, in aanmerking genomen dat slechts de halve gemeente tot Giessendam behoort. Bij de meeste welgestelden is het: daar heb ik niets voor over; en de Gereformeerden zeggen: als je het er niet onder houden kunt dan kom je maar naar ons. Maar gelukkig, er zijn er toch nog, wier hart warm klopt voor een gereformeerde prediking. Dat bleek onlangs toen Ds. Goslinga bij ons gesproken had. Hij had het zoo maar met een enkel woord aangestipt en direct kwamen er wel een zestal naar mij toe die zeiden: Stam, je kunt bij mij oók de kinderen met het busje aan sturen. Ja wij verwachten het altijd van de heuvelen en de bergen en de Heere wil soms uit de diepste dalen redding zenden. Van wie wij het verwachten daar krijgen wij niemendal en waar wij er heel niet op rekenden daar offert men geregeld. Zoo gaan onze kinderen Maria Stam, 13 jaar, en Betje v. d. Wiel, 12 jaar, weer en wind trotseerende elke week met het busje rond en ik zend u hierbij f 15.08 als eerste resultaat "

Hartelijk dank, over het andere zal ik wel spreken.

Eindelijk ontving ik nog van den heer Dijkstra uit Loenen a/d Vecht f 13.50. Deze schreef o. a.: Er is hier erg veel tegenstand. Men wordt als Kerkscheurders betiteld. Dat de Bond dit volstrekt niet bedoelt, doch opkomt voor de Geref. leer, wier plaats is in de Herv. Kerk, dat neemt men niet aan, zelfs de dat stemt ons vaak droevig en dan troost ons alleen deze gedachte, dat als het een werk des Heeren is, het niet verbroken zal worden.

Ziet, weer het oude praatje als wapen gebruikt tegen den Bond. Kerkscheurders, doleantie enz. Laat ons intusschen maar stil doorwerken. Op den langen duur zal dit praatje wel uitsterven en de waarheid zegevieren, dat kan niet uitblijven. Als de Heere geeft dat allen die de Waarheid en de Herv. Kerk liefhebben, eendrachtig mogen samenwerken. Ja, zei Zondag Ds. B. ongeveer, zij waren eendrachtig bijeen. Dat beteekent niet dat zij met elkander zoo sterk waren, maar dat zij gezamenlijk zwak, ja niets waren en hun sterkte in Hem bezaten. Moge het ons ook zoo wezen.

Delft, Brab. Turfmarkt 20.

De Penningmeester, J. C. FLIEHE.

Oude postz., Capsules, Zilverpapier.

Na eenige dagen van huis te zijn geweest, werd ik verblijd bij mijn terugkomst weder een viertal pakketten te vinden. Ik hoop van harte, dat de vrienden en vriendinnen met onvermoeiden ijver zullen voortgaan met verzamelen van zaken, die anders gedachteloos worden weggeworpen. De penningmeester is misschien wel wat zuinig met zijn mededeelingen, maar op gevaar af dat hij zwartkijkt, wensch ik toch ook aan degenen, die niet op de jaarvergadering zijn geweest en het daarom niet hebben kunnen hooren, mede te deelen, dat de totale opbrengst in 8 maanden van het vorig jaar was f70. Ik meen dat allen, die tot dit succes hebben medegewerkt, recht hebben dit te weten en ik dank er u allen hartelijk voor. Voor het eerste jaar kunnen wij dankbaar zijn en voldaan. Als wij nagaan hoe betrekkelijk weinigen nog maar meedoen, dan vraag ik: hoeveel kan het niet worden als allen nu eens mee gaan werken. Kom dan, laat het tweede jaar minstens zijn 2Xf70.—

Voor Kinder-gezondhoidskolonies bedroeg het meen ik f400.— Waarom zou het voor ons doel dit ook niet kunnen worden?

Ik ontving dan:

Ie. uit Zeist (ik meen van Mej. Remme een zak met postzegels, capsules en zilverpapier ;

2e. van M. Stam te Giesendam een partij van alle 3 de soorten;

3e. van Corrie de Mol uit Boskoop een partij postzegels en een gulden, die zij van haar moeder er bij mocht doen. Dankje wel, Corrie. Neen, je moet de postzegels niet afweeken, want ze gaan per wicht en wat er achter zit weegt ook. Begrijp je?

4e. van Mej. Riekwel te Rotterdam 1854 binnen-en 1458 buitenlandsche postzegels, waarbij eenig zilverpapier en capsules, 75 ets. uit de huiselijke spaarpot en 25 ets. van een vriendin. Zij hoopte dat zoo'n huiselijke spaarpot navolging mocht vinden. Ik ben het van harte met haar eens.

Mijn hartelijken dank aan allen. Ik hoop de volgende week weder een flinke portie te ontvangen. Stel mij s. v. p. niet teleur.

Mej. H. H. VEBBÈEK,

Kanaalweg 14, Scheveningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's