De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

11 minuten leestijd

Over een Leerstoel.

Onze tijd is rijk aan merkwaardige verschijnselen. Ook in den kring van belijders der Gereformeerde religie doen zich deze verschijnselen voor; verschijnselen, die u... met droefheid kunnen vervullen. Vooral als ge achter de „verschijnselen" iets weet van de overleggingen en gedachten en ervaringeii,

waaruit die/verschijnselen opkomen. Dat er in couranten met Gereformeerden naam dingen staan, die bewijzen, dat die courant noodig eens gereformeerd moest worden, verwondert niemand. Zoo'n courant wordt soms haastig in elkaar geslagen en 't geen er in staat draagt dan duidelijk 't kenteeken van overhaasting, om niet te zeggen van groote slordigheid.

Voor z'n schrijftafel gezeten is men alléén aan 't woord; en komt dan de haast ons aanzetten dan berekent men vaak niet de verre strekking van wat men schrijft en bedenkt niet genoegzaam de schadelijke werking van een „lapsus calami" (een vergissing van de pen).

In latere jaren z'n eigen schrift lezend, vraagt men verwonderd: heb ik dat geschreven?

Doch ook al brengt men nu dit alles in rekening, toch leest men soms zoo smartelijke dingen, geschreven door mannen, met wie gij zoo gaarne in deze ernstige tijden schouder aan schouder zoudt staan.

Zoo werd er kort geleden melding gemaakt van een oproep, geplaatst in een courant om een dokter van christelijke beginselen. Naar aanleiding van dien oproep schreef een van onze vrienden „dat het gewis was, dat er tegenwoordig, veel meer dan vroeger medici waren, die aan de oude waarheid verkleefd zijn."

Dat is verblijdend en wijst ons heen naar verandering in maatschappelijke verhoudingen. In de laatste 30 jaren, zeg 40, kwamen er ook uit den gegoeden boeren-en burgerstand jongelui aan de Academiën, die eene Christelijke opvoeding hadden genoten en door Gods ongehoudene goedheid bewaard bleven voor de conclusiën des ongeloofs, uit de wetenschappelijke gegevens getrokken. Daar kwam bij de werkzaamheid van Christelijke Vereenigingen, waardoor ook studenten, die voor dokter of advocaat studeeren, bewaard bleven voor den heilloozen invloed des ongeloofs.

Dat alles is bekend.

Nu schrijft onze vriend, na het gunstig verschijnsel der vermeerdering van het aantal medici, die aan de oude waarheid verkleefd zijn en de Christelijke levensbeschouwing erkennen en eeren, met blijdschap geconstateerd te hebben:

„ Er is geen bizondere leerstoel voor de Christ. medici, maar de Heere kan het ook wel zonder die middelen."

Op zichzelf is in dien volzin geen onwaarheid medegedeeld. Want Prof. Bouwman aan de Vrije Universitiet zit niet op eene „bizondere leerstoel!

Ook is het gewis, dat de Heere het wel zonder die middelen doen kan.

Maar.... zoo'n volzin heeft noodig. toelichting '

In onzen bijbel komt veel voor over het verzoeken van den Heere.

En deze schrikkelijke zonde, gelijk de vreeselijke straffe Gods in de geslachten op deze zonde, wordt niet tevergeefs keer op keer in het licht gesteld.

't Was Satan, die den Heere Christus voorstelde om de middellijke wegen te verachten en die daarbij een zeer heerlijke waarheid opnoemde.

Maar 't was Christus, die antwoordde: gij zult den Heere uwen God niet verzoeken!

Gewis! de Heere heeft niemand noodig; ook geen prediker des Woords. Noch hij, die plant, is iets, noch hij, die nat maakt; doch God, die den wasdom geeft.

Maar als nu die vriend en broeder er bij zet: „de meest besliste predikanten kwamen van de Leidsche Universiteit, waar in mijn tijd alles modern was" — dan heeft hij gelijk; maar ... de meest besliste Godloochenaars ('k bedoel loochenaars van den waren God, die Zich in Zijn Woord heeft geopenbaard) kwamen ook van Leiden.

Wel waren er enkele studenten, die, door familieomstandigheden, soms om de beurzen of ook door hunne woonplaats, aldaar studeerden en door 's Heeren goedheid voor de ongeloofstheorieën bewaard werden, terwijl ze soms als jongelingen, die Gods Waarheid lief mochten hebben, in die omgeving kwamen.

Maar als zulke jongelingen zich later als „meeste besliste" achten, is dat gevaarlijk voor hen zelf.

En bovendien. Omdat de drie jongelingen in Babel in 't vuur bewaard bleven, zal toch, denk ik, geen verstandig mensch den raad geven aan anderen om maar in een brandenden oven in te gaan?

Waar moeten we op deze manier toch heen?

De Heere heeft Zijne middellijke wegen gesteld, voor ons en onze kinderen. Niet, omdat wij Hem met onze middelen zouden behoeven te helpen; maar omdat Hij ons dit bevolen heeft!

Van Zijn gunste ên goedheid èn almacht een argument te maken om de middelen te verachten en onze roeping te verwaarloozen, 't zou toch al te snood zijn.

'k Weet van vaders, die 't waagden hunne zonen op raad van anderen in vroegeren tijd, te zenden naar Leiden, toen Utrechts Academie zeer verdacht gemaakt werd. 'k Weet ook van de smart dier vaders, toen hunne zonen z.g.n, modern terugkwamen!

Onze broeder kan toch niet bedoeld hebben, dat pogingen om een bizonderen leerstoel te verkrijgen overbodig zijn ?

Neen! Wellicht is zijn woord bedoeld, als aanmaning om bok voor een leerstoel voor medici te ijveren!

Want als de Heere ««(/'s thans nog Zijne hand houdt aan ons volk door zorge voor geloovige doctoren, wil Hij ons dan daardoor niet op ónze roeping wijzen?

Immers: Zijne goedheid kan voor ons wel spoorslag zijn tot rechte werkzaamheid in de wegen der middelen, doch nooit om deze te doen verachten.

Zijn de verborgene wegen voor den Heere — de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen.

Montfoort.

Antwoord aan Ds. Liugbeek.

Onlangs schreven wij een en ander, naar aanleiding van een „Ingezonden stuk", meer bijzonder aan het adres van Ds. Lingbeek te Spijk, die.over den Geref. Bond tot vrijmaking en over den Geref. Zendingsbond geschreven had'in „De Geref. Kerk."

Wij beweerden, dat Ds. L. of niet op de hoogte was óf met opzet verkeerd had geantwoord aan het adres van iemand in Den Haag, die zoo gaarne aangaande deze „Bonden" eens wat nader wenschte ingelicht te worden.

Dat No. van „De Waarheidsvriend" deden we natuurlijk aan den schrijver van „de Vragenbus" toekomen.

En nu antwoordt Ds. Lingbeek in „De Geref. Kerk: „wij betuigen er gaarne ons leedwezen over, dat we met al die Geref. Bonden in de war zijn geraakt."

Da's curieus.

Er zijn twee Geref. Bonden. Over beide Geref. Bonden werd door Ds. L. geschreven en hij gaf breedvoerig advies. Eu nu moet Ds. L. getuigen: we zijn in de .war geraakt.

Nu — dat dachten we dadelijk wel, toen we tot tweemaal toe „de Vragenbus" gelezen hadden.

Maar toch blijft het curieus. niet wat minachtend? Is het ook

Nu zou Ds. Lingbeek, die heelemaal in de war geraakt is, wel eens willen weten, wat we toch eigenlijk willen.

Dat verblijdt ons.

Wij hebben ook zoo dikwijls aan „de Geref. Kerk" wat gevraagd. Maar dan kregen we geen antwoord.

Daarom stellen we het vragen van Ds. Lingbeek te meer op prijs.

En het verdriet ons niet om nog eens te zeggen, dat we niet in ons devies schrijven: volkskerk, ook niet: staatskerk; maar gereformeerde kerk.

't Woord volk mag niet aan 't woord kerk vooraf gaan. Ook niet het woord staat.

Ons ideaal is een gereformeerde Kerk, d. i. een Kerk, die zich zoo goed mogelijk naar de zuivere beginselen van Gods Woord wil inrichten in belijdenis en kerkorde.

Zooals onze vaderen dat van ouds begeerd hebben, maar helaas! door allerlei inmenging van den Staat nooit hebben verkregen.

Dus geen volkskerk.

Evenals indertijd „de Wekstemmen" (onder redactie van Dr. A. Troelstra c. s.) ook aan het adres van de Confessioneele Vereeniging schreef: dat woord hebben onze Geref. vaderen nooit gebruikt!

Maar een gereformeerde Kerk. Met een geref. belijdenis en een kerkorde, - naar de beginselen der Schrift.

Want als de Schrift niet de toetssteen is, dan is het niet gereformeerd.

Maar o, wee!

Dan komt Ds. Lingbeek aan met een stel vragen.

Want — hij wil het wel eerlijk zeggen — hij krijgt den indruk, dat wij iets anders bedoelen, dan we tot de menschen zeggen.

Aanpakken maar!.

En dan vraagt Ds. L. of wij erkennen, dat de Overheid aan het Woord gebonden is en een roeping heeft ten opzichte van de Kerk ? En beweegt de Gereformeerde Bond zich op de Gereformeerde of op de Independentische lijn?

Op welke vragen wij natuurlijk aanstonds antwoorden: de Overheid, als dienaresse. Gods, heeft rekening te houden met de Schrift en de Overheid heeft een roeping te vervullen ten opzichte van de Kerk, dat deze steun, hulpe, bescherming bij haar vindt, met behoud van ongerepte vrijheid op eigen terrein.

Waarbij wij langs Gereformeerde banen en niet in Independentische wegen willen wandelen, uitgaande van de plaatselijke Kerk en niet van de congregatie; vasthoudende aan het ambt en niet loslatende de tucht en het toezicht der meerdere Kerken (in classicaal of provinciaal ressort) over de enkele Kerken, om deze te houden in de paden des Woords. Dus naar de lijnen van de Dordtsche kerkeorde van 1619.

Maar daar hebben we de Dordtsche kerkeorde van 1619 genoemd....

En nu begint het!

Hoe is 't mogelijk, dat de Geref. Bond met die Dordtsche kerkorde van 1619 komt aandragen in de 20ste eeuw.

Wil men dan de Kerk in een oude plunje laten staan, die haar niet meer past? „Het past op elkaar als een hooge hoed op een koffiekan" — zegt Ds. Lingbeek.

Neen, den de Confessioneelen. Die zijn niet zoo conservatief, dat ze van geen voortgang willen weten en de Kerk in haar oude versleten plunje willen laten staan, waar ze geheel uitgegroeid is. De Confessioneelen willen dat de Kerk voortga en zich verder ontwikkele, mits uit het oude beproefde beginsel van Gods Woord.

Maar wat blijkt bij den Geref. Bond?

„Om zichzelf en anderen wijs te maken, dat men in het Geref. voetspoor blijft, en dus op den naam van „de ware Gereformeerden" kan aanspraak maken, daartoe omhangt men zich met het oude, reeds lang versleten kleed van de Kerk der vaderen."

Alzoo schrijft Ds. Lingbeek van Spijk.

Nog eens: aanpakken maar!

Even hebben we de oogen uitgewreven. En ja, 't staat er juist zooals we gelezen hebben.

Maar .... hoe is 't nu ter wereld mogelijk, dat iemand zóo uitpakt.

Van den eersten dag af, dat de Geref. Bond een kik gegeven heeft, heeft hij verklaard, dat het hem niet om het oude, maar om het ware te doen was.

En dat hij de 3 Formulieren van Eenigheid en de Dordtsche kerkeorde natuurlijk wide lezen, zooals er duidelijk in die stukken zelfgeschreven staat; met name in de Dordtsche kerkeorde: „deze artikelen, de wettige ordening der Kerken aangaande, zijn alzóo gesteld en aangenomen met gemeen accoord, dat zij veranderd, vermeerderd of verminderd mogen en behooren te worden, zoo het profijt der Kerken anders vereischte" (Art. 86).

Dat is immers een grondbeginsel voor een gereformeerd mensch.

Art. 7 in de belijdenis; en Art. 86 in de Dordtsche kerkeorde.

En dus waarom nu dien boom opgezet over een hoogen hoed en een koffiekan ?

Zijn dan de beginselen van Kerkregeering der Dordtsche Kerkeorde van 1619 niet meer de beginselen, die wij, gereformeerden van 1619 begeeren ?

Wil de Dordtsche Kerkeorde niet dat de Kerk door hare ambtsdragers in Kerkeraden (Art. 37—40), Classen (Art. 41—46) en Synoden ('Art. 47—49 en Art. 50 - 52) worde geregeerd ?

En vragen wij niet, dat er in onze Herv. (Geref.) Kerk weer een regeering der Kerk kome naar de lijnen van die Dordtsche Kerkeorde van 1619, omdat toen Schriftuurlijke lijnen getrokken zijn door onze vaderen? Neen — wij willen geen hoogen hoed op een koffiekan zetten.

Maar wij willen vasthouden wat Gereformeerd is.

Gelijk we in 1904 mochten schrijven, bij een uitgave van de Dordtsche Kerkeorde (bij Kemink & Zoon te Utrecht): „'t Is niet om het oude onveranderd terug te krijgen, dat wij het oude weer aan de onzen willen voorleggen.

Maar 't is omdat het nieuwe zoo slecht is, en omdat onze vaderen in het oude lijnen getrokken hebben, die wij noodzakelijk weer voor oogen zullen moeten houden, wil er van het nieuwe ooit iets goeds terecht komen.

Daarom geve de Heere uit genade, dat in onze Gereformeerde (Hervormde) Kerk de oude kerkorde weer ga leven, opdat er zoo iets nieuws geboren mag worden onder de zegeningen des Geestes, dat Gode tot eere en onze Kerk tot heil zij."

Zoo schreven we in 1904.

En dan schrijft Ds. Lingbeek in 1911, dat wij de Kerk in een oude plunje willen laten staan, die haar niet meer past.

Wat men alleen kan doen, als men nog nooit Art. 86 van de Dordtsche Kerkeorde gelezen heeft.

En als men absoluut nog geen moeite gedaan heeft om de beginselen van den Geref. Bond te leeren kennen; daar de Geref. Bond juist principieel zich tegen een staatskerk verklaart.

Kunnen we nu geen moeite doen, om in deze ernstige tijden in het midden van ons kerkelijk leven, dat van alle kanten bedreigd wordt, elkander te leeren verstaan?

Ook in het publiek en niet alleen een enkele maal in particulier geschrijf?

Om te mogen komen tot het herstel van onze aloude Geref. Kerk; opdat zij weer kome staan als een pilaar en vastigheid der waarheid in het midden van ons volk, vrij belijdend : de Heere is onze Rechter, de Heere is onze Wetgever, de Heere is onze Koning — Hij zal ons behouden, (Jes.. 33:22).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's