Voor Jong en Oud.
Een moede zwerver.
11) {Auteursrecht voorbehouden.)
In den Kerkeraad der Luthersche Gemeente was reeds lang sprake geweest om eene Zondagsschool op te richten. Van vele zijden riep men er om, niet het minst de kinderen. Waarom zou men hier achterblijven, waar zoovelen voorgingen? Men mocht niet spreken van eene bestaande behoefte, toch was de zaak nuttig. Besloten werd de kinderen der Gemeente den volgenden Zondag op te roepen. Dominé zou dan een eenvoudig woord ter inleiding spreken, en met algemeene stemmen werd besloten Nebur te benoemen als leider der Kinderkerk op een behoorlijke bezoldiging.
Nebur nam de benoeming gaarne aan, edoch, hij had één bezwaar, hij wenschte in dezen niet bezoldigd te worden. Wilde de Kerkeraad hem een benoeming zenden zonder sprake van belooning hoegenaamd, dan zou hij gaarne zijn zwakke krachten in dienst van Jezus en de Kerk geven.
Des Zondags vulde een groote schare van kleinen en grooten de schoone kerk, boven welker hoofdportaal het woord van Luther in gouden letteren prijkte: „Een vaste burcht is onze God!"
Die mijnheer Nebur, van wien ieder met zekeren eerbied sprak, moest wel een man van beteekenis wezen. Zijn kleine, teere gestalte was niet onbekend; zijn bleek voorkomen wekte vaak het vermoeden of hij een geduldig lijder was. In hem werkte de Geest des Heeren!
De Kinderkerk ving aan; natuurlijk met het lied van Luther. De organist had gratis zijn diensten aangeboden. Als een andere Bach had hij geleerd, hoe ook een musicus moet arbeiden ter eere Gods.
We geven geen verslag van deze samenkomst. Ze slaagde, d. w. z. in menig kinderhart viel het zaad, uitgestrooid om vrucht voort te brengen.
En week aan week zag Nebur, nu zonder aanwezigheid van den predikant, een belangstellende schare voor zich van grooten en kleinen.
Hij stichtte, gelijk ieder mensch sticht, die vertelt, wat God aan zijn ziel gedaan heeft. Maar hij had éen gebrek, hij miste fundamenteele kennis.
En dat gemis is groot. Dat gemis wreekt zich, vroeg of laat. . .
Hij was een man, die in zijn ziel een gebroken stelsel omdroeg. Hij was niet van kindsbeen af in.de waarheid onderwezen, en kwam daardoor tekort in kennis. Hij liet zich te veel leiden door zijn gevoel, en kon zich bij het licht van Gods Woord niet voldoende controleeren bij zijn uitspraken.
De grooten bleven langzamerhand weg; Nebur geleek op zeker artikel-acht-man, die de kunst verstond om een zestal predikatie's op te hangen aan verschillende teksten. Hij protesteerde tegen opschrijven, memoriseeren en lezen; de Geest des Heeren zou hem de woorden in den mond leggen. Doch, de grooten en de kleinen hoorden als moraal oftewel toepasselijk gedeelte steeds hetzelfde.
De kinderen bleven, in voldoend aantal.
Nebur stond nu op zijn hoogtepunt.
In school werkte hij met lust en ijver. Zijn Bestuur schonk hem ongevraagd honderd gulden verhooging; een moment in de dagen, toen onze Penningmeesters nog geen cent Rijkssubsidie ontvingen.
Als privaat-onderwijzer werd zijn inkomen belangrijk gestijfd en verhoogd.
Als voorganger der Kinderkerk stond hij in aanzien bij ouders en kinderen.
Wij slaan nu vijf jaren over in Neburs levensgeschiedenis.
Vraag hem niet, of hij den strijd om het bestaan kent. Zijn uiterlijk getuigt daarvan. Hij weet, wat lijden is.
God heeft hem twee kinderen geschonken; een jongen en-een meisje. Daarvoor heeft hij den Almachtige gedankt. In hen ziet hij een zegening boven al wat God hem geschonken heeft. En, het is zijn innige zielsbehoefte, dat God in zijn zaad Zijn Naam zal voortplanten.
Mina moest als modiste veel werk afzeggen, ze had maar twee handen.
De jongens der rijke familie waren beiden naar een academie-stad vertrokken, waar ze voor de Hoogeschool zouden wórden voorbereid.
De Kinderkerk kwijnde.
Nebur zat in stof en assche! Hij was ruim 30 jaar, een schoone leeftijd, maar toch nog geen levens-periode om te behooren tot de afgaanden onder de mannen!
Zeker, Mina was actief, en ze wenschte wel, dat haar man meer kracht van volharding, van doorzetten had. Ze spoorde hem aan om te gaan studeeren voor de hoofdacte.
En ja, dat zinde hem. Na een studie van twee jaar meldde hij zich aan als candidaat voor de hoofdacte.
Een zijner collega's, een jongmensch van 21 jaar, zou tegelijkertijd met hem het examen afleggen.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's