De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

4 minuten leestijd

Calvijn en van Melle.

Zoo onverwacht kunnnen soms namen in éen adem genoemd worden, die men nu heelemaal niet bij elkaar denken kon.

Dikwijls blijkt dan, dat er meer overeenstemming bestaat dan men ooit had vermoed.

't Heeft dan iets verblijdends. 't Kan soms van groote beteekenis worden voor de toekomst.

Maar denk dat nu niet van de namen die hier boven staan. Zeker, 't zou mogelijk zijn, dat Ds. van Melle van Kralingen meer van Calvijn had, dan men wel eens vermoedde, 't Zou toch kunnen, dat zijn sympathieën meer en meer zich hadden geneigd tot de Gereformeerden, dan men jaren geleden dorst verwachten, 't Zou toch niet onmogelijk zijn, dat hij een voorstander van de oude waarheid, een warm verdediger van de Geref. beginselen was geworden.

't Zou niet het eerste geval van dat soort.

Bij den Heere zijn alle dingen mogelijk. Hij heeft maar te spreken en 't is er, te gebieden en 't staat er.

Zeker, 't zou een groot wonder zijn. Want Ds. van Melle heeft zich altijd hevig verzet tegen en scherp uitgelaten over de Gereformeerden in zijn gemeente. En de Evangelisatie daar heeft altijd geweten, wat zij aan hem had. Maar de Heere kan de harten neigen als waterbeken. En daarom mogen we nooit vertragen in onze Evangelisaties om voor de plaatselijke herders en leeraars te bidden.

Die in een Evangelisatie optreedt en dat vergeet te doen — die verwaarloost voor een groot deel zijn roeping.

Daar moet een gedurig smeeken tot den Heere in deze opstijgen.

Maar te moeten ervaren dat de plaatselijke herder en leeraar zich verhardt; dat hij met, des te meer ijver zich gaat inspannen om de gereformeerde waarheid te bestrijden en de gereformeerde actie te breken — zooals dat met Ds. van Melle te Kralingen 't geval is — kan niet anders dan droef stemmen. „Ik wil geen Calvinist zijn", roept hij week aan week uit in de officieele Kerkbode van de Gemeenten Kralingen, Delfshaven, Feijenoord en Charlois.

En zonder moede te worden bewijst hij van week tot week hoe verfoeilijk het Calvinisme is, waar het leert, dat er een verkiezing en verwerping is bij den Heere.

Gods Woord leert zulks niet, zegt Ds.van Melle.

Ook b.v. in Rom. 9-—11 staat er geen woord van.

Calvijn heeft dat verkeerd begrepen.

Onze Belijdenis heeft dat verkeerd begrepen.

Onze geref. theologen van vroeger en nu hebben dat verkeerd begrepen.

En „de Waarheidsvriend" snapt er heelemaal niets van.

Wat ongelukkige sukkels zijn die „Calvinisten" toch.

En wat stumperds, die altijd nog maar vasthouden aan de oude gereform. waarheid.

Ze komen dan ook nooit in den hemel. Laten ze er maar nooit op rekenen. Ds. van Melle heeft het nu al tweemaal gezegd. En nu is 't uit. Men behoeft er nu niet meer over te denken!

Want schreven we onlangs reeds, dat Ds. van Melle op een brief kaart heeft verklaard: „indien gij de lezers van „de Waarheidsvriend" wilt inlichten omtrent mijn gevoelens over de Gereformeerden, de z. g, n, evengoed als de echte, wel zeg hun dan, dat ik op het allerhartelijkst hoop, dat zij ook in den hemel zullen komen. Maar zij moeten het zelf willen, anders komen zij er niet." (22 Maart 1911.)

Nu, 27 Mei 1911, schrijft de herder en leeraar van Kralingen nóg eens: „vraagt men mij, of ik den gereformeerden gun, dat zij in den hemel komen, dan antwoord.ik: zeker, met heel mijn hart! Maar zij moeten het zelf willen, anders gebeurt het natuurlijk niet. God sleept de menschen niet ten hemel tegen hun zin in!"

Wij zullen dergelijke banale en laag-bijden-grondsche verklaringen den Kralingschen pastor niet al te ernstig toe rekenen.

Hij bedoelt het waarschijnlijk niet zoo ruw als hij het zegt. Maar wat de zaak zelf betreft : die neger in Africa, die tot God bekeerd was geworden door de onwederstandelijke werking des H. Geestes redeneerde meer naar de Schrift, dan de leeraar van Kralingen, toen hij in zijn eenvoudigheid, in dankbare liefde tot den Heere, verklaarde: in mijn bekeering heeft God wat gedaan en heb ik wat gedaan. God heeft gewerkt en ik heb daarbij tegengewerkt".

Zoo kwam die uitverkorene Gods in den hemel. Z'n zwarte huid achterlatende, om wit als de sneeuw, die versch op aarde valt, aan den Heere te worden voorgesteld en mee te zingen met gansch Sion, dat door God verkoren, geroepen en toegebracht, niets liever aanheft dan het jubellied: niet ons, niet ons, o, Heere. Uw groeten, Naam zij d'eere tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's