Stichtelijke overdenking.
Van buiten was strijd, van binnen vrees; doch God, die.de nederigen vertroost, heeft ons getroost. 2 Cor. 7 : 5b en 6a.
Van buiten Strijd, van binnen Vrees.
Wij menschen leven feitelijk tweeërlei leven, een leven van buiten en een leven van binnen; er is eene wereld rondom ons en er is' ook een wereld binnenin ons. Beide zijn rijk in gebeuren. Wat hebben we in die wereld rondom ons al niet gehoord en gezien! Als we de pen eens vaardigen schrijvers rijk waren, een ieder van ons zou er boekdeelen over kunnen vullen. Doch ook binnenin ons gaat veel om; daar is ook eene wereld van gedachten-en gevoelsleven.
't Is hierom dat de apostel aan de Corinthiërs schrijft: „Van buiten was strijd; van binnen vrees"; evenwel mag hij er aan toevoegen, wat niet ieder op goede gronden hem vermag, na te zeggen: Doch God die, de nederigen vertroost, heeft ons getroost."
Van buiten alzoo was strijd. Nu was de apostel geen beginner meer in het geloof; hij was een beproefd Christen, die reeds jarenlang wandelde op de baan van Gods heiligen; en toch was 't maar strijd en 't bleef strijd. Evenals de oude, geharde zeeman net zoo goed de ruwe stormen hoort woeden als de jonge matroos, en hij op zijn laatste zeereis nog evenveel kans maakt op schipbreuk als op de eerste, zoo is ook het begin en het midden en het einde van de reis naar het Vaderhuis strijd. Nauw werd de ziel van Gods uitverkorene ontdekt aan hare schulden, of de bekommernissen, moeiten en aanvechtingen begonnen, en zonder strijd was zij nooit. De ééne vijand was pas overwonnen, of er dienden reeds weer posten uitgezet tegen een anderen; en hoe ouder men in de genade word', men krijgt 't niet gemakkelijker. Jozef was nog jong, toen hij als slaaf verkocht werd naar Egypteland ; doch Daniël - was reeds een man van middelbaren leeftijd, toen men hem in den leeuwenkuil wierp; en David is een grijsaard, als hij weenende en rouwende over den Kedron trekt, vluchtende voor het aangezicht van zijn zoon Absalom. Onze Heiland zelf kreeg het in de drie jaren van Zijn openbaar optreden hoe langer zoo moeilijker, en Zijn laatste lijden en strijden vindt zijn hoogtepunten in Gethsemané, Gabbatha en Golgotha. Ja, kind Gods onder onze lezers, wie weet, wat ook u nog te wachten staat!'t Kan zijn, dat ge op 't oogenbHk een tijd van verademing moogt beleven; 't is niet zeker, dat dit lang zoo blijft. Of is ons niet toegezegd: „In de wereld zult gij - verdrukking hebben"? En, als er zoo staat: „God zal alle tranen van hunne oogen afwisschen", wordt hierin dan niet de beeldspraak gebruikt, dat de zielen van Gods kinderen schreiende aankomen aan de deur van het Vaderhuis, en dat de Heere de tranenperelen van de oogen zal wegvegen, gelijk eene moeder die afneemt van de konen van haar weenend kind?
Ja, de laatste ure, die van het sterven, is er niet zelden eene van bangen strijd, 't Is waar, Lodestein sprak toen: „Is dit sterven? Ik wist niet, dat sterven zoo gemakkelijk is."; doch de Christen uit Bunyan's gulden boekske raakte in den Doodsjprdaan nog allen grond onder de voeten kwijt; terwijl ook onze Heiland zelf, hoewel zonder zonde, het in den doodstrijd niet gemakkelijk had, en uitriep: „Eli, Èli, lama, sabachtani? " d. i. Mijn God, Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten ?
Wat we van buiten ondervinden, heeft ook invloed van binnen. De groote wereld rondom ons reageert op de kleine wereld binnenin ons. Daarom schrijft de apostel nevens: „Van buiten was strijd, " nog: „Van binnen was vrees." Had hij neergeschreven: „Van buiten was strijd en van binnen was ook strijd, " zoo zoude hij ook eene zielservaring van al Gods kinnen(kinderen) hebben weergegeven, maar had hij weer op iets anders gedoeld.
Van binnen dan was vrees. Evenals de' de temperatuur buiten het kwik van den thermometer doet rijzen of dalen, zoo ook had de wereld buiten invloed op Paulus' gemoed; en dit kon ook niet anders, want God maakt een Christen ook tot een gevoelig-mensch. Wat er-omgaat in huis, buurt, gemeente, staat en maatschappij kan hem niet koud laten, want ook hiermee is Gods eere en Gods koninkrijk gemoeid.
De apostel was een prediker des evangelies; overal trachtte hij de banier des kruises te planten en de toorts van Godsgenade voor berouwhebbende zondaars te laten glanzen. Doch als hij nu naging, hoe het evangelie duizenden Joden eene ergenis was en evenzoovelen Heidenen eene dwaasheid, hoe zij Gods knechten vervolgden en martelden, en hoe de reeds gestichte Christelijke gemeenten door inwendige twistingen werden verscheurd en door dwaalleeringen werden vertroebeld, ja, dan werd het hem bang om het hart, dan wees de thermometer zijner ziel: vrees! d. i. bekommering, zorg en angst.
Deze vrees beklemde gedurende alle eeuwen de zielen van Gods kinderen - Wij beluisteren haar in de liederen Davids, in de profetieën van een Jesaja, in alle brieven van alle apostelen en op vele andere plaatsen in de Heilige Schrift. Zij spreekt tot ons in de predikatiën van mannen als Smijtegeld en à Brakel; en zij klaagt ook op heden nog in de harten van velen, die den Heere Jezus liefhebben in onverderfelijkheid. Immers, als ook nu Gods kinderen letten op het woeden van Satan, hoe de heirbaan, waarop de volkeren wandelen, bezoedeld is met zonden van de laagste soort; hoe de kerk bijna ineen valt; hoe degenen, die elkaar als broeders moesten liefhebben, door den wortel der bitterheid van elkaar blijven vervreemd; hoe het glanzende goud der waarheid wordt verdonkerd; dat dwaalleeraren de scharen misleiden; en als zij daarbij nog overwegen, hoe het vaak gesteld is in eigen huis en eigen hart, — dan, ja, moeten ze 't Paulus nazeggen: „ Van binnen is het vrees."
Evenmin als aan den strijd komt er voor Gods kinderen op deze wereld aan deze vrees een einde. Pas als zij rusten zullen van hunnen arbeid, onder de schaduw van den Boom des levens in het zalig paradijs, heeft deze vrees uit; doch hier beneden zal 't nu eens met Jeremia wezen: „Och, dat mijn hoofd water ware en mijn oog eene springader van tranen! zoo zou ik dag en nacht beweenen de verslagenen van de dochter mijns volks"; dan weer met David: „Behoud, o Heere, want de goedertierone ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de menschenkinderen"; dan met Paulus: „Ik, ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? "
Aan den donkeren hemel van des briefschrijvers moeite en verdriet flonkert eene schitterende morgenster; hij mag immers betuigen: „ Doch God, die de nederigen vertroost, heeft ons getroost."
Als Gods kinderen slechts opwaarts mogen zien, zijn ze klaar. Hun troost is hier beneden niet, doch omhoog. Zien ze op de bruisende golven, zoo zinken zij, als Petrus weg in de diepte, maar zien ze op Jezus, zoo zijn ze behouden.
Gods vertroostingen zijn niet voor ieder, doch voor hen, wier harten de Heere daar te voren vatbaar voor heeft gemaakt, d. z. de gebrokenen en verbrijzelden van harte, de kleinen, de eenvoudigen. Dezulken vergeet de Heere niet, evenmin als eene vrouw haar zuigeling vergeet. Sinds zijne bekeering op den weg naar Damascus behoorde ook Paulus tot het nederige volk, had de Heere steeds zijne ziel weten te troosten, nu eens op deze, dan op gene wijze; gisteren door eene belofte, heden door de kom^t van Titus, morgen door hem op te trekken in den derden hemel.
Zoo handelt de Heere met al de Zijnen. Hij troostte Abraham in het land der vreemdelingschap. Hij troostte Job op den aschhoop. Hij troostte de weenende Maria Magdalena. Hij troostte Johannes op Patmos, Hij troost al Zijn volk. Hij troost ook u, lezer, als ge tot de ware nederigen moogt behooren; en niet het minst, als het van buiten strijd is en van binnen vrees.
Is uw harte bevend ? Is de booze geest
Woedend u omgevend?
Waarom dus gevreesd?
Wees op Jezus hopend.
Gord de wapens aan.
Op de kampbaan loopend.
Strijd om in te gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's