De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Instandhouding van den eed.

Het eedswetje is in de Tweede Kamer aangenomen met 49 tegen 15 stemmen. Naast de sociaal-democraten stemde een aantal liberalen tegen het wetsontwerp. Ook de bekende moderne dominé Roessingh behoorde tot de tegenstemmers. Voor het tot eindstemming kwam, beproefde de Amsterdamsche hoogleeraar Mr. van Hamel nog, of het niet mogelijk was den tijdsduur van de getroffen voorziening te beperken en die aan den datum van 1 Januari 1913 te binden, zoodat met het verstrijken vandien termijn de wet kwam te vervallen. Maar het voorstel daartoe werd door de Kamer verworpen.

Uit de discussies is nu wel dit gebleken, dat het niet gemakkelijk gaan zal om eene afdoende regeling van het eedsvraagstuk tot stand te brengen, ten minste niet een zoodanige, die algemeen voldoet, en dit is ten opzichte van een zoo principieele kwestie als die van den eed wel te begrijpen.

Wenscht men van links eene afschaffiug van den eed voor burgerlijke en strafzaken, men durft voor. het overgroot deel van liberale zijde intusschen de consequentie dier 'afschaffing bij andere zaken als b. v. bij de Successiewet nog niet aan. En daartegenover staat dan Mr. de Savornin Lobmau, die wel wil medewerken tot het tegemoetkomen aan gewetensbezwaren, maar die nooit zijn stem zal geven aan een systeem, dat wel den waarborg in burgerlijke en strafzaken verzwakt, doch tevens uitgaat van de stelling, dat de eed voor de Successiewet niet kan worden gemist.

En zoo zal het eedsvraagstuk nog wel langen tijd op eene oplossing moeten wachten.

Wat ons betreft, en wij spraken dit reeds de vorige week uit, wij staan als anti-revolutionairen op een geheel ander standpunt.

Naar onze meening hoort de eed in het anti-revolutionaire staatsrecht thuis, waarbij echter dit beding valt te maken, dat aan leden van kerkgenootschappen, die het afleggen van den eed als voor den Christen ongeoorloofd beschouwen, vergund zij den eed door een belofte te vervangen. Wij staan daarbij geheel op het standpunt onzer Gereformeerde vaderen, die destijds op de vraag, of men de Mennonieten wel mocht toelaten tot het afleggen van de belofte in plaats van den eed, deze in bevestigenden zin beantwoordden, terwijl men van de Doopsgezinden niets mocht vergen te doen wat tegen hunne conscientie inging. Dergelijke exceptie, om voor den eed de belofte af te leggen, wenscht men ook onder zekere voorwaarden uit te breiden tot de atheïsten.

Maar veel verder te gaan dan het toelaten van deze excepties lijkt ons van Schriftuurlijk standpunt bezien, niet wel toelaatbaar.

De eed is een der Christelijke grondslagen, waarop het Staatsgebouw rust, en als Gereformeerden hebben wij de instandhouding van den eed te eischen.

Gebrekkige Sehriftkennis.

Hoe gebrekkig de Schriftkennis in veler vrijzinnige kringen is en hoe averechts men van die zijde het Woord verstaat, blijkt wel telkens, wanneer voor het leveren van eenig bewijs een beroep op den Bijbel wordt gedaan.

Nog dezer dagen trof ons in dit verband een passage, voorkomende in een op ruime schaal verspreide brochure van den „Mannenbond voor vrouwenkiesrecht."

Mr. Werker uit Utrecht — naar wij meenen een der voormannen van den Vrijz. Dem. Bond — behandelt in die brochure de argumenten tegen vrouwenkiesrecht. In de inleiding op het geschrift zegt de schrijver, dat bij de bestrijding der vrouwenkiesrecht beweging plegen gebezigd te worden: logische, sociologische, historische, godsdienstige, zedelijke, philosophische, oeconomische, politieke en utilistische argumenten.

Al deze argumenten nu worden achtereenvolgens gedefinieerd en daarna bestreden.

Ten bewijze van hetgeen wij hierboven in den aanhef neerschreven, moge dienen, wat schrijver over het godsdienstige argument zegt.

Het gangbare godsdienstige argument tegen vrouwenkiesrecht moet volgens, het beweren van Mr. Werker luiden:

De vrouw behoort te blijven in de gesubordineerde positie, waarin zij door den Goddelijken wil is gesteld. Waar geschreven staat, dat de vrouw den man tot »dienstmaagd«, en elders, dat zij hem tot »steun« zal zijn, waar Christus — gelijk Paulus het doet weten — heeft gezegd, «dat uwe vrouwen in de Gemeenten zwijgen», daar staat het den mensch niet vrij, te tornen aan Gods wil.

Tegen dit argument (!) nu wordt aangevoerd:

a. Allereerst zij opgemerkt, dat het weinig van Christelijken zin getuigt, wanneer Schriftgeleerden het geschreven woord misbruiken, om aan de vrouw niet te geven, wat van de vrouw is. Dit star-formalisme miskent den geest van den Christus.

è. Eene aprioristisclie achterstelling van de eene helft der menschheid bij de andere is in strijd met de Goddelijke rechtvaardigheid en kan dus nooit uitvloeisel zijn van Gods wil.

b. Hoe kan met een beroep op den Bijbel ooit onthouding van recht aan de vrouw verdedigd worden? Richtte Christus zich niet herhaaldelijk tot de vrouwen? Waren zij niet Hem nabij, toen allen Hem verlieten?

d. Het Christelijk geloof onthield nimmer aan de vrouwen hoogere roeping en eere. De plaats van Maria in de Katholieke Kerk, de roeping eener Jeanne d'Arc zijn hier de bewijzen van. Waar God zelf de vrouwen dus eerde, kan onthouding van het politiek stemrecht niet in Zijn wil liggen.

e. Beroep op den Bijbel, omjuist het kiesrecht aan de vrouw te onthouden, schijnt al bijzonder zwak; immers de Bijbel spreekt nergens van dit recht, ook niet ten aanzien van mannen. Dient wellicht de Bijbel hier — onwillekeurig — om een beschouwing te dekken, die men buiten den godsdienst om placht te huldigen?

Wij laten het bij dit vijftal punten van bestrijding.

Wat zeggen onze lezers van de Schriftkennis van dezen propagandist voor het vrouwenkiesrecht? En dan wekt het bestuur van den „Mannenbond voor Vrouwenkiesrecht", bestaande uit achtbare mannen, tot de lezing van het geschrift op, waarbij dan tevens de overtuiging wordt uitgesproken, dat velen daardoor zullen toetreden tot den Bond.

Zeiden wij te veel toen wij hierboven er van gewaagden, dat de Schriftkennis in vrijzinnige kringen gebrekkig is 'en dat men van die zijde zich averechtsche voorstellingen maakt omtrent hetgeen in het Woord geschreven staat?

Ons dunkt, dat de geachte schrijver maar eens beginnen moest met het bestudeeren van het Formulier tot bevestiging van het Huwelijk. Daarin zal hij de juiste verhouding tusschen man en vrouw leeren kennen, eene verhouding die ook geheel overeenkomstig de Schrift is.

De totalisator.

Het onlangs ingediende en sinds 15 Juni tot wet verheven ontwerp tot bestrijding der zedeloosheid, verbiedt ook voortaan den totalisator bij de wedrennen. Het wedden op de renbaan zal daarmede gelukkig tot het verleden behooren.

Echter moet dit laatste nog niet zoo zeker zijn.

Er schijnen toch van zekere zijde in.de Tweede Kamer pogingen aangewend, te worden, om geheel of gedeeltelijk op die beslissing omtrent dit punt terug te komen.

Door den oud-liberalen afgevaardigde van Utrecht, Mr. van Karnebeek, is een interpellatie aangekondigd geworden, waarbij dit punt nog nader zal besproken worden.

Het gevolg zal wel zijn, dat de Kamer zich bij motie heeft uit te spreken, of zij den totalisator nog maar niet zal laten bestaan.

Het zou ons spijten, als de Kamer op de door haar genomen beslissing terugkwam.

Naar de couranten berichten, moet zelfs het initiatief tot het stellen van zulk een motie mede van een antirevolutionair uitgaan.

Dat wij ook dit betreuren zouden, behoeft geen nader betoog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's