De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Een moede zwerver.

12) (Auteursrecht voorbehouden.)

„Verbeeld je nu niet, dat ze' die acte aan jongentjes cadeau geven, " zei vader Nebur. „En daarenboven, je maakt je veel te druk met politiek, mannetje."

„Met politiek? Bewijs jij dan je vrienden niet, desgevraagd een dienst? Jij bedankte er voor, toen ze ons namens „Nederland en Oranje" kwamen vragen om een onderwijzer die controle moest houden bij de stembus."

„De stembus! Denkje, dat we met de stembus wat winnen kunnen? "

„Stemmen, deelneming aan de stemming is Christenplicht. Door de controle kunnen we nalatigen nu en later op hun plicht wijzen."

„Gekheid, stemmen is menschenwerk. God blaast er in. Het evangelie moet zegevieren."

„Daarvoor zorgt de Kerk of behoort de Kerk te zorgen. Maar burgerplicht eischt deelneming aan verkiezingen. Als wij zwijgen of thuisblijven triumfeert het ongeloof te gemakkelijk."

„Neen, ik ben het eens met collega Wogvoort, die sprong bij de laatste nederlaag der Christelijke partijen van blijdschap uit zijn stoel, en slaakte een „Gode zij dank!"

„Ja, 't is treurig. Wij strijden voor het recht van onze scholen. Wij vragen bij den Staat om gelijkstelling van neutraal en bijzouder onderwijs, en stuiten daarbij op tegenstand zelfs in Christelijke kringen. En wat je vriend Wogvoort betreft, die schrijft leesboekjes, welke men zoo dom is in Christelijke kringen aan te bevelen."

„Dat begrijp ik niet."

„Ik zal 't u verklaren, de heer Wogvoort wil wel de vruchten plukken van het voortbouwen op Christelijken grondslag, wil wel Rijkssubsidie, wel waardeering van zijn litterairen arbeid voor de Christelijke jeugd; maar is daarbij koppig in zijn tegenstand."

„Koppig, hij? "

„Luister, hij verheugt zich in de nederlaag van hen, die hem 't naast bij staan. En daarenboven, teekent hij zich als een halsstarrig vijand der Gereformeerden".

„Nu nog fraaier!"

„Ja, zijn rechterhand, zal eerder verstijven voor hij een stomme e schrijft achter Heer! Hij weigert pertinent Heere te schrijven."

„Ha, daar is uw aanbidding der stomme e weer.

„Juist de uitdrukking van je vriend Wogvoort."

„Daarover twist ik niet. Sinds lettterkunkundigen van naam hebben uitgemaakt, dat Heere de voorkeur geniet boven Heer, mag een onderwijzer niet voortgaan ergernis te geven door betweterij en vijandschap."

Nebur haalde de schouders op, wellicht als blijk van zwakheid.

Op een zomermorgen gingen Nebur en zijn collega samen op naar een sombere achterzaal. Daar zou binnen drie dagen het vonnis vallen. Strak en stroef stond het gelaat der examinatoren. Alleen de voorzitter boezemde den beschroomden eenigen moed in. 't Was of de heeren iets van het beeld van Maarten van Rossum, wiens figuur boven den hoofdingang prijkte, hadden opgenomen. Hun gelaat stond onvriendelijk, velen hunner waren dan ook ongewoon vroeg opgestaan, vaak profetie van knorrigheid.

Nebur was de oudste van het twaalftal, dat aan verschillende tafeltjes verstrooid zat; zijn gelaat wees het uit. Helaas, dat examinatoren niet barmhartiger zijn voor den ouderdom, en voor reeds grijzende haren.

~ In die dagen duurde het examen drie, zegge drie volle dagen.

Als op den eersten morgen het klokke van twaalf luidt, wordt door den voorzitter de naam van Nebur afgelezen.

Nebur treedt toe, en verneemt, dat zijn mondeling en schriftelijk examen, Nederl. taal zoo miniem was geweest, dat hem de verdere deelneming aan het examen wordt ontraden. Nebur verzoekt zijn stukken terug en vertrekt.

Hij, kalm als altijd, voelt geen traan in zijn oog opkomen, 't Is Gods wil, geduld! op Zijn tijd komt alles.

Om ruim één uur is hij evenwel present in de examenzaal. Zijn jongere collega moet mondeling examen afleggen in taal en letterkunde Daarbij wil hij tegenwoordig zijn. Dat is hem als belangstellende gepermitteerd.

De heer K. die ook hem examineerde, en in waardeering zoo weinig voor zijn arbeid gevoelde, zal tenminste dien middag onder zijn controle als toehoorder staan. Nebur kan zichzelf dan schilderen in een ander.'

De heer K. begon: „Van welke dichters hebt gij een grondige studie gemaakt? "

„Van Jacob van Maerlant, Joost van den Vondel en van Isaac da Costa."

„Beginnen we met den laatste. Vertel in 't algemeen iets van da Costa's gedichten.

De candidaat zei onder meer deze beide zinnen, die een rijkdom van gedachten behelsden :

„Niemand dan da Costa verstond de kunst om den metalen historie-stijl van Hooft te smelten en vloeibaar te maken in den smeltkroes van Vondels lyriek.

{Wordt veroolgl)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's