Regendagen.
Pof! Een dikke regendruppel viel van het raamkozijn op het balkon.
Pof! Daar kwam een tweede van de bovenverdieping en viel naast den eerste neer. Zij bleven rustig liggen en hadden alvorens zij verdampt waren, den tijd om elkaar mee te deelen, wat zij op hunne reis naar de aarde gezien hadden.
„Hoe dom en onverstandig zijn toch sommige kinderen", zei de eerste dmppel. „Langzaam glibberde ik langs de ruiten van de kinderkamer naar omlaag."
„Daar binnen zag het er treurig uit, de kinderen verveelden zich, want boos en verdrietig hingen.zij op de stoelen. „Die nare regen!" knorden zij, „beneemt ons alle genoegen, wij moeten nu binnen blijven. Wat moeten we nu uitvoeren? " Zij schenen het niet te weten en ze begonnen te kibbelen en te vechten. Het kindermeisje kwam binnen, beknorde hen en zeide, dat zij het mama zou vertellen en dat ze tevreden moesten zijn met Gods weer!"
„Dan heb ik het, beter getroffen", - zeide de tweede droppel.
„Voor het venster, waar ik afgleed, zat een moeder voor haar naaitafeltje. Een paar knapen zaten ijverig te werken aan de tafel, die midden in de kamer stond. Ze hadden een zaagje en een mesje en daarmee maakten zij voorwerpen van hout. Deze kleurden zij en als ze gereed waren, lieten zij ze aan moeder zien, zij moest er haar oordeel over zeggen. Ik hoorde de woorden: „Heerlijk toch, zoo'n regendag, nu zal vaders verjaarsgeschenk wel afkomen !"
„Een lief meisje, een blonde krullebol, stond bij moeder; aandachtig keek ze naar de vallende druppels en uit haar mondje klonk het: „Mia vindt de regen niet ondeugend, moeder, nu krijgen alle planten en bloemen water en ook de hooge boomen, waar Mia met het gietertje niet bij kan komen. Die boomen hebben ook dorst, hè moeder? " „Ja, lieveling, de goede God zorgt voor alles in de natuur, evenals voor ons, ménschen, maar haal nu de pop eens; vandaag hebben we juist tijd om die eens netjes aan te kleeden, dan kunt ge aan het arme kind morgen zeggen, dat gij er ook aan hebt meegewerkt, Wat zal zé blij zijn, als ze die pop van je zal krijgen!"
„De kinderoogjes straalden van vreugde, de armpjes werden om moeders hals geslagen, en ... op dit oogenblik viel ik op 't kozijn!
Regendagen zijn goede dagen! Ze zijn zoo rustig en aangenaam om allerlei te kunnen doen, waarvoor men bij mooi weer geen tijd vindt of wil afnemen. Wanneer dan den volgenden dag de hemel weer wolkeloos blauw is, als de zon helder schijnt en hagen en boomen en bloemen verfrischt ons tegengeuren, bewondert men Gods Al wijze Almacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's