De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze Belijdenis.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze Belijdenis.

6 minuten leestijd

Art. 4d. Job, de Psalmen Davids, drie boeken van Salomo, namelijk de Spreuken. de Prediker en het Hooglied, de vier groote profeten, Jesaja, Jeremia met deszelfs Klaagliederen, Ezechiël en Daniël.

XXII.

De dichterlijke boeken des Ouden Verbonds vangen aan met het boek Job, dat zijn naam ontleent aan een niet alleen welvarend, maar ook oprecht en vroom man, die zijn woonplaats had in het land Uz. Wie de schrijver is van dit boek is niet bekend. Verschillende profeten, onder welke Jeremia en Amos, schijnen dit boek gekend te hebben en het groote vraagstuk dat er in behandeld wordt, is het lijden des rechtvaardigen in deze wereld, dat schijnbaar vaak niet, maar dat toch inderdaad wel in overeenstemming met het Voorzienig bestel des Heeren is. Tegenover zijne vrienden is het Job, die door het geloof zijn zaak geheel in de hand des Heeren overgeeft en die in zijn hoop op God ten slotte ook niet beschaamd is geworden.

De Psalmen vormen een verzameling van verschillende liederen, ook wel door anderen, b.v. door Asaf, Ethan, Heman of Mozes, maar toch voor een zeer groot gedeelte door David gedicht. Vandaar dat zij in 't algemeen ook wel met den naam van „Psalmen Davids" aangeduid worden. Uit de Psalmen 41, 72, 89, 106 en 150, die allen met een lofzegging eindigen of, zooals Ps. 150, geheel een lofzegging zijn, blijkt dat, zij eigenlijk uit 5 bundels bestaan, die ieder weer in onderscheidene soorten liederen te verdeden zouden zijn. Boven verschillende-Psalmen vinden we opschriften, die voor het grootste gedeelte betrekking hebben op de wijze waarop zij gezongen of met muziek begeleid werden. De meeste Psalmen geven uiting aan het innig geloofsvertrouwen, dat daar in het hart van den Psalmdichter bestond. Vandaar dat zij ook voor de gansche Kerk des Heeren van zulk een rijke en onschatbare beteekenis zijn.

De Spreuken van Salomo zijn een verzameling van levenslessen, die grootendeels door den meest wijzen van Israels koningen zijn uitgesproken. In die Spreuken is het de Opperste Wijsheid die hare stem verheft en als de Opperste Wijsheid is Salomo ons hier een rijk zinnebeeld van Christus, die als de hoogste Profeet en Leeraar door Zijn Geest Zijn volk in alle waarheid leidt.

De Prediker die, omdat de schrijver zichzelf een zoon van David en koning te Jeruzalem noemt, ook aan Salomo wordt toegeschreven, handelt over de nietigheid en ijdelheid van alles wat hier op deze wereld bestaat. Maar tegenover het vergankelijke van alle schepsel wijst hij ons ook op de eeuwige dingen Gods en inzonderheid op dat groote gericht, dat eenmaal voltrokken zal worden en waarin alle raadselen zullen worden opgelost en verklaard.

In het Hooglied, in het Hebreeuwsch het lied der liederen genoemd, wordt de liefde bezongen tusschen Salomo en Sulamith en daarin hebben we een allegorische voorstelling te zien van de liefde tusschen God en Zijn volk, of liever tusschen Christus en Zijne gemeente, wier verhouding ook onder de nieuwe bedeeling meermalen onder het beeld van een huwelijk voorgesteld wordt.

Op de dichterlijke boeken volgen de profetische, althans waaneer we dat woord „profetisch" nemen in engeren en niet in ruimeren zin.

Jesaja wordt wel eens de koning der profeten genoemd. Hij werd in het sterfjaar van koning Uzzia tot profeet geroepen , en heeft ongeveer een halve eeuw eenerzijds de strafgerichten verkondigd, die door de Babylonische ballingschap aan het oude volk van God voltrokken zouden worden; maar ook anderzijds heeft hij de verlossing des volks en de heerlijkheid van het voltooide Godsrijk voorspeld. Zijn profetieën worden dan in den regel ook in twee deelen verdeeld. Velen meenen tegenwoordig, dat slechts het eerste deel (Jesaja 1—39) van den profeet zelf afkomstig zou wezen, en dat het tweede deel door een ander of zelfs nog door twee anderen geschreven zou zijn. En al is het volstrekt niet noodig dit aan te nemen, toch dient in het oog gehouden, dat er metterdaad onderscheid is tusschen de eerste helft van Jesaja's profetieën (hoofdstuk 1—39), waar hij in het bijzonder de oordeelen Gods aankondigt èn , de tweede helft (hoofdst. 40—66) waar hij ons meer de verlossingen Israels geteekend heeft. Om de rijke troost, die er inzonderheid in dat tweede gedeelte ligt opgesloten, wordt dit dan ook wel eens het Troostboek van Jesaja genoemd.

Jeremia, de profeet, was de zoon van een priester Hilkia en afkomstig uit Anathoth. Hij profeteerde, daartoe reeds jong geroepen en vóór zijn geboorte reeds uitverkoren, onder de koningen Josia, Jojakim, Jojachin en Zedekia en zelfs nog nadat het volk Israels naar Babel was weggevoerd. Hij is een der profeten, die om het woord Gods dat hij verkondigde, het meeste lijden heeft moeten doorslaan. Fel was de haat, die tegen dezen strengen boetprediker ontbrandde, maar trots alle vijandschap heeft hij niet versaagd om de strenge oordeelen Gods aan te zeggen. Zijn boek is dan ook een doorgaande aankondiging van het gericht Gods, dat weldra stond voltrokken te worden. Het kan ook weer in twee deelen worden verdeeld. In hoofdstuk 1—45 zijn het de binnenlandsche en in hoofdstuk 46—51 zijn het de buitenlandsche vijanden, tegen wie de profeet zijn waarschuwende stem verheft, terwijl in hoofdstuk 52 ons het beleg, de inneming en de verwoesting van Jeruzalem wordt medegedeeld.

De Klaagliederen zijn een aanhangsel van de profetieën van Jeremia. Het zijn treurliederen, die hij na de verwoesting van stad en tempel gezongen heeft. In schrille kleuren wordt de ellende des volks ons geteekend. In aangrijpende bewoordingen wordt het recht Gods gebillijkt, terwijl ten slotte een bede om verlossing tot den troon der genade wordt opgezonden.

Ezechiël was, evenals Jeremia, van priesterlijke afkomst. Reeds 11 jaar voor de verwoesting van Jeruzalem was hij met koning Jojachin naar Babel weggevoerd, waar hij zich te Tel-Abib, aan de rivier Chebar gevestigd had. Daar was hij op wonderdadige wijze in het 5e jaar zijner ballingschap tot profeet des Heeren geroepen. In zijn boek kondigt hij de oordeelen aan, die niet slechts over de ontrouwe Joden, maar ook over de omliggende volken voltrokken zouden worden. In hoofdst. 25—32 voorspelt hij b.v. wat er met Ammon, Moab, Edom, de Philistijnen en de Egyptenaren geschieden zal. Daarna geeft hij in hoofdstuk 33—48 een beschrijving van de toekomstige herstelling van Isiaels volk. Vooral treffend is Ezechiël 37, waar hij Gods volk als uit een doodenvallei doet opkomen. Terwijl ten slotte in hoofdstuk 40—48 ons een eigenaardige teekening gegeven wordt van den herbouwden tempel, die als type van het geestelijk gebouw van Gods Kerk een zinnebeeldige beteekenis heeft.

Daniël, die ook in de dagen der ballingschap leefde, eerst aan het Babylonische en daarna aan het Perzische hof, is' èn wat zijn afkomst èn wat zijn werkkring betreft, weer een geheel ander persoon. Ook zijn geschriften zijn van geheel anderen aard. Het boek, dat aan hem zijn naam heeft ontleend, kan ook in twee deelen gesplitst. In het eerste deel, de hoofdstukken 1—6, wordt ons de geschiedenis van Daniël en zijne drie vrienden medegedeeld en wordt ons in de droomen van Nebukadnezar een overzicht gegeven van de ontwikkeling der wereldmacht. In het tweede deel, de hoofdstukken 7—12, wordt ons beschreven de ondergang der wereldrijken, maar daartegenover ook het tot heerschappij komen van het Godsrijk en de zegepraal van Hem, die eenmaal over al Zijne vijanden triumfeeren zal.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Onze Belijdenis.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's