De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

4 minuten leestijd

De hand aan den ploeg.

Onze lezers zullen zich herinneren, hoe bij gelegenheid van de behandeling van de laatste begrooting van Landbouw in de maand November van het vorig jaar van anti-revolutionaire zijde bezwaar werd gemaakt tegen het toekennen van eene subsidie tot voorbereiding eener nationale landbouwtentoonstelling in 1913 te 's Gravenhage.

De grond van het bezwaar was, dat de regeering aan de toekenning der subsidie niet de bepaling wilde verbinden, dat de tentoonstelling op Zondag zou gesloten zijn. Terecht werd er bij het debat de nadruk op gelegd,dat de Overheid als dienaresse Gods in een Cbristelijk land de Zondagsrust heeft te bevorderen. En dat het niet tot de onmogelijkheden behoort, om tot de sluiting op Zondag over te gaan, daarvoor werd o. m. verwezen naar Amerika, waar het sluiten van tentoonstellingen op dien dag wel blijkt mogelijk te zijn.

Wat nu over dit punt binnenskamers is besproken geworden en of de Minister van Landbouw nog een poging heeft aangewend om de sluiting der tentoonstelling op Zondag te verkrijgen, weten we niet. Wel is dezer dagen bij het verschijnen van het programma voor de nationale en internationale landbouwtentoonstelling gebleken, dat het vragen om Zondagsluiting een kloppen aan doovemansdeuren was. In de algemeene bepalingen van het programma is toch vastgesteld geworden, dat de tentoonstelling op werkdagen geopend is van 10 tot 5 uren en op Zondagen van 1 tot 5 uren. Bovendien zal op laatstgenoemden dag de tentoonstelling tegen een belangrijk verlaagd tarief kunnen bezocht worden.

Dat velen in den lande met ons de beslissing van het hoofdbestuur der Koninklijke Nederlaudsche Landbouw vereeniging tot openstellen der tentoonstelling op Zondag zullen betreuren, zal niet nader behoeven uitgesproken te worden.

Zijn wij goed ingelicht, dan zal het in 1913 voor de eerste maal zijn, dat een dergelijke tentoonstelling géén rekening houdt met het gebod van de heiliging van den dag des Heeren.

Maar ook — zoo wil het ons voorkomen — wordt hier gehandeld in strijd met de Zondagswet en zekerlijk met de interpretatie, die de Minister over het desbetreffende artikel der wet destijds in de Tweede Kamer gaf. De Minister toch zeide: „Wat natuurlijk wel kan worden gedaan en, naar ik meen, ook juist zou zijn, is, dat deze tentoonstelling niet wordt onttrokken aan de gewone Zondagswet, die openbare, vermakelijkheden, en al wat daarmede in verband staat verbiedt in ieder geval gedurende den tijd, dat openbare godsdienstoefeningen worden gehouden.

Nu verdient het de aandacht, dat vanwege de Ned. Herv. Kerk te 's Gravenhage ook des Zondagsnamiddags openbare godsdienstoefeningen gehouden worden, zoodat van het houden van openbare vermakelijkheden en al wat daarmede in verband staat in die uren, volgens de letter der wet en nog minder naar luid der interpretatie van den Minister, geen sprake mag zijn. Hoe de Minister dit gebrek aan overeenstemming tusschen de Zondagswet en het openstellen der tentoonstelling op Zondag zal kunnen verdedigen, blijft in dit verband dan ook een raadsel.

Initusschen gelijk de zaak nu staat, zal de Landbouwtentoonstelling op Zondag geopend zijn.

Met al de kracht, die in ons is, komen we tegen die daad van de Laudbouwvereeniging op. Het openstellen der tentoonstelling op Zondag zal ongetwijfeld tot de meest ergerlijke Zondagsontheiliging leiden. Duizenden en nogmaals duizenden zullen van spoor en tram gebruik maken en er zich niet over bekommeren, of het vierde gebod al ter zijde wordt gesteld. Men zal genieten en pret maken en daarom is het alleen maar te doen.

Zal het Christenvolk in Nederland zich daarbij neerleggen? Die vraag heeft het te overwegen.

Ongetwijfeld behoort het vast te staan, dat onze boerenstand weigert om aan de tentoonstelling mee te doen. Voorts heeft ons volk de tentoonstelling niet te bezoeken. En ook zouden we de Regeering kunnen verzoeken om de subsidie, die bij de komende begrooting zal moeten toegestaan worden, te weigeren, tenzij de Laudbouwvereeniging alsnog besluit de tentoonstelling des Zondags te sluiten. Wellicht kan het gezamenlijk Christenvolk meer van de Regeering verkrijgen dan die Kamerleden, welke tegen de kleine subsidie tot voorbereiding der werkzaamheden opkwamen.

Er is nog tijd.

Laten we dan dien tijd niet ongebruikt laten voorbijgaan. Van alle zijden des lands spreke men er zijn leedwezen over uit, dat eene herdenking van de onafhankelijkheid van Nederland, waarbij gedacht wordt aan de wonderdaden Gods, gepaard zal gaan met de ontheiliging van den dag, die naar Zijn Naam genoemd is geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's