Voor Jong en Oud.
Ds. E. E. Gewin.
2)
Reeds na ettelijke jaren van zijn verblijf in deze gemeente, voelde Ds. E. E. Gewin geene bevrediging meer bij de ethische richting.
Met hart en ziel werd hij de Calvinistische beginselen toegedaan, welke hij tot aan het eind van zijn leven, in handel en wandel en in zijn prediking niet het minst, bleef aanhangen en op den voorgrond stellen. Slechts gedurende enkele jaren van zijn verblijf te Renkum is Ds. Gewin meer in het bizonder aanhanger van Dr. Kohlbrugge geweest.
In het jaar 1879 van Abcoude naar Renkum geroepen, was de toeloop van hoorders in die gemeente buitengewoon groot. Men kwam van Wageningen, Ede, Beimekom, Oosterbeek, ja tot zelfs uit over den Rijn gelegen Betuwsche dorpen om zijne prediking te hooren en men was dan tevreden, indien men slechts een staanplaats in het lieve dorpskerkje kon bemachtigen.
Daar kreeg Ds. Gewin, evenals te Abcoude, verschillende beroepen, zoodat het aantal op hem uitgebrachte beroepingen voor hij naar Utrecht overkwam, tot meer dan 90 opklom, waaronder van gemeenten als Rotterdam, den Haag, 2 maal Groningen, en 3 maal Amsterdam.
Ook in Renkum zat de ijverige leeraar niet stil. Hij stichtte er een christelijke school, die weldra dicht bevolkt was.
Eindelijk in 1884 kwam Ds. Gewin naar Utrecht, waar hij op 80 Maart zijn intree deed, met een rede naar aanleiding van Rom. 1:16.
Groot was de belangstelling in zijn prediking, zóo groot, dat men in den eersten tijd van zijn optreden, zelfs uren voor den aanvang van den kerkdienst, lange rijen van trouwe hoorders zich voor de kerkdeuren zag opstellen. Een trouwe schare van volgelingen groepeerde zich om den geliefden prediker en ze bleef voor het meerendeel hem aanhangen, tot zijn laatste prediking toe; waarbij Ds. Gewin het menigmaal in zijn vurige, opgewekte prediking getuigde, dat zijn gemeente de liefde had van geheel zijn hart.
Zijn gezegende arbeid in de Utrechtsche gemeente was daarvan een levend getuigenis. Men denke slechts aan de altijd goed bezochte bijbellezingen in het Lokaal in de Voorstraat, die jaren lang, met onverdroten ijver en bezieling gedurende de wintermaanden door Ds. Gewin werden gehouden. Men zie dan op zijne catechisatiën, die hij altijd zélf leidde en waarin hij onvermoeid, uren achtereen werkzaam was, met een trouw en toewijding, die zelden werden geëvenaard. En zeer zeker mag in dit verband de aandacht worden gevraagd voor zijne stichting in de wijk „Oudwijk", welke aan zijn herderlijke zorg was toevertrouwd: zijne christelijke bewaarschool waaraan tevens een naai en breischool, met opleidingsklasse voor Christelijke bewaarschoolhouderessen verbonden was.
„De school van Ds. Gewin" kent ieder in Utrecht!
Wij zouden niet volledig zijn, indien wij verzuimden hier met een enkel woord in dankbare herinnering te brengen, wat Ds. Gewin, als Voorzitter der door hem opgerichte wijkvereeniging „Oudwijk", heeft gedaan voor de bewoners in het deel der gemeente, dat aan zijn herderlijke zorg was toevertrouwd, 't Was bovenal de verpleging van zieken en zwakken die in dezen werkkring zijn aandacht trok en zijn hulp en steun op onbekrompen wijze mocht erlangen, en ontelbaar zijn de gezinnen waarin nóg met weemoed en dankbaarheid aan zijn milde hand en zijn opwekkend vertroostend woord wordt gedacht.
De armenzorg in zijn wijk, was zijn privé terrein; jammer slechts dat van zijn medegevoel voor de armen en nooddruftigen nog al eens misbruik werd gemaakt.
In de huizen der armoede kende men de stoere figuur van Ds. Gewin en men had hem lief.
Ds. Gewin had een breede belangstelling voor de beweging van onzen tijd. Met de klassieke litteratuur was hij reeds van jongs af vertrouwd; maar vooral in de laatste 10 jaar van zijn leven heeft hij zich op de moderne literatuur toegelegd. In zijn uitgebreide boekerij, die voor vrienden gaarne toegankelijk was, vondt men de nieuwste boeken over allerlei kunst en wetenschap.
Van zijn dichterlijken geest getuigt zoo menig lief gevoelvol lied. Hoewel zelf een slecht zanger sprak zich de zin voor muziek duidelijk bij hem uit.
In zijn onbegrensde liefde voor de natuur, was het de zee die hem 't meest imponeerde, en daarom zoo vaak door hem bezongen werd.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 juli 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's