De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

3  Ds. E. E. Gewin

„Door zijn levendig gevoel voor natuurschoon aangewend, maakte Ds. Gewin den zomer van 1908 eene zeereis naar Genua, die hem, na eene periode van langdurigen arbeid, bijzonder verkwikte en weldeed.

Het is omstreeks dezen tijd, (hoewel niet in verband met die reis), dat zich de ingewandsziekte openbaarde, die weldra voort zou gaan het hecht gebouw zijns lichaams te ondermijnen.

Immers, de levenskrachtige man begon er minder goed uit te zien en het was, voor voor hem meer van nabij kenden, een reden van voortdurende bezorgdheid dat het steeds zoo sterke lichaam langzaamaan minder weerstandskrachtig werd.

Zoo eindigde eene, in Januari 1908 gevatte koude, in eene longontsteking, die langdurige rust tot herstel noodig had. Gelukkig trad dit herstel spoedig in, 't viel juist samen met den tijd waarin Ds. Gewin zijn 25-jarige ambtsbediening mét de gemeente mocht herdenken en niemand meer dan hij verheugde zich en was dankbaar voor deze Goddelijke leiding, na bange zorg en vreeze voor zijn behoud. Toch ging het verraderlijk sloopingswerk voort, eerst ongemerkt, later meer duidelijk naar buiten optredend in lichte spijsverteringsstoornissen; en toch wisten, noch de lijder zelf, noch zijne liefdevolle omgeving, welk een ernstige ziekte bezig was haar vernielingswerk te voltooien. In de meening dat de genoten rusttijd na de ziekte nog niet voldoende was geweest, legde Ds. Gewin, noode daartoe gedwongen, in Juni 1909 voor eenige weken zijn arbeid neer, om rust en sterkte in een verblijf te Neuenahr te vinden. Maar zeer kortstondig na zijn terugkeer en na de wederopvatting van zijn dienstwerk, in den nacht van 22 Juli, traden ernstige ziekteverschijnselen in. Na een geneeskundig consult werd den zieke, die zich den vorigen dag nog wel gevoelde, aangezegd dat eene hoogst ernstige operatieve behandeling beslist noodig geacht werd. Met kalme, gelatenheid vernam hij dit bericht en vol vertrouwen op de toekomst, berustend in wat God over hem beschikken wilde, begaf hij zich naar het Diaconessenhuis,  waar weldra eene ingrijpende operatie mét aanvankelijk goed gevolg op hem werd volbracht.

Er volgden eenige dagen van kalmte, die door familie, vrienden en gemeenteleden in angstig verbeiden werden doorleefd, geschokt als men was door het verrassende in geheel de toedracht van dezen plotselingen slag. Maandag 26 Juli trad echter eene, door hartzwakte veroorzaakte benauwdheid in, waartegen geen middelen iets vermochten. De geneesheeren begrepen, dat het einde niet verre was, en groot was de deelneming en droefheid in de allernaaste omgeving van den geliefden lijder.

Op zijn sterfbed verzocht Ds. Gewin aan zijn vrouw en kinderen te zingen, wat hij zelf eens aan het sterfbed van zijn beminden vader gezongen had:

„Jezus! Uw verzoenend sterven. Blijft het rustpunt van ons hart. Als wij alles, alles derven. Blijft Uw liefd' ons bij in smart. Och! wanneer mijn oog eens breekt, 't Angstig doodzweet van mij leekt. Dat Uw bloed mijn hoop dan wekke En mijn schuld voor God bedekke."

Onder tranen weerklonk dat lied, maar de stervende zelf snikte niet. „'tis alles vrede" fluisterde hij en in vollen vrede is hij 's middags half vier, zacht de eeuwige ruste ingegaan.

Onder het dichte lommer van Utrecht's oude begraafplaats, in het eenvoudig graf zijner ouders, rust Everard Egidius Gewin van zijn arbeid."

Voor zoover ik hier kan en mag oordeelen  - zoo schrijft Dr. A. Troelstra, Ned, Herv. predt. te Utrecht in „het Gedenkboek over wijlen Ds. E. E. Gewin" — had de onlangs ontslapen Ds. Gewin van den Heere vele gaven ontvangen om de hem toebetrouwde bediening te vervullen en heeft hij zijne talenten niet in een zweetdoek weggelegd.

Hij was een indrukwekkend prediker: hij was ook een getrouw catecheet, die niet maar aldoor den ouden sleur volgde, maar frisch bleef bij zijn onderwijs; en dat hij in de woningen van tal van leden der gemeente dikwijls gezien werd, is bekend.

Wanneer Gewin optrad vulde in den regel eene groote schare het kerkgebouw. Vooral in de eerste jaren van zijn bediening te Utrecht moet de toeloop ontzaglijk groot zijn geweest. „Als de Domkerk uitging, dreunde de Oude Gracht heb ik eens een zijner ambtsbroeders hooren zeggen. Maar nog altijd waren de kerken bij hem vol. Zelfs de middagbeurt in de Geerte Kerk kon, wanneer hij ze vervulde, nooit een leege beurt heeten.

Dat hoorde bij elkaar: Ds. Gewin en een volle kerk.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's