Financiën.
Dat is goed afgeloopen. Van de afgezonden quitanties van de jaarlijksche bijdragen is er slechts één terug gekomen als „bedankt", één naar Amerika vertrokken, één overleden en één die niet accoord was. Verder zijn er nog 5 van personen die bij de aanbieding niet aanwezig waren; welke laatste ik over een maand nog eens hoop te zenden.
Ontvangen dus f 145.15. Dit zijn gelukkig niet al de jaarlijksche bijdragen, maar in hoofdzaak de oude klanten.
In het afgeloopen jaar zijn de jaarlijksche bijdragen meer dan driemaal zooveel geworden, dank zij de werkzaamheden van onze verzamelaars. Dat nu is wel veel, maar niet genoeg.
Ik kan dan ook bij de verzamelaars er niet te veel op aandringen om te trachten dit getal uit te breiden. Wij hopen ook in den a.s. winter daartoe nog eens een vernieuwde poging te wagen. Want ons Leerstoelfonds moet vooruit. Er mag geen stilstand in zijn. Hoe goed het ook gaat, wij mogen niet tevreden zijn voor wij ons doel hebben bereikt. Vaste bijdragen zijn in de eerste plaats noodig. Daar kan men eenigszins op bouwen. Hoewel ik moet toegeven dat ik niet gaarne alleen vaste bijdragen zou hebben. Er zijn menschen, die daar niet van houden, maar die mij soms 2 of 3 maal per jaar f 10 of f25 zenden al naar dat het in hun hart opkomt of dat ze gestemd zijn en die voor een jaarlijksche bijdrage niet te vinden zijn. Deze zou ik natuurlijk niet gaarne missen.
Laat het dan zoo mogen zijn: dat de jaarlijksche bijdragen in ruime mate toenemen en de vrije giften meer dan overvloedig toestroomen.
Van onzen vriend A. van Klaveren te Bleiswijk ontving ik een postwissel van f 4.25 uit busje No. 48. Hij zond mij dit op den verjaardag van zijn busje en had nagegaan dat dit in een jaar tijds 110.75 had opgebracht. In mijn contróleboek klopte dit precies. Deze mededeeling gaf mij aanleiding eens te zien of er nog meer busjes jarig zijn. Het bleek mij dat er verscheidene waren die dien dag onopgemerkt hebben laten passeeren. Misschien zijn er zelfs wel die vergeten hebben dat ze een busje ontvangen hebben.
Het is daarom goed dat alle busjes een nummer hebben en dat ik den naam van den eigenaar niet behoef te noemen, als ik binnenkort uitvoering geef aan mijn voornemen om eens inspectie te houden en de nummers eens op te roepen van die busjes, die in een jaar tijds niets van zich lieten hooren.
Verder ontving ik van A. Bloed, penningmeester der Chr. Jong. Ver. „De Heere is onze banier" te Vinkeveen f 2 uit busje No. 3. Mag ik aan de Jongelingsvereenigingen, aangesloten bij den Bond, beleefd vragen mij hun adres te zenden, want ik meen dat er nog zijn die geen busje hebben en ik geloof dat dit er toch niet mag ontbreken. Van een abonné, N. N, te B., f 2.50. Hartelijk dank.
Ik ontving verder nog een schrijven van den heer H. J. S. te H., dat mijn volkomen instemming heeft, maar waarmede ik nog een oogenblik wil wachten.
Ook ben ik in correspondentie met het bestuur van de bewuste Dameskrans. Beslist weet ik het nog niet, maar ik heb alle hoop dat het in orde komt.
En nu, lezers, als het volgende nummer verschijnt is D. V. het Zendingsfeest juist gepasseerd. Naar ik vernam is het uitgesteld omdat juist op 3 Aug. onze Koningin in Utrecht zou komen.
Een alleszins begrijpelijke en geldende reden. Want be bewoners van Utrecht, Zeist en omstreken zouden voor de keuze geplaatst zijn geworden: naar de Koningin of naar het Zendingsfeest. En dat zou moeielijk geweest zijn. Want het Zendingsfeest moge onze sympathie hebben, elk gereformeerd mensch heeft een hart dat klopt voor Oranje, dat spreekt van zelf. De geschiedenis van de Gereformeerden is te nauw aan dien naam verbonden. Het is dus goed dat wij de Koningin geen concurrentie aangedaan hebben, en wijs van het bestuur van den Zendingsbond om den Gereformeerden uit de omstreken gelegenheid te geven de Koningin te huldigen.
Wij gaan dus allen D. V. op 17 Aug. naar Zeist, want ik kan mij niet voorstellen dat iemand, die niet verhinderd is, thuis zou blijven: daarvoor zijn er aan deze bijeenkomsten (uitgezonderd het regenbuitje van den laatsten keer) te aangename herinneringen verbonden.
Mogen wij dan aldaur een rijk gezegenden dag hebben en stemmen wij in met de woorden van den Secretaris der Regelings-Commissie „dat de Heere ons daar een oog geve voor Zijne grootheid in de natuur; maar bovenal een ontvankelijk hart voor de woorden, die zullen gesproken worden!"
De Penningmeester,
Delft, Brab. Turfmarkt 20.
J. C. FLIEHE.
Correspondentie. Postwissels uit Veenendaal, Hilversum en Tholen de volgende week.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier.
Deze week met hartelijken dank ontvangen:
Ie. van Ds. H. A. de Geus te Wilnis een flinke zending postzegels. Niet uit eigen gemeente maar van elders op reis opgedaan.
2e. van C. Bardelmeijer te Zegveld 10, 000 postzegels, koper, capsules enz.
3e. Uit Lage Zwaluwe (ik denk van E. G ) een pakket met postzegels, capsules en zilverpapier.
4e. Van Willie Naaktgeboren te Delft 1500 postzegels en zilverpapier.
5e. Van Tjamkje Postma te Allingawier (Friesland) een doos met postzegels, capsules en zilvevpapier, begeleid met een heel hef rijmpje. Hartelijk dank.
6e. Van I. Ingelse te Schiedam een groote partij postzegels.
Dat is dus weer een aardige collectie deze week. Ik dank allen hartelijk voor de mede
werking. Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's