Ned. Herv. Jongelingsbond.
Over de Zending. VII.
Van Azië gaan we naar Afrika.
In Alexandrië, de hoofdstad van Egypte voor alles en voor ieder openstaande, was het brandpunt van den toenmaligen handel en scheepvaart en de zetel van het Joodsche Hellenisme.
De van het Pinksterfeest terugkeerende Egyptische Joden (Hand. 2 : 10) zijn misschien de eerste evangeliepredikers daar geweest.
De eerste ons bekende Alexandrijnsche Christen is Apollos (Hand. 18 : 24—19 : 1), die zeker, nadat hij door Aquila en Priscilla beter onderricht en met Paulus in aanraking geweest was, niet alleen in KI. Azië en Griekenland zal hebben gepredikt, maar zich ook zal hebben laten hooren in zijne geboorteplaats.
In hoever de overlevering gelijk heeft, die den Evangelist Marcus den stichter der Alexandrijnsche Kerk noemt, laten wij in het midden. Zeker is het, dat te Alexandrië reeds vroeg een gemeente was. Uit Alexandrië kwam het Evangelie in Neder-Egypte.
In Opper-Egypte ging het zoo gemakkelijk niet. Daar had men te strijden tegen het Oud-Egyptisch bijgeloof en de Koptische taal; terwijl de priester-heerschappij de vrije prediking van het Evangelie in menig opzicht belette. Toch breidde het Christendom zich daar uit. Zóo krachtig zelfs, dat er eene vervolging ontstond onder Keizer Septimus Severus (193—211) en er in 't begin der 3de eeuw eene Koptische bijbelvertaling verscheen.
Van Carthago bericht de Kerkvader Tertullianus ons in het laatst der 2de eeuw dat er reeds een bloeiende gemeente was en een geordende Kerkstaat. Dat doet ons vermoeden, dat het Christendom daar minstens een halve eeuw voor Tertullianus moet zijn geweest. Tijdens Cyprianus, gestorven in 258, was reeds een concilie te Carthago gehouden, dat bijgewoond werd door 87 bisschoppen.
Van Carthago, in Africa, gaan we naar Rome, in Europa.
Dat Petrus de gemeente te Rome zou hebben gesticht, is zeer onwaarschijnlijk, daar Paulus dan toch zoo'n sterke begeerte niet zou gehad hebben er het Evangelie te verkondigen. (Rom. 1 : 9—13). Want hij ging het liefst niet in tot eens anders werk. (Rom. 15 : 20). Ook zou dan van den arbeid van Petrus in zijn brieven wel iets vermeld zijn geworden en in hoofdstuk 16 wel een groot voorkomen van zijn mede-Apostel.
We moeten hier maar naar geen stichter zoeken. In Rome, het middelpunt der toen bekende wereld, moest als 't ware door handel en scheepvaart van zelf het Evangeliewoord gebracht worden en een gemeente ontstaan. Bovendien weten we (Hand. 2:10) dat oog en oorgetuigen te Rome gebracht hebben wat op het eerste Christen-Pinksterfeest geschied was.
Van uit Rome breidde het Christendom zich verder uit over geheel Italië en kwam het zelfs spoedig in het zuiden van Frankrijk.
De vervolging in 177 te Lugdunum [Lyon) en Vienna bewijzen het bestaan van het Christendom in het zuiden van Gallië.
De KI. Aziatische Galaten, van Gallischen oorsprong zijnde, hebben waarschijnlijk het eerst het Evangelie gebracht in het Zuiden van Frankrijk. In de 3de eeuw vóór Chr. was er een Gallisch-Germaansche volksstam van uit Frankrijk gegaan naar KL Azië, waar ze zich vestigde. Vandaar de gemeenschap van Galatië met Frankrijk.
Krachtige getuigen van Christus waren er tijdens de vervolging in 177 na Christus in Frankrijk. Men denke aan Pothinus, Blandina en Ponticus.
Volgens Gregorius van Tours zijn er zeven zendelingen uit Rome gezonden naar Gallië. Uit Gallië kwam het evangelie in Germanië (Duitschland), gelijk Ireneus, bisschop van Lyon, ons bericht.
Reeds vroeg waren er ook gemeenten in Spanje. Volgens Eusebius zou Paulus daar hebben gewerkt. We hebben daaromtrent geen zekerheid. De reis van Paulus naar Spanje zou dan moeten hebben plaats gehad na zijne in de Handelingen vermelde gevangenschap.
In Brittannië (Engeland) waren reeds in de 2de eeuw gemeenten. De Kerk, die daar meer overeenkwam met de oostersche dan met de westersche Kerk schijnt door een zending uit Gallië of uit KI. Azië ontstaan te zijn, wat door handelsverkeer best mogelijk is te achten. De eerste zaden van het Evangelie zijn in Nederland waarschijnlijk gekomen uit den kerker van Paulus. Paulus zegt in Filipp. 1 : 13 dat, zijne banden in Christus openbaar zijn geworden in het gansche rechthuis", d.i. in de kazerne der keizerlijke lijfwacht. Daar de lijfwacht van den keizer bestond uit Batavieren, konden deze dus niet onbekend blijven met de prediking van het Evangelie. Voor dit vermoeden is meer grond, dan voor het verhaal van sommige onde geschiedschrijvers, die melden, dat Petrus aan twee Friezen, die te Rome tot bekeering zouden zijn gekomen, een zekeren Aegistus zou hebben meegegeven om onze voorouders met het Christendom bekend te maken, 't Is al direct zéér te betwijfelen of Petrus wel ooit in Rome geweest is.
Richten we ons oog naar de eilanden in de Middellandsche zee dan zien we daar Cyprus, Creta en Maltha (Melite). Cyprus is het dichtst bij Palestina gelegen. De Leviet Barnabas is van Cyprus afkomstig (Hand. 4:36). In het jaar 45 na, Chr. ging hij met Paulus en Joh. Marcus naar zijne geboorteplaats, om daar het Evangelie te prediken. Bij die gelegenheid kwam de stadhouder Sergius Paulus tot bekeering (Hand. 13 : 4—12), wat niet zonder invloed voor zijne onderdanen zal zijn gebleven.
Vijf jaar later bezocht hij, vergezeld van Johannes Marcus (Hand. 15 : 39) opnieuw de hier gestichte gemeente. Maar met welk een zegen zij daar werkten en hoe het Christendom zich verder op dat eiland heeft uitgebreid is moeilijk te zeggen.
'Ook op Creta is Paulus geweest. Hij schrijft toch (Titus 1 : 5) dat hij Titus hier heeft achter gelaten. Daar Paulus op zijn reis naar Rome Creta niet heeft kunnen aandoen (Hand. 27: 7—21) moet hij hier na zijne tweejarige gevangenschap te Rome (Hand. 28 : 30) geweest zijn en bij die gelegenheid het Evangehe op Creta hebben gepredikt. En wanneer Paulus nu aan Titus opdraagt om van stad tot stad ouderlingen aan te stellen (Tit. 1:15), dan ligt daarin opgesloten, dat er ook gemeenten in die steden moeten geweest zijn.
Reeds vroeger had Paulus de banier des Kruises op Maltha (Melite) geplant. (Hand. 28 : 1—10). Zijn verblijf van drie maanden (vers 10) was voor de bewoners van dit eiland van grooten lichamelijken en ongetwijfeld ook van geestelijken zegen.
Naarmate het Christendom zich meer en meer vestigde aan de Zuidkust van Europa en aan de Noordkust van Africa is het Christendom ook gekomen over de daartusschen gelegen eilanden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 augustus 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's