De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

2 minuten leestijd

Doet God nog wonderen?

2.) —0—

(Vervolg en slot.)

Alles was in beweging; de oude vrouw liep met knikkende knieën het huis rond, om daar het kind te zoeken, terwijl de anderen hof en tuin doorzochten — maar tevergeefs! Het weder bedaarde, het scheen of door dien laatsten verschrikkelijken slag zijn macht gebroken was — maar van het kind was nog geen spoor te vinden. Weder ijlde de moeder naar buiten, om weder te zoeken... maar wat was dat? Zie, daar lag op korten afstand, de oude, prachtige eikeboom, waaraan de hoeve haar naam ontleende, door den bliksem in tweeën gespleten. De takken en wortels waren afgerukt en in het rond verspreid en daaronder Ami, Anna's trouwe speelmakker, als vermorzeld — de kleine Anna zelve daarnaast, wel doornat en schreiend,  maar ongedeerd! O, mét welk een weelde, met welk een zalige verrukking drukte de moeder haar teeder geliefd kind aan haar hart, haar kind, dat op zoo wonderbaarlijke wijze gespaard was gebleven.

Met welk een innigheid vouwde de grootmoeder de handen tot een gebed, waarvoor zij geen woorden kon vinden, terwijl tranen biggelden over het gelaat van den vader en zijn lippen niet anders fluisteren konden dan: „Heere God, ik dank u!"

Eu achter den ontwortelden eik stond een regenboog — het teeken van Gods eeuwige onveranderlijke genade!

Toen 's avonds alles ter ruste ging, werd er nog aan grootmoeders deur geklopt en hare schoondochter trad binnen. „Moeder", sprak zij in tranen, „ik kom met u spreken, voordat ik ter ruste ga. Nu weet ik, dat er nog wonderen gebeuren — maar o! ik heb het niet verdiend". De grootmoeder omhelsde haar dochter en kuste haar zeggende: „er is een God die leeft; Hij is ook waardig gediend te worden".

Beide vrouwen knielden neder en baden — en voor Gods troon was er vreugde. Want een berouwhebbende zondares was wedergekeerd van de dwaling haars weg! Voortaan was het op Eikenhof: „wij en ons huis, wij zullen den Heere dienen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 augustus 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's