De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ned. Herv. Jongelingsbond.

6 minuten leestijd

Over de Zending.

HOOFDSTUK III.

OUDE GESCHIEDENIS.

2de afdeeling.

Van Constantijn den Groote (323) tot de opheffing van de laatste heidensche school te Athene door Justiniauus I. (529)

§ 1. Constantijn de Groote.

Een kenmerkende en diep ingrijpende gebeurtenis kan de grens trekken tusschen het éene deel der geschiedenis en het andere.

De bekeering en de regeering van Constantijn den Groote is wel zoo'n gebeurtenis. Een héele verandering trad toen in voor de Chiistelijke kerk. Daarom laten we de scheidingslijn van de eerste afdeeling der Oude Geschiedenis (33—323) en de tweede afdeeling (323—529) maar loopen over dezen eersten Christen-keizer.

Constantijn toch heeft den Christelijken godsdienst tot Staatsgodsdienst verheven.

Over de bekeering van Constantijn wordt zeer verschillend gedacht. De een gelooft, dat het welgemeend was bij hem; de ander denkt aan een politieke kunstgreep.

Eusebius verhaalt van des keizers bekeering het volgende:

Terwijl de beide legers slagvaardig tegenover elkander stonden, en Maxentius (Constantijns bestrijder) hulp bij de heidensche goden zocht, besloot Constantijn zich tot den God der christenen te wenden, van Wien zijne ouders altijd zoo gunstig hadden gesproken. Hij begaf zich diensvolgens in het gebed, 't Was middag. Toen hij .zijne, oogen ophief, zag hij een lichtend kruis aan den hemel, met déze woorden er boven: „in dit teeken zult gij overwinnen."

In den daarop volgenden nacht verscheen Ohristus hem in den droom, dragende datzelfde kruis, hetwelk hij aan den hemel had gezien en beval hem er een afbeelding van te laten maken, om het te gebruiken als beschermingsmiddel tegen de vijandige macht.

De keizer liet dit doen en overwon Maxentius.

Sedert dien tijd koos hij openlijk partij voor de Ohristenen en bevoorrechtte hen met onderscheidene privilegiën.

Veel onbeslistheid bleef hem altijd bij en niet weinig wat in strijd was met het Christendom liet hij bestaan.

Een krachtige uitbreiding van het Christendom en eene volkomene uitroeiing van het heidendom moet men bij Constantijn niet zoeken. Constantijn heeft een overgang gemakkelijk gemaakt voor de massa van het heidendom naar het nieuwe geloof. Zoo kwam ook de geest der wereld in de Kerk. De lijnen werden niet scherp meer getrokken. Het onbesliste karakter van Constantijn werd ook het onbesliste karakter van de Kerk.

§ 2. De voortgang van het Evangelie.

De zending doorwandelt in dit tijdvak Azië (onder de Perzen, Armeniërs, Iberiërs, in Kaukasie, onder de Arabieren en in Indie), Africa (in Abessynie of Ethiopie) en Europa (onder de Gothen, in Ierland, Gallie of Frankrijk, Oostenrijk en Beieren en de eilanden der Middellandsche zee).

Met een enkel woord willen we den voortgang van het Evangelie door Azië, Africa en Europa meedeelen.

In Azië gaat het eerst om Perzie.

De gedurige oorlogen tusschen de Romeinen en de Perzen beletten in menig opzicht de komst van het Godsrijk onder de laatsten. Toch moet het Christendom daar al spoedig wortel hebben geschoten. Volgens Neander was er in het laatst der 3e en in het begin der 4e eeuw reeds een aanzienlijke Perzische Kerk, waarvan de bisschop van Seleucie het hoofd werd. De Christenen hadden hierheftigen tegenstand te verduren van de Magiërs. Maar onder de regeering van koning Hormidas II (301—308) werd een der voornaamste Magiërs, Mobed geheeten. Christen en deze begon nu de leer van Zoroaster te bestrijden. Dit schijnt voor vele Perzen tot zegen geweest te zijn. Mobed zelf is gesteenigd geworden. Ook vond de koning van Perzie het Christendom staatsgevaarlijk, omdat de Chris­tenen in Perzie gemeenschap hielden met die uit het Romeinsche rijk. In 343 brak de vervolging los. Vele geestelijken werden gedood en vele kerken verbrand. In 344 ontstond een nog heftiger vervolging, waarbij duizenden het leven verloren Na een tijd van betrekkelijke rust brak in 414 weer een vervolging los. Vele Christenen vluchtten tijdens deze vervolging naar de aangrenzende Romeinsche landen. De Perzische koning verlangde uitlevering van de vluchtelingen. Dit deed een oorlog tusschen beide rijken ontstaan, waardoor de toestand der Christenen zorgwekkend werd. Na den vrede van 422 werd het beter. Sedert dien tijd heeft het Christendom zich in Perzie geregeld uitgebreid en bevestigd.

Armenië grenst aan Perzie. Uit Perzie is het zaad des evangelies naar Armenië gekomen. In 301 werd de Armenische koning Tiridates gedoopt. Door Perzie zijn de Armenische hristenen steeds vervolgd, doch trots deze vervolgingen breidde het Christendom zich aldaar meer en meer uit.

Iberie, ten Noorden Armenië gelegen, is door middel van een Christenslavin Nunia, die den koning een geneesmiddel wist te geven voor zijn ziekte, tot het Christendom gebracht. De koning zelf ging de mannen onderwijzen in den nieuwen godsdienst en de koningin verrichtte die taak bij de vrouwen. Kort daarna ontboden zij geestelijken uit het Romeinsche rijk, die hier de Christelijke Kerk verder stichtten.

Tusschen Iberie en de Zwarte zee ligt de landstreek Kolchie, waar de Laziërs wonen. In 520 liet de koning zich doopen. 't Volk hield met beslistheid aan het Christendom vast. Door de Laziërs is het evangeliezaad uitgestrooid onder de Abasgers, die op het Kaukasus-gebergte wonen.

Keizer Justinianus bezorgde hun geestelijken en liet Kerken onder hen bouwen.

In Arabie werkte het nomaden-leven nog altijd de uitbreiding van het Christendom tegen. Onder de rondtrekkende stammen was geregelde Evangeliseering niet mogelijk. Het handelsverkeer bracht mee dat veel Romeinen in het Z.-Westelijk deel van Arabië kwamen. Weldra werden 3 kerken gebouwd voor de Christenen, één in de hoofdstad I'afar, één te Aden en één te Hormuz. Deze gemeenten werden nu ook voor vele Arabieren ten zegen, doch zij hadden veel te verduren van de Joden wier macht hier steeds aangroeide. De Koning van Abessynie kwam de christenen evenwel te hulp en na veel strijd kwam er rust — totdat geheel Arabie door het Mohammedanisme werd overvleugeld.

Behalve de christenen die door handelsverkeer in Arabië gekomen waren treffen we in dezen tijd (tijd van Keizer Constantijn) ook in de Arabische woestijn christelijke gemeenten aan, die door monniken waren gesticht. Vele Saracenen hebben zich door den monnik Hilarion laten doopen en Theodoretes verhaalt als ooggetuige, dat Simon de pilaar-heilige van eene 3 voet hooge zuil het Evangelie predikte aan de voorbij trekkende nomaden. Hij hield jaren lang zijn verblijf op die zuil, van welks hoogte hij als boetprediker het volk vermaande en waar hij zijn voedsel ontving door een korf, die hij van tijd tot tijd neerliet.

De Ariaan Theophilis schijnt van Arabië naar Indië te zijn gegaan en vond daar reeds vele christelijke gemeenten, die van uit Perzie daar gesticht waren. De vervolgingen in Perzie schijnen Indië tot zegen te zijn geworden. Ook hebben Perzische kooplieden veel aan het christendom in Indië ten koste gelegd.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's