De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Twintigeeuwsche tyrannie. 1)

Bij 't minste geluid schokte ze op.

Ze had de kleine op haar schoot, 'n „dod van 'n meid", zeven maanden oud en die nu al „stond in haar schoot", maar die lastig was, jengelig, al maar knauwend en kwijlend, zooals die kleinen doen, als de tanden op doorkomen staan.

Ze had het kind net de borst gegeven, 'maar 't bleef lastig en wat ze vreesde bleek waar : totnogtoe had het meer dan genoeg gekregen, maar nu kwam het te kort.

Dat was van den angst meende ze. Van den angst om haar man ...

Weer meent ze stappen te hooren in de stille straat en richt ze 't hoofd op.. . maar neen, 't is de stap van haar man niet... 't gaat voorbij ... 't is weer stil...

En toch kón hij lang thuis zijn!

Langer dan tot half vijf werken ze om dezen tijd niet en 't is nu bij half zes.... Nooit komt hij zoo laat! In 'n half uur kan hij 't rijk danloopen en nu vooral, nu hij wéét, hoe ze in onrust "zit, blijft hij geen minuut langer uit, dan noodig is!

„Toe, Evelien! Kijk nog 's buiten, ., maar ga niet de straat op ... denk aan gisteren ..."

De waarschuwing is overbodig ; het meisje rilt nog als ze er aan denkt! Even zou ze gisteravond 'n boodschap doen ; moeder was met al haar zorg vergeten olie te laten halen en ze konden toch niet in donker zitten; vader was nog niet thuis; de lantarens waren net aan en 't was maar twee straten ver...

Pas was ze  buiten of uit 'n portiek waren twee kerels gekomen ; eerst hadden ze achter haar geloopen, later bezijden haar en ze hadden haar met vreeselijke dingen gedreigd; als haar vader zoo voortging, zouen ze 'm doodmaken, met al z'n  „gebroed" ... zij zou er óok aan, als ze weer in donker buiten kwam... en dat was alles haars vaders schuld : die was 'n verrader van z'n kameraden en 'n verrader verdiende den strop ...

Meer dood dan levend was Evelien thuis gekomen.

Nu kun je dat wel aangeven bij de politie, maar wat schiet je 'r mee op?

't Meisje kende die kerels niet; wist van hun signalement alleen, dat de een 'n lichte, de' ander 'n donkere snor had ... maar zoek als politie dat maar es uit.. . Je kon toch geen post voor jezelf alléén vragen! 't Beste was te zwijgen en te dragen ...

Maar 't was 'n kwade tijd

Daarstraks waren de twee jongens schreiend en met gescheurde kiel thuisgekomen : de schoolknapen, arbeidersjongens als zij, kinderen uit de buurt, hadden hen gescholden, getart en als meester er niet bij gekomen was en ze niet thuis had gebracht, zou't nog veel erger geworden zijn ....

En net deden ze hun verhaal, of de deur werd opgesmeten en 'n' krijschende jongensstem gilde: „'k Wou, dat je hard stikke dood viel, jullie, hoor!" Met 'n harde smak was de deur dichtgeslagen en buiten hoorden ze de buurvrouwen, die er te kakelen stonden, kraaierig lachend om zoo'n braniejongen, die 't „wijf van den „onderkruiper" zoo kranig „de stuipen op het lijf dorst te jagen."

En dan daareven dat briefje... 't was onder de deur geschoven én er stond in bloedlijnen, 'n griezelig doodshoofd opgeteekend met, in potloodletters, er onder:

„Ik heb me sole laten lappe. Om onderkruipers dood te trappe!"

Dat duurt nu zoo al drie weken.

't Was begonnen om „rooie Hannes", 'n lui brutaal sujet, de schrik van alle patroons en bazen, maar die onder de arbeiders heel wat te zeggen had, waarvan sommigen zijn voorbeeld aantrekkelijk vonden en anderen uit vrees zich naar hem schikten. „Men" zei, dat "rooie Hannes" met allerlei straatslijpers en „jongens van de vlakte" kennis had, die den slimsten „smeris" te glad af waren en dat het dus zaak was hem te vriend te houden.

„Rooie Hannes" was, drie weken geleden, op staanden voet ontslagen.

Hij kwam half dronken op het werk, weigerde den opgegeven arbeid te verrichten en schold den patroon, die 'm zacht vermaande voor 'n „vetten ploert". Deze, 't eerste tot z'n smart erkennende, vond het tweede 'n beleediging en liet den „rooie" van z'n erf zetten.

's Avonds hadden de arbeiders 'n meeting.

De „vrijen" roerden er onder. Kotters, de betaalde propagandist en redacteur van 't vakblaadje, zweepte zijn lui op... hij stond wrak en had 'n staking hoog noodig, om z'n positie te stevigen ... er werden gauw enkele looneischen opgesteld; 'n deputatie met Kotters aan het hoofd, was die eischen gaan indienen, met allerbovenst de terugname van „rooien Hannes"; de patroon had wijsgeerig boven z'n neuswortel getikt en gevraagd of de heeren meenden, dat. het 'm daar scheelde... en zoo was er gestaakt.

Maar Karel Stoet werkte door.

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's