Financiën.
Door eenige lezeressen is mij gevraagd hoe het staat met de op te richten dameskrans.
Och, een kwade tijding komt nooit te laat en een goede nooit te vroeg. Al l4 dagen geleden ontving ik een antwoord van het bestuur der krans, die ik op bet oog had, maar omdat mijn voorstel niet ingewilligd kon worden had ik, niet zoo'n haast er mede voor den dag te komen. Dat gaat meestal zoo. Als men een blauwtje loopt dan is er in den regel geen enkel motief om dat zoo spoedig ruchtbaar te maken. Bovendien, ik had mijn ruimte te zeer noodig voor andere berichten. Het is echter nu meer dan tijd om te zeggen wat er van is. De presidente van de bewuste krans zond mij een vriendelijken brief, waarin zij o. a. schreef: Onze krans, die waarlijk niets beduidt of beoogt, is niet geschikt om u te helpen. Wij maken een sprei, die mogelijk eerst een volgend jaar klaar zal wezen. De opbrengst zal wel een rechtstreeksch doel voor onze gemeente wezen. Het spijt mij u dus te moeten teleurstellen ; u hadt een te grootsche gedachte van ons avondje ...
Dat was dus zeker een teleurstelling. Zou nu hierdoor dit middel tot steun van het Leerstoelfonds, dat onder 's Heeren zegen een krachtig rniddel zou kunnen worden, komen te vervallen? Ik hoop van niet en vertrouw dat anderen bereid zullen zijn dit op te vatten. Enkele lezeressen toch — en hoevelen zullen er nog volgen — hebben hun medewerking reeds toegezegd.
Ik ontving dezer dagen een postwissel van onze verzamelaarster te Utrecht, mej. S. Donker, Parkstraat 17, met de zeer vriendelijke groeten. No. 2 van onze verzamelaarster te Utrecht, mej. S. S., voor een poosje in Delft, maar woont Maliebaan 57. Wanneer deze twee, die zoo dicht bij elkander wonen, dit zaakje nu eens aanpakten en zich in vérbinding stelden met het bestuur van de Afdeeling, die dan eens eenige dames tot dit doel opriep, dan kwam dit best in orde.
Mej. S. S.. Maliebaan 57, met wie ik er over sprak, is reeds voor het plan gewonnen en wil voor zooverre zij daartoe in staat is gaarne medewerken.
Mij dunkt er is geen plaats waar er beter kans van slagen is dan Utrecht. Wij hebben daar onze grootste Afdeeling met een ijverig bestuur; zouden die niet in staat zijn dit tot stand te brengen? Ik twijfel er niet aan.
In ieder geval hoop ik dat dit voorstel door onze Utrechtsche vrienden en vriendinnen in ernstige overweging zal worden genomen. De totstandkoming van een Geref. Leerstoel is een doel, der moeite overwaardig er zich voor in te spannen.
Laten wij daarom niets nalaten wat de bereiking er van kan bevorderen en laten wij vooral het kleine niet te gering achten, want de Heere kan het schijnbaar geringe tot groote dingen dienstbaar maken.
Dat dacht ik ook toen ik een postwissel ontving met een bedrag van 25 ets. uit Den Haag, mij toegezonden door een diaken van de Ned. Herv. Kerk, als gevonden in de Maandagbus van de Ned. Herv. Diaconie en op verzoek van Ds. Posthumus Meyes mij toegezonden. Waarvoor mijn vriendelijken dank. Als dit kwartje nu mede eens dienstbaar gemaakt mocht worden om de aandacht van de vele Gereformeerden in de Herv. Kerk aldaar eens te bepalen bij ons Leerstoelfonds, dan zou dit aanleiding kunnen geven dat rijke gif en ons uit deze rijke stad zonden toevloeien. Ik hoop het.
Ik ga verder met de ontvangsten en heb dan allereerst van bovengenoemde mej. S. Donker uit haar busje No. 15 f2.50. Deze juffrouw heeft mij eens geschreven dat ik er zoo aardig slag van had om iemand aan het werk te zetten. Nu ik hoop van harte dat dit beweren zal bewaarheid worden.
Door Ds. N. v. d. Snoek uit busje No. 49 van Ooster-Nijkerk f 2.35, van Niawier f 0.65, uit de catechisatie bus f2.10, tezamen f5.
Door Ds. Jongebreur te Veenendaal f 5 uit busje No; 2 en f 1 van de dames G., te zamen f6.
Van mej. A. Vlaanderen te Huizen een postwissel van f 18. Deze schreef mij: Hierbij zend ik u nog eens weder iets voor het Leerstoelfonds. Het valt mij niet gemakkelijk zooveel rond te gaan, vandaar dat ik zoolang wachtte. Nu weet ik heusch niet veel meer op te halen."
Och, u moet maar doen als die collectant op den 11. Zendingsdag. Even te voren was men met het zakje bij mij geweest. Een minuut later kwam een andere. Goede vriend, zeg ik, men is hier al geweest. Ja, dat kan wel, antwoordde hij, maar wij hebben nog niet genoeg, en gij, penningmeester van het Leerstoelfonds, komt ook wel eens tweemaal. Ik zweeg, want tegen zulke argumenten was ik niet bestand en offerde ten tweeden male. Daarom, zoolang de Leerstoel er niet staat, niet ophouden; doorgaan is het wachtwoord. Intusschen hartelijk dank voor dit flinke bedrag.
Eindelijk nog f 2.49 van mej. M. Hoogenbirk te Hilversum, die de affaire van het busje van Harkema heeft overgenomen. Hartelijk dank voor dezen eersten oogst. Mogen er nog vele en.rijke volgen en niet alleen uit Hilversum, maar uit alle plaatsen, waar menschen wonen, die de Waarheid en de Herv. Kerk liefhebben.
Delft, Brab. Turfmarkt 20.
Dé Penningmeester, J.C. FLIEHE.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier!
Met hartelijken dank ontvangen van J. v. R., onderwijzer aan de Chr. School te Gouda een pakje, inh. capsules, postzegels en een massa zilveipapier, verzameld door de leerlingen en van den heer I. te Sch. een partij postzegels. Steeds aanbevelend,
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's