Allerlei.
August Hermann Francke, die een eerste plaats beslaat in de geschiedenis der opvoeding en volksontwikkeling, was de stichter van een groot weeshuis te Halle. Uit de geschiedenis van den bouw van dat groote weeshuis, waarin voor honderden personen plaats is, en dat hij met 7 gulden bezitting, maar met een bergenverzettend geloof oprichtte, deelen wij een bladzijde mede.
In zijn eenvoudig studeervertrek zat Francke in gezelschap van een opperbouwmeester uit Gotha, die op zijn doorreize door Halle, aan de pastorie van Glaucha was afgestapt. Als man van het vak had deze den leeraar al de bezwaren onder het oog gebracht, die aan den bouw verbonden waren, en zijn best gedaan, hem nog van zijn plan te doen afzien. Na zijn vertrek verkeerde Francke in groote opgewondenheid; angstig liep hij zijn kamer op en neer, terwijl hij zich het zweet van het voorhoofd wischte. Hij gevoelde, dat zijn geloofsvertrouwen geschokt was. Eindelijk knielde hij neder, en klaagde den Heere zijnen nood in een vurig gebed. Nog was hij niet opgerezen, toen er iemand aan zijn kamer klopte. Het was een zijner arbeiders, die tot hem zeide: „Dominé, wees zoo goed om spoedig op het werk te komen; er is iets vreemds in den grond gevonden".
Francke volgde den man, en spoedde zich naar den opzichter, die hem een schoonen gouden penning toonde, zeggende: „Dit goudstuk is zooeven hier opgegraven. Er staat een opschrift op, dat ik niet ontcijferen kan."
Francke bekeek het vreemde goudstuk aan beide zijden en las met moeite het half uitgesleten opschrift: .Jehova conditor condita coronide coronet. Diep getroffen vouwde hij de handen, en riep uit: „Heere God! op hoe velerlei wijzen weet gij toch Uwe kinderen op hun gebed antwoord te geven."
Daarop zich tot de omstanders wendende, zeide hij met luider stem: „Het opschrift luidt in onze taal: Jehova, de Bouwmeester, zal het werk voltooien."
Er ontstond eene plechtige stilte, totdat de opzichter eerbiedig zijn hoed afnam, en zeide: „Waarlijk, de Heere is aan deze plaats en spreekt Zijn Amen op ons plan."
Weder een oogenblik stilte. Toen verhief zich plotseling uit de menigte eene stem, een tweede volgde, en weldra steeg het volle koor op tot den troon Gods:
Men blijv' eerbiedig God verbeiden, En zwijg' den Heer' ootmoedig stil; - Hij zal ons naar Zijn raad geleiden, 't Is goed en heilig, wat Hij wil; Vertrouw het aan Zijn wijsheid vrij, Hij weet, wat elk het nuttigst zij.
Onder het naar huis gaan zeide Francke tot een zyner vrienden: „Heden heeft God mij nadrukkelijk er aan herinnerd, wie de eigenlijke bouwmeester is. Als ik ooit weder in nood verkeer zal ik Hem er aan herinneren, dat het Zijne, niet mijne zaak is, "
Dat is dan ook menigmaal voorgekomen.
Onafgebroken kon de arbeid nu voortgezet worden, slechts voor enkele maanden afgebroken door de wintervorst. Weldra kroonde het dak het stevig gebouw, en in het front zag men twee adelaars verrijzen, waaronder deze woorden geschreven waren : „Die den Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen, zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden."
*** In Godes wegen, is Godes zegen.
Hoe hooger berg, hoe lager dal, Hoe grooter boom, hoe zwaarder val.
De vorsch springt weder naar den poel, Al zit hij op een' gulden stoel.
Maakt dat geen jonkheid ledig gaat; Want niet te doen leert enkel kwaad. Wie in zijn land geen koren zaait, 't Is zeker dat hij distels maait.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's