Uit het kerkelijk leven.
De opleiding onzer zendelingen.
Een paar dagen geleden ontvingen we een ingezonden stuk dat we voor ditmaal in déze rubiiek willen plaatsen om er een - breed onderschrift onder te plaatsen. De zaak is nog al van belang, naar we meenen. Het „ingezonden" luidt dan:
M. de, R!
Onlangs las ik in Uw geëerd blad, dat tot mijn vreugd alom verspreid wordt en tegenwoordig overal in ons land wordt gelezen, dat U wel een andere opleiding voor zendelingen zou wenschen en dat U zou willen, dat predikanten werden uitgezonden. Wat bedoelt U daar eigenlijk mee ?
Met minzame groete, U 's Heeren zegen toewenschend bij Uw zeer gewaardeerden arbeid.
M., 8 Sept. '11.
Uw vriend en broeder, D. K. J.
Onderschrift van de Redactie:
We hebben een paar weken geleden daar iets van gezegd, dat is waar. 't Was naar aanleiding van de bespreking over déze zaak op de Synode der Christelijk Gereformeerde Kerk. Daar sprak o. a. Ds. Henry Beets, uit Amerika overgekomen, die beweerde, dat het in Amerika gewoonte was academisch gevormde zendelingen uit te zenden, waarbij hij zei: de beste opleiding is voor den zendeling niet te goed.
Daar waren we het hartelijk mee eens.
Bij de meeste corporaties in Duitschland is het even als bij onze Nederlandsché Zendingsvereenigingen: het meerendeel der kweekelingen heeft bij hun aanneming geen ander onderwijs genoten dan gegeven wordt op de lagere school. Na dan een 4 of 6-tal jaren onderwijs genoten te hebben aan de Zendingsschool; worden die zendeling-kweekelingen door een Bestuurslid van een Zendingsvereeniging „ingezegend" en wordt hij door de vereeniging uitgezonden.
Nog afgezien van het feit, dat het geheel buiten de orde is, dat een zendeling door een Bestuurslid wordt ingezegend (wat recht heeft zoo iemand daartoe ? ) en dat hij door een „vereeniging" wordt uitgezonden (dat is de taak van de Kerk, van de gemeente!) en dus afgezien van het feit, dat zoo iemand eigenlijk tot den dienst des Woords en het bedienen van de Sacramenten geen recht heeft — vragen we : moeten onze zendelingen, die daar in het Oosten op elk terrein zoo'n zware en moeilijke taak hebben, een mindere opleiding hebben dan de predikanten hier in ons Vaderland?
Deze fout in de opleiding is dan ook reeds lang gevoeld door alle zendingscorporaties. De huidige omstandigheden op het zendingsterrein werken daartoe, mee. We moeten wetenschappelijk goed onderlegde mannen daar in het Oosten hebben, om toegerust te zijn tegenover al die machtige aanvallen der wetenschappelijk toegeruste vijanden.
Engelsche, Schotsche en Amerikaansche vereenigingen zenden dan ook in den regel academisch gevormde zendelingen uit. En de Geref. Kerken ten onzent doen ook niet anders. Terwijl nu ook de Chr. Geref. Kerk in ons Vaderland verklaard heeft, dat de zendelingen eerst predikant moeten worden en dan als missionair dienaar des Woords zullen worden uitgezonden.
Dat is de weg! Dan komt alles tot z'n recht.
Dan worden onze zendelingen wettig en ordelijk toegelaten tot den dienst des Woords en der Sacramenten ; dan worden ze uitgezonden door de Kerk ; dan worden de gemeenten in Indië niet minder behandeld dan de gemeenten in ons vaderland ; dan geven we onzen zendelingen, die zoo'n moeilijke en gewichtige taak hebben in den wijngaard des Heeren, geen opleiding, die vèr beneden de opleiding van een predikant staat.
De tijden zijn zoo ernstig ; de nood dringt.
En daarom zouden we zoo gaarne willen, dat in het midden van onze Hervormde Kerk — en bizonder onder onze Gereformeerde menschen, gelijk in de Geref. Kerken en de Chr. Geref. Kerk ten onzent — gekozen werd voor een zoodanige epleiding van den zendeling, dat we niet anders kregen dan missionaire predikanten.
Zeker — aan de opleiding is de laatste jaren bizondere aandacht geschonken. En de vrucht daarvan is, dat in 1905 door het Genootschap te Rotterdam, (voorzitter Ds. W. Lamers) en de Utrechtsche Zendingsvereeniging (voorzitter Prof. Dr. J. J. P. Valeton) de Nederlandsche Zendingsschóol (Director Dr. A. M. Brouwer) is opgericht, waarvan alle corporaties onder zekere geldelijke voorwaarden gebruik zouden kunnen maken, hetgeen dan ook reeds door onderscheidene zendingsvereenigingen wordt gedaan.
Maar we voelen aanstonds — niet alleen dat die school, uitgaande van die vereenigingen. Gereformeerde menschen nooit behagen kan — maar, dat ook dat soort van opleiding nog niet de ware is die we hebben moeten.
We moeten een degelijk Gereformeerde opleiding krijgen, En niet van een beginsel van het Rotterdamsch Genootschap, dat in art. 2 van de Statuten schrijft:
„het Genootschap wil gehouden worden voor een algemeen Christelijk genootschap, dat alleen ten doel heeft, om het ware en werkdadige Christendom, zooals het in de boeken des Ouden en Nieuwen Testaments is vervat en in de .twaalf artikelen der Algemeene Christelijke geloofsbelijdenis is uitgedrukt, zonder bijvoeging van menschelijke leerbegrippen, eenvoudig en oprecht in de harten der menschen in te planten."
Dat is niets voor óns. Wij hebben het anders geleerd.
En dan een academische vorming, evenals onze predikanten krijgen. Ziet — dan was er ook voor den Gereformeerden Zendingsbond, die zich gereed maakt een of twee jonge mannen uit te zenden, schoone oorzaak, om met ons saam te werken tot verkrijging van een of meer bizondere leerstoelen aan een van onze Rijks-Universiteiten, waar onze a.s. predikanten en onze a.s. zendelingen saam door mannen kunnen worden onderwezen, die eerbied hebben - voor en liefde tot des Heeren Getuigenis en niet anders willen spreken dan naar Zijn Woord.
Dat zou nog eens heerlijk zijn, als een edele en oprechte samenwerking op dit terrein geboren mocht worden, in gehoorzaamheid aan Gods Woord. Wat een aangename indruk zou dat geven bij allen die voor de Waarheid nog eerbied hebben.
Weg, weg' alle laksheid en halfheid.'De zaak des Konings heeft haast! En waarom zouden wij de laatsten zijn ?
We kunnen ons talmen nooit, nooit verdedigen. Voor den Heere en voor de menschen niet.
Gods Woord is onze Rechter !
DE HOOFDREDACTEUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's