Heiligt den krijg!
Ezech. 33:32; Joel 3:9-11.
Neigt, Broeders, neigt het oor; wat draalt, wat dwaalt gij langer? Gij luistert naar Gods stem als waar' 't een [minnelied: de woorden streelen u, maar ach, gij doet [ze niet en handelt met uw Heere als met een [minnezanger!
Steeds hooger wast het zaad des ongeloofs; [al banger en banger wordt de nood der Kerke Gods, • [en ziet, waar 't kwaad niet wordt geweerd, het [onkruid niet gewied, daar valt in 't eind de vrucht al wreeder en al wranger.
Op, heiligt dan den krijg; wekt.helden voor [den Heer'; slaat tot een zwaard uw spade, uw sikkel tot [een speer; de veeten bijgelegd, tweedrachtigheid [bezworen!
Geen lokkend minnelied, een krijgszang [zingen wij: „rijst voor uw Koning op en maakt Zijn . [Erve vrij; de zwakste worde een held; de zege is ons [beschoren."
H., Aug. 1911.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 september 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's