Uit het kerkelijk leven.
Kleinzielig.
't Is gebeurd in het groote Amsterdam.
Er zou een Zendingsconferentie zijn, waar alle zendingsvrienden in Nederland gewoon zijn zich saam te vereenigen om te spreken over en te hooren van de Zending. Dat is nu sinds een 25-tal jaren gewoonte geworden.
Die zendingsconferentie had een vergaderzaal noodig, b.v. voor de openingsrede. En liefst een kerk. Daar gaan de meeste menschen in. Dat voegt ook het beste. En geen wonder, dat de Zendingsvrienden hun oog laten vallen op de Nieuwe Kerk vlak bij den Dam.
Daar zou natuurlijk niemand van den Kerkeraad en van de Kerkvoogden bezwaar tegen hebben. En van de predikanten heelemaal niet.
En 't, zou ook alles wel vlot geloopen hebben, als men in de Huishoudelijke Commissie te Amsterdam (welke de loopende zaken afdoet, als de Kerkeraad niet vergadert) nu maar niet gehoord had, dat Prof. Bavinck, een man uit „de Geref. Kerken" de openingsrede zou houden.
Want toen steeg het bloed naar het hoofd. Toen was men z'n kalmte kwijt. Denk u dat ook eens een oogenblikje in : Prof. Bavinck op een preekstoel in een Herv. Kerk; en nog wel op den preekstoel van de Nieuwe Kerk te Amsterdam ! immers, dat gaat niet!
En de Huishoudelijke Commissie berichtte aan het Comité van de 25ste Alg. Ned. Zendingsconferentie, dat de Nieuwe Kerk geweigerd werd voor de Zendingssamenkomst.
Gelukkig dat ieder hier schande van spreekt, Maar.... 't is dan toch maar gebeurd. In Amsterdam.
Waar de haat onder Christenen weer eens openbaar geworden is.
Tot droefheid van degenen die iets voelen van de gemeenschap der heiligen en zoo gaarne over de koude, harde kerkmuren willen heen zien, om elkander ten minste eens een oogenblikje de broederband te kunnen drukken !
Terwijl de wereld weer een oorzaak te meer heeft, om het Christendom te verachten, dat zóo bekrompen, zóo liefdeloos, zóo hatelijk is.
- Gelukkig dat het Ministerie van predikanten aanstonds een verklaring gezonden heeft aan de Zendingsconferentie, die daar ook is voorgelezen, waaruit blijkt dat de meerderheid van de predikanten de daad van de Huishoudelijke Commissie, afkeurt en betreurt.
De Heere geve dat de liefde van velen, tegenover vijandige elementen telkens zoo warm getoond, mag afnemen en dat de liefde onder de broeders en zusters mag toenemen van dag tot dag.
De Zendingsconferentie.
Men was nu maar vergaderd in de Oude Evang.-Luthersche Kerk aan het Spui. Want in de Nieuwe Ned. Herv. Kerk op de Dam mocht het niet.
Omdat Prof. Bavinck spreken moest, die een zoon van de Scheiding is.
Of men in Amsterdam in de Herv. Kerk ook „getrouw" is ! 't Is waard om onthouden te worden.
Men vergaderde dan in de Luthersche kerk, waar Ds. Adriani terecht zei, dat er tusschen de gemeente en de zending zulk een nauw verband bestaat.
En toen kwam Prof. Bavinck aan het woord, die op deze Jubileum-Zendingsconferentie ('t was de 25ste maal, dat men samenkwam) de feestredenaar zou zijn.
Ieder luisterde. Wie hoort Prof Bavinck ook niet gaarne ? En Ned. Hervormden, Lutherschen, Gereformeerden genoten!
Hij zei o. a. dat de zendingsgedachte aan het Christendom van nature eigen is. Principieel vinden we haar reeds in de moederbelofte, in den zegen aan Abraham, in heel de profetie. Doch werkelijkheid wordt deze gedachte eerst, na de verheerlijking van Christus. Dan zendt Hij Zijn discipelen uit om het Evangelie te prediken aan alle creaturen. Vooral Paulus onder de apostelen, ziet in, hoe dat Evangelie voor de gansche wereld is bestemd; hij rust niet, voordat hij de banier van het kruis in Rome, het hart dier wereld, heeft geplant.
Daarbij doet hij echter de smartelijke ervaring op, dat terwijl de heidenen het Evangelie aannemen, de Joden over het algemeen het verwerpen. Paulus ziet hierin de leiding Gods. Door hun val is de zaligheid den heidenen geworden opdat deze hen tot jaloerschheid verwekken zouden, en alzoo zal geheel Israël zalig worden.
„Wij leven — zoo vervolgde Prof. Bavinck — in een tijd, die in veel opzichten aan die van Paulus verwant is. Bij toenemend ongeloof in de Christenlanden plant de Zending de eene gemeente van Christus na de andere in de wereld der heidenen. De Zending is wellicht tegenwoordig de krachtigste apologie van het Christelijk geloof, van haar bedient zich God in deze eeuw om door de toebrenging der heidensche volken, de Christennatiën tot jaloerschheid te verwekken. De Zending toont de macht van het Christendom, of liever, die van Christus zelven. Zij is Zijne zaak, en daarom behoort zij de onze te zijn."
't Was een kerngezond woord. Opwekkend en bemoedigend. Tot eere des Heeren, die groote wonderen doet.En ... dat mocht nu niet op den preekstoel in de Nieuwe Kerk gezegd worden.
Hoe meer we er over denken, hoe treuriger we het vinden. De Herv. Kerk doet weer eens voor de zóóveelste maal over zich spreken ! Gelukkig dat de Heere doorwerkt. Dat Hij regeert en alles in Zijn hand houdt. Ook alles nog ten goede weet te beschikken.
Teekenend.
Door den gemeenteraad van Naarden was kort geleden bepaald, dat de onderwijzers op de Openbare School o. a. ook als een deel van hun taak hadden te beschouwen : „het aankweeken van liefde voor het Vorstenhuis."
We zouden zoo zeggen, daar kan geen één Nederlander iets op tegen hebben. Nederland en Oranje zijn zóo van ouds saamgegroeid, dat het haast van zelf spreekt, dat ieder van oordeel is : wat zóo is saamgevoegd, mag niet gescheiden worden en de band moet steeds meer worden aangehaald!
Voor een onderwijzer dus óok niets vreemds, 'om onder de kinderen van Nederlandsche burgers „de liefde voor het Vorstenhuis aan te kweeken."
Maar ja wel, dan moet je net bij onze tegenwoordige Openbare Onderwijzers zijn !
Die weten het u wel anders te vertellen. En dat hebben ze den gemeenteraad van Naarden laten voelen ook.
Toen er daar een vacature was bij het Openbaar Onderwijs en herhaalde malen een oproeping gedaan werd, meldde zich geen enkele sollicitant aan. Noch de dames Onderwijzeressen noch de heeren Onderwijzers hadden lust op een dergelijke oproeping in te gaan. Daar zat men in Naarden!
En intusschen roerde men in de onderwijzerswereld den mond over het brutale besluit van Naarden's gemeenteraad, om van openbare onderwijzers te verlangen „aankweeken van liefde voor het Vorstenhuis "
Nu heeft de gemeenteraad van Naarden, na veel praten, die woorden „aankweeken enz." weggelaten Dat is dus zooveel als: het behoeft niet, dat gij, onderwijzers van Neerlands jeugd, liefde aankweekt voor het Vorstenhuis,
En nauwelijks zijn die woorden geschrapt of er solliciteeren niet minder dan 60 onderwijzers en 16 onderwijzeressen naar de vacante betrekking te Naarden!
In 1910 toen van het Vorstenhuis wél sprake was niet één. In 1911 nu over het Vorstenhuis niet meer gesproken wordt 76.
Wel teekenend ! En intreurig !
Zonder God!
't Gaat in ons landje wel eens rumoerig toe. Ook worden er woorden beluisterd, die ons harte pijn doen. De God-vergetenheid is groot bij vele 'personen, in vele huisgezinnen, in vele kringen.
Maar als we ons Vaderland weer eens vergelijken met andere lauden b, v. met Frankrijk, Spanje, Portugal enz. dan komt weer een gevoel van dankbare blijdschap over ons; want, wat genieten we dan nog weer een voorrechten, die groot en vele zijn! Ja, de Heere is ons Vaderland wonderlijk genadig nog en Zijne goedertierenheden over het Israël van het Westen zijn zéér te prijzen.
Als we er maar een oog voor mogen hebben! En als Zijn straffen maar mogen worden opgemerkt en ter harte genomen worden, om ons van den dwaalweg nog bij tijds terug te brengen. Want de Heere is een jaloersch God, die komt op Zijn tijd.
Zie eens naar Frankrijk, hoe daar de goddelooze gruwelen vermeerderen, het zedelooze leven alles verderft en de natie dreigt te verzinken in ellend, omdat men daar brutaal de gemeenschap met den levenden God heeft durven afsnijden.
Zonder godsdienst wil de natie zijn. En de Heere laat het zien, dat zonder God geen heil is. Dat de zonde een schandvlek is voor de natie, waarbij Zijn toorn geopenbaard wordt van den hemel.
En nu gaat Portugal de republiek van Frankrijk nadoen. Koning Manuel hebben ze vermoord.
En dat zij van Immanuël, Jezus Christus, den Middelaar Gods en der menschen den weg des levens en der Zaligheid niet weten willen, verbergen de Portugeezen niet. Weg met alles, wat maar aan God en Christus kan doen denken !
Vandaar het wetsontwerp, dat de voorlopige regeering in gereedheid bracht.
Evenals in Frankrijk wordt de Kerk omgezet in een Vereeniging, welke vereeniging dan in alles beperkt wordt, zoodat het met de vrijheid van godsdienst geheel gedaan is.
Godsdienstonderwijs in de scholen wordt verboden. Verplichte bijdragen mogen de godsdienstige vereenigingen niet heffen ; den priester is het dragen van het priesterlijk kleed verboden; godsdienstige zinnebeelden buiten de kerken of op de kerkhoven te plaatsen zal niet meer geoorloofd zijn, zoodat alle beelden en kruizen verdwijnen moeten; op de kerkhoven mogen geen lijkdiensten meer gehouden worden zonder toestemming van de Overheid ; bij de minste overtreding wordt het tractement der priesters ingehouden ; de godsdienstige vereenigingen hebben geen eigendomsrecht op de kerkelijke gebouwen, die zij gebruiken, bekendmakingen van wege den Paus of den Bisschop mogen niet meer geschieden, ook niet door de pers, dan alleen met goedvinden van den Minister van Justitie ; enz. enz.
De bedoeling van al deze bepalingen is duidelijk. Evenals in Frankrijk gaat het ook in Portugal — trouwens minister Costa heeft het zelf uitgesproken — om het land niet alleen van het juk der Kerk te verlossen, maar van allen godsdienst vrij te maken. Om dus zonder God te leven.
Wat verschrikkelijk toch. t Gaat, zooals in Ps. 2 beschreven staat:
„de vorsten zijn vermetel saamgekomen, om God, den HEER', zelfs naar de Kroon te steken, en tegen Zijn Gezalfde op te staan. Zij spreken saam: „laat ons hun banden breken, en van hun juk en touwen ons ontslaan !"
Maar in dienzelfden Psalm komt dan óok voor: „Die in den hemel zit zal lachen."
De bede rijze dan óp in Nederland: „ Heere, vereenig allen die Uw Naam vreezen en wees ons en ons volk genadig!"
En in Portugals historie, gelijk in het verloop der dingen in Frankrijk en Spanje, zien we wat het einde is van het tegenstaan van de zuivere leer die naar Gods Woord is.
De duisternis groeit, 't Is' stikdonkeré nacht geworden, gelijk de Heere heeft voorspeld aan allen, die Zijn Woord verwerpen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's