De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ned. Herv. Jongelingsbond.

6 minuten leestijd

De Aanval.

We herinneren ons dat „Jan van Nassau" in het Bondsblad van den Geref. Jongelingsbond een aanval deed op onzen Herv. Bond en onzen 1sten Jaardag, dien hij karakteriseerde met de woorden „kofïiestroop en margarine". Over zijn 2den aanval zouden we allang wat geschreven hebben, maar telkens moest die copie weer blijven liggen wegens plaatsgebrek. Daarom houden we die copie nu maar bij ons en willen met een enkel woord dat zaakje nu maar afdoen.

„Jan van Nassau" zegt, dat we „gereformeerd" ons noemen — maar dat de Bond van Geref. Jongelingsvereenigingen allang voor ons gereformeerd was.

Laten we dan zeggen, dat onze Vaderen allang gereformeerd waren voor de dagen van de doleantie. Onze Vaderen.

En op dat vaderlijk erfgoed, op dien naam gereformeerd meenen wij minstens dan ook zooveel recht te hebben als de gescheiden broeders. Meer willen we er voor 't oogenblik niet vau zeggen. Met opzet niet.

We noemen ons dus vrij: Jongelingsbond op gereformeerden grondslag.

En we hopen dat onze Herv. (Geref.) Kerk er nog een zegen door mag ontvangen.

Dan zegt „Jan van Nassau" dat in onze Statuten te bemerken is, dat we de Statuten van den Bond der Geref. Jongelingsvereenigingen gebruikt hebben.

Dat is waar.

En we zouden ons schamen als het niet zoo was. 't Zou grenzeloos verwaand en onmetelijk hatelijk zijn, wanneer we de uitnemende statuten van den Bond der Geref. Jongelingsvereenigingen, die door een practijk van 25 jaren en de hulp van mannen als Prof. Biesterveld enz. zoo geworden zijn, niet wilden gebruiken als model.

We willen wel bekennen, dat we geen oogenblik geaarzeld hebben het niet te doen. Daarin de verdiensten van den Bond van Geref. Jongelingsvereenigingen gaarne erkennend. Ook is ons Kerkisme vreemd.

Van Kerkisme gesproken. Daar beschuldigde , Jan van Nassau" onzen Herv. Bond van.

Maar is het nu Kerkisme wanneer we vasthouden aan de Herv. Kerk ? Is zoo iets ooit Kerkisme genoemd? ""

Als ik Hervormd ben en ik ga's Zondags niet naar de Luthersche Kerk en niet naar een of andere „Gereformeerde" Kerk, maar wel naar de Hervormde Kerk, waar het Woord recht bediend wordt, is dat dan Kerkisme ?

Wij meenen dat zooiets gezond kerkelijk genoemd mag worden.

En zoo willen we ook onze Herv. Jongelingsvereenigingen, die leven uit een geref. beginsel, bijeenbrengen, met de gedachte dat dit voor onze Herv. (Geref.) Kerk nog tot een groeten zegen kan worden.

Maar nu 't laatste en dat spijt ons, dat „Jan van Nassau" dat geschreven heeft.

't Andere kunnen we ons zeer goed verklaren bij iemand die de dingen nog niet juist weet te onderscheiden.

Maar wat nu komt, is geboren uit haat en is geschreven met de bedoeling ons te belasteren.

Want „Jan van Nassau" zegt dat wij op onzen 1sten Bondsdag breed over een bondsinsigne hebben gesproken, doch dat er niets gehoord is dien dag over ons beginsel en over onzen arbeid.

Ziet — dat is nu jammer. Want dat verraadt, dat die gereformeerde broeder uit Utrecht onzen Bond aanstonds gaarne zou willen blameeren.

Immers gedrukt heeft „Jan van Nassau" voor zich gehad: het inleidingswoord van den Voorzitter aan de Kerkgeschiedenis ontleend, de bijbelbespreking van den heer Blanken, het woord van Ds. Jongebreur en het woord van Ds. Remme. Waartusschen een enkel regeltje voorkomt over de bespreking van het aanschaffen van een insigne.

We noemen zulk een beschrijving van onzen Bondsdag dan ook in een woord „min". Wat is anoniem schrijven toch gevaarlijk. Dan zijn we dikwijls zoo dapper in het doordraven en zoo traag in het waarheid spreken.

En met waarheid spreken komen we toch altijd veel verder.

Dat weet „Jan van Nassau'.', die blijkbaar onze Herv. Kerk een Bond van Jongelingsvereenigingen op gereformeerden grondslag misgunt, toch oók wel?

De Heère geve ons maar lust en kracht om moedig voort te gaan.

Onze werkzaamheden.

Over de vraag, wat moeten er op onze Vereenigingen voor - werkzaamheden verri'cht worden, is al menig woordje gevallen.

En het laatste woord zal nog wel niet gesproken zijn in deze.

Maar onder ons moet het vaststaan, dat we over ons gereformeerd beginsel niet zwijgen. Dat we de gereformeerde waarheid bespreken en onderzoeken.

In „De Jongelingsbode", orgaan van het Nederlandsch Jongelingsverbond, komt b.v. een stukje voor, dat ons slecht aanstond. Daar zegt een inzender o. a., dat op de Jongelingsvereeniging de Ned. Geloofsbelijdenis in 37 artikelen niet moet besproken worden.-„Een twistappel aan 't rollen te brengen op eene jongelingsvereeniging, is zeer bedenkelijk."

Maar wat zou er dan wél besproken mogen worden ?

't Spreken over de stukken des geloofs verwekt twist en krakeel.... zegt men.

Maar een jongelingsvereeniging waar de stukken der geloofsleer niet besproken worden willen we niet.

Wat heb je aan zoo'n ding?

Over den Bijbel mag dan niet gesproken worden — want wat de een aanneemt, verwerpt de ander.

Over de Belijdenis mag dan niet gesproken worden — want waar de een mee instemt, daar staat de ander als een brullende leeuw tegenover.

Over de Kerk mag dan niet gesproken worden — want wat de een veroordeelt, juicht de ander toe.

't Zou een mooie boel worden!

En ziet, daarom hebben we nu juist onzen Herv. Bond van Jongelingsvereenigingen op gereformeerden grondslag opgericht, dan weten we zeker dat we onze Ned. Geloofsbelijdenis op de vereeniging bespreken kunnen, en dat op onze vergaderingen een klank gehoord wordt, naar uitwijzen van de Schrift en in overeenstemming met de aloude Gereformeerde waarheid, die wij zoo hartelijk liefhebben en die wij zoo gaarne van geslacht tot geslacht zagen voortgeplant, waartoe ook onze Jongelingsvereenigingen in den middellijken weg kunnen dienstbaar gemaakt worden.

Natuurlijk dat eenvoudigheid ons in deze past. Vooral in de jongelingsjaren. En goede leiding is onmisbaar.

Maar met een goed onderlegden voorzitter en met eenvoudige werkzaamheden kunnen we het een héél eind brengen.

Dan kunnen onze jonge mannen aardig worden ingeleid in allerlei, wat hun tot groot nut kan zijn voor hun verderen levensweg.

Voor ons beginsel schamen we ons dus niet.

En om in de stukken der waarheid eenvoudig en steeds dieper ons in te werken, zij ons ernstig begeeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ned. Herv. Jongelingsbond.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's