De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de Zending.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de Zending.

6 minuten leestijd

Wat kan, mag en moet?

We willen het wel bekennen, we zijn dikwijls jaloersch op de zendingsactie die er ontwikkeld wordt in „de Geref. Kerken." En op de dingen die daar geschreven en gesproken worden in betrekking tot het werk der Zending. Men gaat daar op de dingen in. En men werkt, totdat men bereikt heeft, wat men zich had voorgesteld.

Onder de mannen van kennis en actie neemt zeker Ds. Dijkstra van Smilde een eerste plaats in. Dat is een zendingsman tot in merg en been. Hij kan geen gelegenheid laten voorbijgaan, of hij moet over de Zending spreken. En dan mag hij er van verzekerd zijn, dat allen luisteren als hij aan 't woord is.

Oök op de 25ste Zendingsconferentie te Amsterdam behoorde hij onder de redenaars. En wat hij zei was goed doordacht, belangrijk en schoon.

't Ging over de vraag: „wat kan, mag en moet de Koloniale Regeering doen in het belang van de uitbreiding van het Koninkrijk Gods."

Eerst zei hij, wat er onder „Koloniale" regeering en onder „Koninkrijk Gods" verstaan moest werden, om dan te stellen: dat de verhouding tusschen de Koloniale Regeeriiig en de Inlandsche Bevolking eenigermate te vergelijken is met die tusschen een voogd en zijn pupil.

Want de Koloniën zijn niet een deel van Nederland, maar zijn in het bezit van Nederland Daarom moet de Koloniale Regeering steeds bedenken, dat het geen Nederlanders zijn daar in Indie, en dat men daar dus als een Inlandsche Bevolking geleid moet worden. Maar dan moet de Koloniale Regeering die Inlandsche Bevolking ook als een Christelijke Regeering tegemoet komen.

Want de Inlandsche Bevolking moet geholpen worden; zij moet op maatschappelijk en geestelijk gebied vooruit gebracht worden. En vooral bij dat laatste is de Koloniale Regeering verplicht partij te kiezen en dan moet zij partij kiezen voor het Christendom.

Strikt heeft zij zich te onthouden van alles wat Christus aan Zijn Kerk heeft opgedragen. Niet mag zij doen wat de O. Indische Compagnie gedaan heeft. Neen, in plaats van zelve allerlei werk op te nemen, steune ze de Zending in haren arbeid en make van haar hulp gebruik !

Immers het terrein van de Koloniale Regeering ligt op het gebied, van het maatschappelijk leven. Ze handhaaft orde en tucht en zorgt voor de welvaart barer onderdanen. Waarbij ze zorgen moet, dat de Kerk des Heeren vrijheid van beweging heeft, zoodat .de Kerk geheel naar haar aard haar krachten kan ontplooien en ontwikkelen. Het werk der Kerk ligt op het terrein des geestelijken levens. Zij predikt het heil des Heeren. In de zaken der Overheid mengt ze zich niet, alleen verkondigt ze aan de Overheidspersonen, wat naar den Woorde Gods hun ambt en roeping is.

Kerk en Overheid naast elkaar; niet tegenover elkaar. De Kerk heerscht niet over de Overheid, de Overheid heerscht niet over de Kerk; ze heerschen elk op eigen terrein, naar eigen aard en roeping én zoeken de volkeren gelukkig te maken door hun heerschappij.

Dit is de ideale toestand, en naar de bereiking van dit ideaal moeten wij allen streven in de plaats waarop God ons stelde.

Ideaal zou het zijn, indien de Regeering niets anders deed dan de Kerk ruimte verschaffen om zich vrijelijk te bewegen.

Indien de Kerk over genoegzaam kapitaal kon beschikken om allerlei nuttige instellingen zonder hulp van de Koloniale Regeering tot stand te brengen en in stand te houden. Maar de milddadigheid der geloovigen is bij lange na niet voldoende om in de veelvuldige geestelijke behoeften van ons Koloniaal bezit te voorzien. Dat doet ons, met schaamte over ons klein geloof en over onze geringe offervaardigheid de handen uitstrekken naar de hulp der Overheid, die over meer kapitaal beschikt.

En dan mag de Koloniale Regeering te hulp komen. Allereerst op het gebied van het onderwijs.

Met goed onderwijs kan de Regeering de Zending dienen, maar de Zending de Regeering evenzeer. De Regeering subsidieere dus het zendingsonder wijs uit een ruime hand.

En dan is er tweeërlei stelsel denkbaar. De Regeering kan aan de Zending op een zeker terrein het onderwijs uitbesteden.

De Regeering zegt b. v.: ik wensch in een residentie van Java of op een eiland van de Buitenbezittingen een kweekschool voor onderwijzers, een opleidingsschool voor zonen van inlandsche hoofden en. een stel desascholen, en ik betaal aan de Zending, die deze wenscheü, in geregeld overleg met de Regeering, bereid is te vervullen, zooveel tervergoeding.

Dat stelsel moet het meest gewenschte geacht worden. Dan komt er systeem in het. werk.

En de Zending zal niet traag zijn, dat kan verzekerd worden !

Een ander stelsel is het subsidie-stelsel. Dat behoeft niet nader toegelicht te worden.

De Regeering zij evenwel niet plaagachtig in haar toezicht. Zij geve ruimte, véél ruimte, opdat de Zending naar haar aard en weezen, zich aansluitende bij de plaatselijke toestanden, haar krachten kan ontwikkelen.

Verder kan en mag de Regeering hulpe bieden op het gebied der Ziekenverzorging. De Regeering heeft belang bij deze zaak, omdat de zorg voor de volksgezondheid-een voornaam deel van haar taak is; en de Zending heeft er ook belang bij, omdat er geen beter middel is om de harten des volks te winnen.

Eindelijk wil Ds. Dijkstra spreken over een geval dat zich ook al eens heeft voorgedaan. Het is gebeurd, dat de Koloniale Regeering, om maatschappelijke of staatkundig redenen, de vestiging van een zendingspost ergens wenschte, terwijl dan een Zendingsgenootschap er op inging, er zware offers voor bracht, soms zelfs het leven van een zendeling, en dat de Regeering dan later kwam met de aanbieding van een fooi. Dat is der Regeering onwaardig. Als men in het burgerlijk leven iemand vraagt om iets voor ons te doen, houdt men hem immers op zijn minst in alles vrij. 't Is dan ook billijk dat dat de Regeering in bovengenoemde gevallen alles voor haar rekening neemt.

De Koloniale Regeering mag het bovenstaande doen. Maar zij moet partij kiezen voor het Christendom.

Wij zijn niet neutraal. En dat verwacht de Inlander, die zelf in alles godsdienstig is en met de goden rekening houdt (zelfs bij het aanleggen van een weg en het bouwen van een huis) ook niet van de Regeering.

Als de Hollandsche regeering alle godsdiensten in Indië op voet van gelijkheid behandelt, dan zoekt de Islamiet daarvoor verklaring en zegt: „de Hollanders hebben zelf geen godsdienst." Terwijl anderen zeggen: „de Hollanders weten wel, dat de Islam hooger staat dan het Christendom !"; en nóg anderen zeggen: „de Hollanders vreezen den Sultan van Turkije, dien ze huldigen als hun heer en die hen gelast de geloovigen te beschermen."

De neutraliteit, die wij pogen in acht te nemen, wordt door niemand verstaan.

Onze wanhopige pogingen om neutraal te zijn, hebben staatkundig en maatschappelijk méér schade gedaan aan onzen invloed dan al onze machtige wapenen kunnen goed maken! .

Onze Koloniale Regeering moet dus partij kiezen en wel de partij van het Christendom; en dit partij kiezen moet uitkomen in elk harer handelingen.

We noemen slechts enkele:1. het straffen van heidensche gruwelen, 2. het erkennen van den Christelijken Zondag, 3. de keuze van haar Ambtenaren en de instructie die zij aan hen geeft, 4. het handhaven van den Zendeling op zijn post.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Over de Zending.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's