Financiën.
Nu zal er dan deze week eens geen financieel verslag in „De Waarheidsvriend" kunnen verschijnen bij gebrek aan financiën, zoo dacht ik toen ik Maandag, den tijd dat ik mijn zaakjes ga nazien, nog geen enkele gift had ontvangen. Maar neen! Gelukkig kwam Maandag nog laat de eerste post wissel en Dinsdag volgde er nog een tweede. Dus geen week van niets. Dat verheugt mij. Toch begin ik wel tot de ontdekking te komen dat wij, wat onze financiën betreft, in deze weken, in den zoogenaamden slappen tijd, leven zoo tusschen den zomer en den winter in. Als ik de ontvangsten om dezen tijd van vorige jaren naga, dan was het toen ook zoo. Het is goed daarop acht te geven, ' opdat wij ons niet noodeloos ongerust maken. Een slappe tijd, och ja, wie kent dien niet? Een ieder die zaken doet heeft een tijd van het jaar, waarin het wel schijnt of zijn bedrijf min of meer stilstaat. Het is of men geen klant meer over houdt. Men weet het vooruit en rekent er op, want het keert geregeld weer en toch, telken male als die tijd er is, vindt men hel onaangenaam. Het gaat er mede als met iemand, die een visite bij u brengt, met wie ge nu niet zoo bijzonder sympathiseert. Hij komt altijd te vroeg en blijft veel te lang en met een zucht van verlichting ziet ge hem heengaan. Als zakenmensch zijn mij deze dingen niet onbekend, maar ik dacht niet dat ik er als penningmeester van den Geref. Bond en het Leerstoelfonds ook kennis mede moest maken.
Waarde lezer! Om waar te zijn kan ik heusch niet zeggen: aangename kennismaking! Integendeel, ik houd niets van deze visite en ik zou u wel willen vragen: och, help me toch van dezen gast af. Het is een bijzondere eigenschap van hem, dat hij het in een groot gezelschap niet kan uithouden. Dus kom spoedig en liefst met velen, opdat hij zoo gauw mogelijk afmarcheert, want ik kan niet met hem opschieten, hij is mij veel te langzaam en onze zaak heeft haast.
Uit Utrecht dan kwam de eerste blijde tijding van den penningmeester der-Afdeeling. Deze zond mij een postwissel van 2 gulden, fl 1 vanMej. S. door tusschenkomst van den heer A. en f 1 uit de collecte van Troffel en Zwaard, spreker Ds. Leenmans. De tweede gift kwam nit Kortgene (Zeeland); de Kerkeraad aldaar zond mij een collecte van f 8.28.
Voor beide giften mijn weigemeenden dank. Zij waren op het laatste oogenblik een aangename verrassing. Het zou een teleurstelling geweest zijn to moeten melden: er is niets deze week.
Terwijl ik dit schrijf, brengt de post mij een briefkaart, waarin iemand mij , een adres opgeeft waar ik wellicht een busje kan plaatsen. Als het gelukt, zal ik u zeggen waar het is.
Delft, Brab. Turfmarkt 20,
De Penningmeester, J. C. FLIEHE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 oktober 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's