De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de Zending.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de Zending.

4 minuten leestijd

Wat kan, mag en moet. (Slot.)

Wat No. 1 betreft: De Hindoe, die aan weduwen verbranding schuldig staat, moet gestraft worden; de Animist, die den moord van tooverheksen bedrijft, moet de straffende hand der gerechtigheid ondervinden. Evenzoo de Islamiet, die uit soortgelijke beweegredenen handelt.

Uitroeien van de afgoden met geweld van wapenen keuren we af. Uit eerbied voor het Evangelie, dat wij brengen en waarvoor wij den zegen verwachten noch verlangen door de hulp van het zwaard.

Wat No. 2 aangaat: De „Zondagscirculaire" van Gouverneur-Generaal Idenburg heeft de verontwaardiging en spotlust gaande gemaakt van heel de ongeloovige wereld.

Maar het was een stap in de goede richting. Nog maar een eerste stap. Worde hij weldra gevolgd door meerdere!

Met No. 3 bedoelen we dit: Het is herhaaldelijk gebeurd, dat de ongeloovige Regeerinsambtenaar, in bond met zijn Mohammedaansche ondergeschikten, den Islam een goeden ingang bereidde. De Regeering zorge, door de keuze barer hoogere en lagere ambtenaren zooveel mogelijk, dat dergelijke geschiedenissen zich niet herhalen. Het is veel meer in belang van land en volk en ook van de Koloniale Regeering, wanneer een volksstam het Christendom kiest, dan dat hij zich aan den Islam onderwerpt.

Een Christenvolk is onze regeering welgezind, een Islamsch volk ziet over zeeën en bergen naar Konstantinopel en wacht zijn wachtwoord van Mekka!

En dan No. 4: Er viel reeds van oude dagen af te strijden tegen ambtenaren, die den Zendeling of Predikant een kwaad hart toedroegen. Ambtenaren die God niet vreezen en geen mensch ontzien, zijn meestal weinig gesteld op de tegenwoordigheid van „zoo'n zwartrok". De . regeering is steeds geneigd haar ambtenaren de hand boven het hoofd te houden.

Maar men moet duidelijk gewaar worden, dat de Regeering geneigd is den Zendeling te handhaven en dat men weinig goeds te hopen heeft wanneer men met allerlei „geruchten" en „ongegronde praatjes" bij de Regeering komt aandragen inzake zendelingen of predikanten.

Ten slotte sprak Ds. Dijkstra over zijn 7de of laatste stelling: De Koloniale Regeering moet de Inlandsche Kerken opvoeden tot zelfstandigheid.

Het netelige vraagstuk van de Protestantsche Kerk in Ned.-Indie lossen we niet even in het voorbijgaan op. Slechts op een zeer klein onderdeel willen we even wijzen.

Er zijn Christelijke kerken in Indie, ten deele dagteekenend uit den tijd der O.-Indische Compagnie ; ten deele vrucht van den arbeid der Zending in de vorige eeuw.

Deze Kerken verkeeren in diepe afhankelijkheid. Ze worden bediend door vreemdelingen, hulppredikers genoemd en van de mannen uit hun midden kwam er nog nooit een tot het ambt. Zelfs wordt er zoover ons bekend, niet mee gerekend, dat die kerken eenmaal door mannen uit hun eigen midden moeten worden bediend. De opleiding der goeroes laat in dit opzicht alles te wenschen over.

Ook wordt er niets, of althans zeer weinig gedaan om de gemeenteleden aan het offeren voor hun eeredienst te gewennen. Ze worden daarvoor te arm geacht en men schijnt ook te vreezen, dat ze te veel „brani" zullen krijgen.

De O.-Indische Compagnie van voorheen en de Koloniale Regeering van ónze dagen, doen daardoor die kerken een groot onrecht aan. Die kerken moeten zelfstandig worden. De goeroes moeten worden opgeleid tot het ambt, kerkeraden moeten worden ingesteld en die kerken moeten in wettigen weg samenkomen om over hun belangen te beraadslagen. De Regeering moet financieel helpen zoolang dat noodig is, maar voorts bevorderen de invoering van. een kerkelijken aanslag. Wellicht kan de Regeering domeingronden aan een kerkelijke gemeente toekennen, opdat de gemeentenaren deze bewerken en de goeroe er zijn levensonderhoud van trekke.

Over de wijze van uitvoering kan veel gesproken worden, maar het is plicht van de Koloniale regeering om in deze richting de zaken te leiden. Opdat de gemeenten tot zelfstandigheid komen.

* Tot zoover Ds. Dijkstra. Een veelheid van onderwerpen, allen belangrijk en zeer aantrekkelijk onder de aandacht gebracht.

Een warm woord van hulde voor den ijverigen zendingsman. En een spoorslag te meer, om over vele dingen na te denken, te spreken en te beraadslagen.

Hier hebben de Gereformeerden vooral een roeping.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Over de Zending.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's