De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

4 minuten leestijd

Jan de Bakker verbrand.

Het was in den Zomer van het jaar 1525, Op een der dagen van Oogstmaand was de bevolking van 's Gravenhage in drukke beweging. Mannen en vrouwen, hier en daar ook kinderen, gingen met haastige schreden de straten door, die naar het Prinsenhof brachten. De aanzienlijken in prachtige kleedij, de geringen in hun eenvoudige plunje, allen mengden zich ondereen en verreweg de meesten toonden in gelaat en houding, dat er iets belangrijks stond te gebeuren.

Hier zag men er een, die door den levendigen blik, spottende trek om den mond en opgeruimden gang toonde, dat hem iets aangenaams te wachten stond ; daar liepen er, die bleek en ontroerd, in druk fluisterend gesprek, wel te kennen gaven, dat angst en smart hen vervulde bij de gedachte wat er stond te gebeuren.

En de monniken, in hun ruwe pijen, haastig door de menigte schietend, veraadden door heel hun houding, dat het voor hen een feestdag worden zou.

Wat was er toch aan de hand? Wat zou er gebeuren?

Op het Prinsenhof gekomen zien we een grooten hoop brandhout, een stevige paal er boven uitstekend, wat ons aanstonds doet gissen, dat al de drukte en droefheid van dezen dag de verbranding van een ketter geldt!

En ja, "Johannes Pistorius of Jan de Bakker van Woerden zou ten aanschouwe van al het volk in het vuur den marteldood sterven.

In 1498 uit aanzienlijke ouders geboren, was hij op 12 jarigen leeftijd in Utrecht, om geregeld in de hoofdkerk aldaar zijn zeer heldere stem te doen hooren in het koorgezang. In aanraking gekomen met Johannes Rhodius, opziener over het college van Hierönymus, hoorde hij daar van de Evangelische waarheid, waarvan het gerucht in 1517 uit Duitschland naar Holland overkwam.

De goede vader van Pistorius maakte zich over zijn kind ongerust, riep hem van de school terug en beval hem het kostersambt waar te nemen.

Om des voördeels wille werd Johannes daarna tot priester opgeleid en gedwongen door den wil zijns vaders ontving hij dé wijding. Spoedig werd hij evenwel verdacht van de leer van Luther te zijn toegedaan. En op een aanklacht van de Utrechtsche priesters werd hij door den gouverneur van het slot 'te Woerden gevangen genomen.

Weer op vrije voeten gesteld reisde hij naar Wittenberg, trad in het huwelijk en voorzag in zijn onderhoud door allerlei werkzaamheid te verrichten ö.a. door in Woerden als bakkersknecht te dienen. Intusschen hield hij zich ook bezig met de verkondiging van het Woord in de huizen.

Op bevel van de landvoogdes Margaretha werd Jan de Bakker gevangen genomen en naar Den Haag, zijn vaderstad, overgebracht, onder geleide van vier gerechtsdienaren. Ontvluchten wilde hij niet, hoewel de gelegenheid niet ontbrak. Met vreugde ging hij den kerker binnen.

Niet twijfelachtig was het, wat er.nu met hem gebeuren zou. Allerlei priesters zouden hem komen bezoeken, zouden hem voor hun vergadering dagen, zouden hem vriendelijk vragen of onder ernstige bedreigingen afpersen, om toch maar zijn ketterijen af te zweren — maar de gewezen bakkersknecht mocht als een getrouwe getuige Christi staan en telkens krachtig belijdenis doen van de waarheid naar de Schriften. Waarom het oordeel van de goddelooze rechters niet uitbleef en er bepaald werd, dat hij op den brandstapel zou worden gebracht.

Pistorius vreesde den dood niet.

Hij zeide nog tot zijn ondervragers: „gij denkt wel, dat het er nu van komen zal, dat ik herroepen zal wat ik beleed, maar dit zal alzoo niet gebeuren, ten zij God mij van mijne kracht beroove, wat ik echter hoop, dat Hij niet doen zal. Den dood vrees ik niet. Gebruikt gij de macht die u ten dienste staat, om mij tegen morgen tot den vuurdood te veroordeelen. Ik zal intusschen den Heere, zooveel in mij is, danken, dat Hij mij tot dezen dag bewaard heeft."

Ter beproeving werd de veroordeelde gevangene uk het laatste verhoor nog eens in een ander hol opgesloten, dat zich onder den grond bevond. Vier dagen heeft hij daar moeten zitten met de voeten in het blok gekluisterd.

Voor de laatste maal werd zijn geloof en standvastigheid des gemoeds van alle zijden bestreden, door monniken en priesters en raadsheeren. Maar allen deden vergeefsche moeite, want hij wilde geen handbreed van de belijdenis des Evangelies wijken.

Ten slotte zou het vonnis voltrokken worden.

Op de markt werd een hoop hout aangebracht ; en den gevangene werd de dood aangezegd. Met bewonderenswaardige kalmte, ja met innerlyke blijdschap ontving hij de tijding. Den geheelen nacht hield hij zich met heilige overdenkingen en het lezen der Schrift bezig.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's