De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Liefde ‘t meest.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Liefde ‘t meest.

2 minuten leestijd

1 Cor. 13.

Al ware 't, dat ik al de talen van menschen en van Eng'len sprak, maar mij de drang der liefde ontbrak, ik was gelijk aan der metalen geklinkklank of het luid en hel gerinkel van een schrille schel.

Al ware 't, dat ik me op de gaven der profetie beroemen mecht, en wist al wat de wijsheid wrocht van uit haar diepten op te graven; schoon bergen mijn geloof verhief, toch ware ik niets hadde ik niet lief.

Al ware 't, dat ik al mijn have voor nooddruft veil had, ja misschien mijn eigen lichaam bovendien den mutserd ter verbranding gave, wat nut of voordeel waar' mij dat zoo ik de liefde niet bezat?

De liefde is heilig in haar handlen, lankmoedig, goed; aan wrok en nijd gespeend, verricht zij niets in strijd met d' ernst en, vrij van waanwijs zoekt zij geen heil bij eigenbaat, [wandlen, - wordt niet verbitterd, denkt geen kwaad.

De liefde in al haar reine klaarheid verfoeit met rechter-majesteit de zonde en ongerechtigheid, haar blijdschap vindend in de waarheid. Waar ze alle ding bedekken zal, gelooft en hoopt en duldt zij 't al.

De liefde blijft; zij zal niet wijken, trots profetieën, die vergaan, of talen, die ten onder gaan, of wetenschappen, die bezwijken, want alles wat wij nu verstaan is half gedacht en half gedaan.

Eens zal de groote onthulling komen als 't stukwerk zal vernietigd zijn en we alles zien als kristallijn, met rijke kennisstroomen 't gelouterd aardrijk overdekt als God en kennis nieuwe kennis wekt.

Weleer, toen ik een kind was, placht ik te spreken als 't onnoozel kind; gelijk een kind was ik gezind en als de kindren droomde en dacht ik; sinds ik een man werd, waar en echt, heb ik wat kinds was afgelegd. Nu zien wij in een rede, duister als door een spiegel; dan, o dan, - elk kind des Heeren juiche ervan! - wat ongekende hemelluister, dan zien we in 't ongeschapen licht van aangezicht tot. aangezicht.

Nu kenne ik door der zonde ellende Een deele, omdat ik eindig ben, ik zelf gelijk rnijn God mij kende. Nu blijft geloof, hoop, liefde, 't tal van drie, maar liefde 't meest van al,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Liefde ‘t meest.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 oktober 1911

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's