Financiën.
De vorige week moest ik mijn financiën in den steek laten. Niet ter oorzake dat ik afwezig was. Neen, ik was wel degelijk present. Maar een mensch gaat maar één gang, zegt men wel eens, en zoo kon ook ik den vorigen Dinsdag geen gelegenheid vinden om u naar behooren mijn financieele ervaringen mede te deelen. Het was juist den dag vóór de verkiezing van 16 Gemachtigden in het Kiescollege. Het zou een harde strijd zijn. De kiezers zijn ten onzent in twee ongeveer even sterke kampen verdeeld, Ethisch contra Ge reformeerd. Door de nederlagen van eenige jaren terug, waren er on-géreformeerde elementen in het Kiescollege gekomen, doch de meerderheid was nog steeds aan onze zijde. Aan beide zijden is er hard gewerkt. De tegenpartij was vrij zeker van haar overwinning. Iemand der onzen, die zich altijd veel voor de verkiezing inspande en velen mocht overreden onze candidaten te stemmen, had onze gelederen verlaten, hij voelde er niets meer voor. Er waren nog andere omstandigheden, welke alle bij deze verkiezing in hun voordeel'waren, zoodat wij in groote bezorgdheid leefden en onze tegenstanders vol moed waren. Ja, zei een hunner ijveraars, ik zeg met Hiskia: „wij zullen voorttrekken en God zal het ons doen gelukken." De Heere beschikte het echter anders. En evenmin als Hiskia dit ooit heeft gezegd, evenmin is het hun dan ook gelukt. De Heere heeft nog geluisterd naar de bange klacht van Zijn volk, die in hun nood tot Hem geroepen hebben en heeft hun gebed verhoord. Zóo verhoord, dat als wij niet wisten niet een wonderdoend en verrassend God te doen te hebben, het niet om.te gelooven zou zijn. 800 stemmen zijn er uitgebracht. Hiervan bekwamen de Gereformeerden 450 en de Ethischen 350. Dus een meerderheid van 100 stemmen. Al behoort deze mededeeling nu niet onder „Financiën", kan ik toch niet nalaten u deelgenoot te maken van onze vreugde. Het is u nu zeker wel duidelijk, welke de bijzondere omstandigheden waren, waardoor ik de vorige week geen financieel verslag had. Hoewel ik wel stof had om een en ander te schrijven, is dit in deze dagen nog dermate toegenomen, dat mijn verslag van het begin tot het eind wel één groote jubel mag wezen. Doch mijn pen is niet in staat den dank neer te schrijven dien ons hart vervult bij het ondervinden van zooveel onverdiende weldaden. Ook anderen hebben dat ondervonden en een uiting daarvan ontving ik na afloop der verkiezing, toen ik een brief kreeg met f2.50 erin, van Mej. E. V. V. te Delft, als een kleine gave voor het Leerstoelfonds, uit dankbaarheid voor den uitslag van de stemming. Ziet, zoo gaat ons Leerstoelfonds deelen in alles, wat ons, Gereformeerden, reden tot dankbaarheid en blijdschap verschaft.
Maar er zijn nog meer blijde tijdingen, zooveel dat mijn lastige gast, de slappe tijd, wiens tegenwoordigheid mij zoo hinderde, mij de hand tot afscheid heeft geboden, welke ik dankbaar aannam. Bij het weggaan was ik eerlijk genoeg om hem te zeggen, dat ik het beter vond nu vooreerst maar niet meer terug te komen. Ik zal u verder vertellen waarvoor hij gevlucht is.
1e voor een postwissel uit Zutphen groot f3.60, «afgezonden door G. M. ter M. Dit bedrag was een deel der collecte, gehouden in een spreekbeurt op 19 Oct. in de Baptistenkerk aldaar, spreker Ds. Remme te Rijssen;
2e. uit Utrecht de opbrengst van busje No. 13 f 4.78, afgezonden door den heer W. v. d. Sluis, Penningmeester der Afdeeling;
3e.uit Ooster-Nijkerk f2.38 van den heer Faber, die het beheer over busje 49 van Ds. van der Snoek heeft overgenomen. Hartelijk dank voor het schrijven. Moge de ledige plaats spoedig vervuld worden. Ja, het Leerstoelfonds kan zeker onder des Heeren zegen medewerken om in den nood der Kerk, in het gebrek aan Gereformeerde predikanten te voorzien. Het is te wenschen, dat allen die de Geref. waarheid liefhebben, daarvan meer en meer doordrongen worden;
4e. van onzen collectant uit Hilversum de inhoud van busje 35 f 2 60;
5e. het bedrag der collecte van de maand October van busje No. 20 zijnde f3.56. Een ieder weet wel waar dat thuis behoort.
6e. uit Leerdam van Ds. Goslinga van onze vrienden Ursinus en van Mourik, de collecte van het busje over de maand October, al weer f 9 en gevonden in de collecte in de kork op 1 Oct. fl, 8 Oct. f 0.50, 22 Oct. fl, bij elkander f 11.50;
7e. ontving ik uit Veenend aal een briefkaart van P. Bos, Secretaris van de Christ. Jongelingsvereeniging aldaar, waarin hij mededeelde, dat de Vereeniging besloten heeft jaarlijks f2.50 bij te dragen aan het Leerstoelfonds. Ik hoop dat niet één Jongelingsvereeniging zal achterblijveniets te doen voor ons fonds. Ik verwacht er veel van. Zijn er al lezingen georganiseerd ?
En nu, lezer, dit zijn alle aangename berichten, niet waar? Maar het mooiste komt nog achteraan.
De voorzitter verzoekt mij het volgende bericht te plaatsen onder Financien:
„Door den hoofdredacteur, Ds. M. van Grieken, is met hartelijke dankzegging aan' den gever (de geefster) per aangeteekenden brief uit 's Gravenhage onder de letters J. B. een bankbiljet groot
HONDERD GULDEN
ontvangen voor het Leerstoelfonds."
Lezer, dat is de tweede honderd gulden in betrekkelijk korten tijd. Het tweede schaap, dat over de brug is. Het is zoo. Als de Heere vertoeft, verbeidt Hem. Moge ons vertrouwen dan maar op Hem zijn. Al is alles ons tegen. Wij zagen het in den strijd in onze gemeente. Wij zien het ook in betrekking tot ons Leerstoelfonds. Ongedachte uitkomsten geeft de Heere. Ook dit verslag, hoe gebrekkig ook geschreven, getuigt er van. Laat ons daarom blijmoedig voorwaarts gaan.
Intusschen doende wat onze hand vindt om te doen. Den Heere de eere.
Delft,
De Penningmeester.
Brab. Turfmarkt 20.
J. C. FLIEHE.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier.
Laat ik beginnen u mede te deelen dat ik een week vol verrassingen heb gehad. Het was zoo opmerkelijk veel en zulke enorme pakken, dat ik er klein onder werd en moest uitroepen: Wat is God toch goed en wat doet Hij ons toch niet naar onze verdiensten. Toen ik dan ook de massa bij elkander zag, die ik deze week had ontvangen, kon ik het niet gelooven dat het alles voor mij was, of liever gezegd voor den Leerstoel. ledere week denk ik: wat zal deze week opleveren, en ben dan-wel eens bang dat het ineens zal ophouden, maar hoe komen wij dan beschaamd uit en durven het maar niet aan dien God toe te vertrouwen.
In de eerste plaats kwam mij iemand, wiens naam ik niet mag noemen, f 10 brengen in de plaats van postzegels en capsules, die hij niet had.
2e. Een reuzenpakket van Ds. de Geus te Wilnis, hoofdzakelijk verzameld door de catechisanten, inhoudende postzegels, capsules en zilverpapier.
3e. van Mej. Riekwel te Rotterdam een pakket, inhoudende: van den heer V. te Ro: t. 6000 postzegels, van Mej. R. 1928 postzegels en een partij capsules, zilverpapier en koper, uit het busje No. 60 van de huiskamer f 0.60, van een vriendin een rolletje halve centen en van een vriend M. f 0.50, te zamen f 1.35, waarbij een hartelijk schrijven;
4e. van N. N, te Rotterdam een partij postzegels;
5e. van Cornelia van Dam 2 reuzenpakketten, inhoudende postzegels, capsules en een massa zilverpapier;
6e. van den heer C. van Duren te Benschop een partijtje capsules, zilverpapier en 1250 postzegels;
7e. van den heer I. te Schiedam een partij postzegels.
Penningmeester, nog zoo'n stootje als deze week en uw wensch is vervuld van 2 X 70.
Voor alles mijn weigemeenden dank. Zegene de Heere de groote en de kleine gaven.
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's