Reislied.
Komt, maakt God met mij groot, die ons niet doet naar onze zonden.
Die uit gena den gunstgenoot Zijn wonden sloeg en heelt die wonden.
Hij heeft mijn voet gered uit 's vijands sluw gespannen netten.
Laat op den Hoorder van 't gebed ons onverwrikt in onspoed letten.
Hij baant voor ons het spoor; wij volgen Hem door 't doodsdal henen. Geloofsvoleinder, ga ons voor ten bergtop, door Gods licht beschenen!
Ons reiskleed valt haast af.
Laat dan de weg al moeilijk wezen, wij steunen op Gods Hefdestaf en hebben geen gevaar te vreezen.
Steeds korter wordt de baan ; wij zelf, wij worden daaglijks minder, maar 't stervend zaad zal opwaarts gaan en uit dé pop ontvlucht de vlinder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 november 1911
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's